De integraal van de geschiedenis

3 dagen geleden 2

Nu het wereldnieuws dagelijks gedomineerd wordt door de grillen en grollen van ‘grote mannen’, is het lastig om een overtuigd adept van Tolstoj te blijven. In zijn meesterwerk Oorlog en vrede stelt de befaamde Russische schrijver immers: „Om de wetten van de geschiedenis te ontdekken moeten we koningen, ministers en generaals met rust laten, en de homogene, oneindig kleine elementen bestuderen die de massa’s leiden.”

Volgens Tolstoj zijn deze machthebbers geen meesters van hun tijd, maar worden ze als blaadjes in een rivier meegesleurd door de stroom van de geschiedenis. Ze zijn slaven van dieperliggende krachten die ze noch kunnen beïnvloeden, noch doorgronden. Of, zoals essayist Rudi Kousbroek het ooit verwoordde: het fluitje van de conducteur is niet de kracht die de trein voortstuwt.

In de negentiende eeuw was er geen beter voorbeeld van zo’n grote man die de loop van de geschiedenis naar zijn hand dacht te zetten dan Napoleon. Maar Tolstoj beweert toch dat de uitkomsten van al die grote veldslagen, die hij zo beeldend beschrijft, niet het gevolg zijn van de wil en macht van de keizer, maar bepaald worden door iets groters, dat voorkomt uit het samenspel van de individuele acties van tienduizenden soldaten in de chaos van de strijd. Zeker in zijn tijd was dit een revolutionaire kijk op de geschiedschrijving. Aan deze grote bewegingen besteedden historici volgens Tolstoj „nog geen miljoenste van de energie” die ze gaven aan de daden van koningen en generaals.

Verrassend genoeg onderbouwt Tolstoj zijn filosofie met een metafoor uit de wiskunde, namelijk de infinitesimaalrekening van Newton en Leibniz – de grondslag van alle moderne natuurwetten. Die wetten voorspellen de toekomst niet met één grote sprong, maar door steeds een oneindig klein stapje vooruit in de tijd te gaan. Net zoals de vloeiende kromme van een planeetbaan is samengesteld uit de wetmatige opeenvolging van al die minuscule bewegingen, zo zag Tolstoj de uitkomst van de geschiedenis als de „integraal” van ontelbare, kleine individuele gebeurtenissen.

Tegenover deze rationele continuïteit van Tolstoj staat het gedachtengoed van die andere Russische literaire reus en tijdgenoot: Dostojevski, de meester van de irrationele zigzaglijn. Waar Tolstoj met een telescoop de lange lijnen van de samenleving bestudeert, richt Dostojevski een microscoop op de koortsachtige binnenwereld van het individu. Voor hem is de geschiedenis geen gestage stroom, maar een reeks psychologische uitbarstingen. Zijn personages, bovenal de nihilistische hoofdfiguur Raskolnikov uit Misdaad en straf, geloven heilig in de „grote persoonlijkheid” die het recht en zelfs de plicht heeft wettelijke en morele grenzen te overschrijden om de mensheid vooruit te helpen. Napoleon is voor Dostojevski het ultieme voorbeeld van zo’n grote persoonlijkheid. Geen blaadje in de stroom, maar iemand die met eigen hand de rivier kanaliseert.

Geen enkele politicus is in staat klimaatverandering naar zijn hand te zetten

Deze literaire tweestrijd weerspiegelt een wetenschappelijk debat tussen twee grote verklarende kaders: reductionisme en emergentie. De reductionist probeert de wereld te begrijpen door alles terug te brengen tot de elementaire bouwstenen en hun wisselwerkingen, zoals de botsingen in een deeltjesversneller.

Daartegenover staat het perspectief van emergentie. Uit de interactie van miljarden kleine deeltjes kan iets nieuws ontstaan. Zo kan een H2O-molecuul op zichzelf niet vloeibaar zijn als water of hard als ijs. Een zwembad of een ijsbaan ontstaan pas in het collectief. Veel van onze beschrijvingen van de natuur zijn emergent en verliezen betekenis op het allerkleinste niveau. De grootvader van de atoomtheorie, de Griekse wijsgeer Democritus, formuleerde het al meer dan twee millennia geleden: „Volgens afspraak is er kleur, volgens afspraak zoet, volgens afspraak bitter, maar in werkelijkheid zijn er alleen atomen en lege ruimte.”

Als Tolstoj nu zou leven, zou hij de grote maatschappelijke bewegingen van onze tijd ongetwijfeld „emergent” noemen. Geen enkele politicus is in staat klimaatverandering naar zijn hand te zetten. De opwarming van de aarde is het resultaat van miljarden keuzes over wat we eten, welke energiebron we gebruiken en hoe we onze infrastructuur inrichten. Een ‘grote man’ kan wel beleid maken dat die individuele keuzes beïnvloedt, maar de uitkomst van de optelsom niet dicteren. Hij kan alleen op zijn conducteursfluitje blazen.

Hetzelfde geldt voor de digitale revolutie. De onvoorstelbare groei van rekenkracht en de komst van AI zijn niet het werk van één visionair, maar het resultaat van decennia aan ontelbare stapsgewijze doorbraken van miljoenen wetenschappers, ingenieurs en ondernemers. Zelfs de machtigste techmiljardairs sturen deze golf niet. Ze kunnen er hoogstens op surfen.

Ook grote maatschappelijke verschuivingen als democratisering, emancipatie en sociale rechtvaardigheid ontstonden niet per decreet. Zij waren de uitkomst van jarenlange individuele acties die samen een nieuwe norm vormden.

De visie van Tolstoj geeft een ander perspectief op onze eigen rol. Als de geschiedenis inderdaad een integraal is van miljarden kleine handelingen, dan is niemand van ons een passieve toeschouwer. In de wiskunde van de infinitesimaalrekening bestaat de curve immers bij de gratie van elk afzonderlijk punt. Onze keuzes – wat we kopen, hoe we stemmen, de gesprekken die we voeren – zijn de „oneindig kleine elementen” die samen de richting van de stroom bepalen. Dit geldt evenzeer op het slagveld van Borodino als op het maatschappelijk middenveld.

Het is verleidelijk, zelfs verslavend, om door een microscoop naar het psychologische drama van de zigzaglijn te kijken en ons te verliezen in de dagelijkse emotionele uitbarstingen van Dostojevski’s „grote persoonlijkheden”. Maar laten we niet vergeten dat we ook een telescoop hebben die we kunnen richten op de lange, vloeiende kromme van Tolstoj. De echte geschiedenis wordt uiteindelijk door ons allen geschreven.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel