De historisch grote vrijgave van olie uit noodvoorraden moet de markt weer tot rust brengen, is de hoop

2 uren geleden 1

De onrust op de wereldwijde oliemarkt door de Iranoorlog is inmiddels zo toegenomen dat landen, waaronder Nederland, besluiten een noodmaatregel te nemen. Ruim dertig landen die lid zijn van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gaan olie uit hun zogeheten strategische reserves vrijgeven aan de wereldmarkt, een instrument dat ze voor het laatst tijdens de energiecrisis van 2022 hebben gebruikt na de Russische inval in Oekraïne. Die extra olie moet voor rust op de markt zorgen en daarmee de extreem gestegen olieprijzen weer laten zakken, ook aan de pomp. Dat is althans de hoop.

Het gaat om de grootste vrijgave uit de noodvoorraden in de geschiedenis. Het IEA, dat de vrijgave coördineert, heeft landen opgeroepen om gezamenlijk 400 miljoen vaten olie de wereldmarkt op te laten vloeien. In 2022 was dat nog 182 miljoen vaten, verdeeld over twee momenten. In totaal hebben de IEA-landen ongeveer 1,2 miljard vaten aan strategische voorraad, bedrijven in die landen nog eens zo’n 600 miljoen.

Nederland gaat 5,36 miljoen vaten bijdragen uit zijn strategische reserve, maakte minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66) woensdagmiddag bekend. Dat is ongeveer een vijfde van de totale Nederlandse strategische voorraad. „Ook na deze inzet blijft Nederland beschikken over ruime, strategische voorraden van ruwe olie en olieproducten, zoals diesel en kerosine, om eventuele toekomstige schaarste op te vangen”, aldus een woordvoerder.

Zenuwachtige handelaren

Voor tankers is het sinds het uitbreken van de oorlog in Iran te onveilig om door de Straat van Hormuz te varen, een van de belangrijkste transportroutes voor olie en gas, wat zorgt voor krapte op de wereldwijde oliemarkt. Bovendien zijn productiefaciliteiten in onder meer Qatar stilgelegd vanwege Iraanse raket- en droneaanvallen.

De krapte maakt handelaren wereldwijd zenuwachtig, waardoor de olie- en gasprijzen omhoog schieten. Maandag kwam de prijs voor een vat Brent-olie voor het eerst sinds 2022 boven de 100 dollar uit (107 dollar). De afgelopen dagen zakte die prijs alweer naar 90 dollar. Toen The Wall Street Journal woensdagochtend als eerste berichtte over een mogelijke olievrijgave, zakte de prijs zelfs weer even onder de 90 dollar. Dat is nog altijd een stuk hoger dan een maand geleden, voor de oorlog, toen de prijs rond 67 dollar schommelde.

Precies voor dit soort noodsituaties hebben IEA-leden in 1974 afgesproken om ieder voor minstens negentig dagen aan oliereserves aan te leggen – dat mag in de vorm van diesel, benzine en ruwe olie. Die strategische reserves zijn iets anders dan de olievoorraden die landen hebben om de winter door te komen. De noodreserves van Nederland liggen onder meer in enorme bovengrondse opslagterminals in Rotterdam en Eemshaven en onder de grond in Duitsland.

Het wordt pas de zesde keer dat landen gezamenlijk een deel van hun oliereserves vrijgeven. Naast tijdens de energiecrisis in 2022 deden ze dat bijvoorbeeld na orkaan Katrina in 2005. Toen raakte petrochemische infrastructuur in de Golf van Mexico beschadigd.

Binnen negentig dagen

Het is nu aan het ministerie om te bepalen wie de olie beschikbaar moet gaan stellen aan de markt, en hoeveel van welk type. Dat kan stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (Cova) zijn, die de strategische voorraden in Nederland regelt, maar ook grootverbruikers van ruwe olie zoals Shell die verplicht zijn om reserves aan te houden. Of een combinatie van die twee. Zij krijgen negentig dagen om hun opgedragen hoeveelheid beschikbaar te stellen aan marktpartijen, en kunnen dat laten afhangen van wanneer het voor hen het gunstigst is om de olie te verkopen.

Zal de markt daadwerkelijk rustiger worden door de noodgreep? „400 miljoen is veel”, zegt hoogleraar Machiel Mulder. „Door de Straat van Hormuz gingen per dag circa 20 miljoen vaten, dus als je die 400 miljoen over 20 dagen uitstrekt, dan heb je voor bijna drie weken lang de blokkade gecompenseerd.” Toch blijft de vraag hoeveel onrust op de markt de maatregel gaat wegnemen, en hoe sterk het de prijs zal dempen. Dat is uiteindelijk aan de markt.

Lees het hele artikel