De keerzijde van de nieuwe, hybride schaatspakken

6 uren geleden 1

Het juichen van Jan Smeekens. Ik zie het zo weer voor me. De Winterspelen van 2014, in Sotsji. Michel Mulder leidt de 500 meter. De laatste rit, met Jan, die de race van zijn leven rijdt. Hij gooit zichzelf over de finish, en achter zijn naam verschijnt een „1”. Hij hapt naar lucht, zijn ogen groot als schoteltjes, en is zo blij dat hij niet weet of hij moet huilen, juichen, springen. Hij is… olympisch kampioen!

Van Michels gezicht, op het middenterrein, druipt verbijstering. Heb ik toch niet gewonnen? Echt niet? Hij tilt zijn hand op. Zijn gezicht verstart. En dan: een explosie van vreugde. De tijden zijn gecorrigeerd, Michel staat tóch bovenaan. Jan heeft het niet door. Hij gaat nog altijd uit zijn dak. Het zijn pijnlijke seconden. Te pijnlijk om naar te kijken, nog steeds.

Of misschien zelfs nog meer dan toen. Inmiddels weten we dat dit moment beide mannen getraumatiseerd heeft. Ja, allebei. Michel won met twaalf duizendsten voorsprong. „Die gouden medaille, het is het mooiste moment in mijn carrière geweest, maar het moment was dusdanig apart dat het niet iets is wat ik vaak teruggekeken heb”, zei hij drie jaar geleden in Andere Tijden Sport.

Na deze Spelen won Michel nooit meer een wedstrijd. Hij voelde zich daar vaak ongemakkelijk over, alsof hij zich moest verontschuldigen dat hij juist die ene, allerbelangrijkste medaille wél pakte. „Maar volgens mij heb ik het wel echt verdiend. Ik was de beste die dag” – al was het verschil nihil.

Hoe voel je je als je in Milaan zonder zo’n pak met een paar duizendsten verschil verliest?

Jan belandde in de lappenmand na dat moment, mentaal gezien. Van iemand die altijd wilde winnen, veranderde hij in een man met grote angst om nog eens te verliezen. Het vrat hem op. Het zoog hem leeg. Alle vreugde verdween uit wat hij deed. Tot zijn zus, die psychiater is, hem EMDR aanraadde. Met traumatherapie en het schrijven van een boek krabbelde hij er weer bovenop. Het kostte hem jaren.

Dit is niet eens de kleinste marge waarmee ooit een gouden schaatsmedaille is beslist. Op diezelfde Winterspelen van 2014 verloor Koen Verweij de 1500 meter met een verschil van drie duizendsten, van de vrij onbekende Poolse brandweerman Bródka. Hij heeft geknokt voor wat hij waard was in de jaren die volgden, maar ook hij is er nooit meer bovenop gekomen, niet echt althans. Ook Koens geknakte hoofd met de lange blonde haren staat nog altijd op mijn netvlies gebrand.

Ik vraag me af of de wijze geesten die hebben besloten om de nieuwe, snellere schaatspakken vlak voor de Winterspelen in te voeren hier wel eens over hebben nagedacht. Over wat er gebeurt als er in Milaan een Canadees, Italiaan of Nederlander – want dat zijn de landen die het nieuwe pak ontwikkeld hebben – met een paar duizendsten van seconden wint. Want dat is het verschil waarover je praat, blijkt uit alle verhalen over het gloednieuwe hybride pak.

Natuurlijk, technologische ontwikkelingen horen erbij. En ja, vaak worden de nieuwste hoogstandjes vlak voor de allergrootste toernooien ingevoerd. Maar ik vraag me toch echt af: hoe voel je je als je dadelijk in Milaan zonder zo’n pak met een paar duizendsten verschil verliest? Of als je er juist goud mee wint – ben je dan echt trots?

Noem me een zeur, maar als ik aan Michel Mulder, Jan Smeekens en Koen Verweij denk, krijg ik er toch een beetje buikpijn van.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel