In Chinese districten waar veel zonneparken staan, is de vogeldiversiteit gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van een team van Chinese, Amerikaanse en Vietnamese universiteiten. Opvallend genoeg was er in die districten wel meer groen.
De onderzoekers baseren zich voor hun studie op tien jaar aan waarnemingen uit 2.344 districten. Een district kan je vergelijken met een Amerikaanse county: het is een bestuursniveau groter dan een stad, maar kleiner dan een provincie.
China zet in recordtempo zonnepanelen neer. In sommige districten is het beleid strenger en worden zonneparken geplaatst die je in vierkante kilometers meet. Dat is goed nieuws voor het wereldwijde klimaat (als je negeert hoeveel fossiele brandstoffen China blijft verbruiken), maar slecht voor het lokale milieu. Zonnepanelen versnipperen immers het landschap en kunnen dieren uit hun leefgebied verdringen. Onder de panelen is er wel meer schaduw en is het vochtiger, waardoor planten er soms wel beter gedijen.
De impact is dus complex en dat was de aanleiding voor deze studie. De onderzoekers wilden de impact in cijfers brengen. Ze vergeleken daarom twee databanken: een bestaat uit vogelwaarnemingen die in China door vrijwilligers zijn gemaakt. Met die databank konden de onderzoekers zien hoeveel soorten waar werden gezien en hoe gelijkmatig die over het gebied verdeeld waren.
De tweede databank moesten ze zelf bijeen puzzelen. Dat deden ze door te kijken naar alle beleidsdocumenten over zonne-energie op de websites van provincies, steden en districten. Elk document kreeg een score van 1 tot 9. Een vrijblijvende beleidsnota krijgt een lage score, een bindende verordening een hoge.
Zo maakten de onderzoekers een index van hoe streng het beleid is, per district en per jaar. De index werd ook getoetst aan de werkelijkheid, door te kijken naar de effectief bebouwde oppervlakte aan zonneparken. Het verband was het sterkst met een vertraging van ongeveer twee jaar, ruwweg de tijd tussen een beslissing en een afgewerkt park.
Verschillen per regio
In districten waar het beleid strenger werd, daalde de vogeldiversiteit met ruim twee procent. Dat gebeurde vooral buiten de woestijngebieden. Vooral in de rijkere, groenere districten van China verdwenen vogelsoorten.
De typisch Chinese soorten die alleen in bergbossen voorkomen, bleven buiten schot, simpelweg omdat je in bergbossen geen zonnepark bouwt. Het waren de wijdverspreide soorten die achteruitgingen. Vogels die in struiken en bomen nestelen, kregen klappen. Vogels die van insecten en ander dierlijk voedsel leven ook. Planteneters niet.
Er was nog een neveneffect. In districten met een streng beleid daalde ook de landbouwopbrengst, met bijna drie procent. Zonnepanelen en akkers concurreren immers om dezelfde grond.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Groener op satellietbeelden
De onderzoekers keken ook naar satellietbeelden om te kijken of landschappen groener werden. De maat die weergeeft hoe groen een landschap in zijn geheel is, ging omlaag, wat past bij het kaalscheren van de grond voor de bouw. Maar het bladoppervlak per stuk grond nam net toe.
Dat laatste is niet per se goed nieuws: volgens de onderzoekers wordt gevarieerde natuur vervangen door eentonige vegetatie, vaak een snelgroeiende soort die wordt ingezaaid om aan de herstelverplichting te voldoen. Dat verklaart meteen waarom de vogels verdwijnen. De ene plant is de andere niet als je een nest wilt bouwen en ook de insecten die ze opeten hebben voorkeuren.
De onderzoekers testten ook een alternatieve verklaring, namelijk lichtvervuiling van de installaties. Die verklaring bleek geen stand te houden: in districten met veel zonneparken was het ’s nachts juist donkerder, omdat parken in afgelegen gebied liggen.
De kanttekeningen
Om te beginnen gaat het om een statistisch verband, niet om een experiment. De onderzoekers gebruiken technieken om een toevallige samenloop van omstandigheden uit te sluiten, maar districten met een streng zonnebeleid kunnen ook op andere manieren verschillen van districten zonder.
De grootste beperking van de gebruikte methode is dat er vertrouwd wordt op gegevens van vrijwillige vogelaars. Als een gebied verandert in een industrieel energielandschap, gaan er ook gewoon minder mensen kijken. De onderzoekers corrigeerden wel voor de tijd die vogelaars per waarneming besteedden en gooiden de slechtst gedocumenteerde maanden weg, maar helemaal weg te poetsen is het probleem niet. Ook werd niet gekeken naar het totaal aantal vogels, enkel naar de soorten.
Het schaalniveau is ook grof. Een Chinees district kan honderden vierkante kilometers beslaan, terwijl een zonnepark daar maar een fractie van inneemt. Dat betekent dat het gemeten effect eerder een onderschatting is van wat er plaatselijk gebeurt. Daarnaast is niemand gaan kijken wat er precies onder die panelen groeit. De redenering dat het groen minder divers is, is dan ook niet bevestigd.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

2 dagen geleden
4





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/06090734/210826WEE_2035635366_WEB_HEADER_ILLU_Floor-Rusman-7_Referentiekaders_Kwennie-Cheng.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19093534/210826BIN_2035762612_Summermaxxing-WEB.jpg)
English (US) ·