De Nederlandse afhankelijkheid van grote Amerikaanse cloudbedrijven groeit door

5 uren geleden 2

Het gebruik van Amerikaanse techdiensten groeit hard in Nederland. Zowel bedrijven als overheden hebben afgelopen jaar fors meer afgenomen bij Microsoft, Amazon en Google, en die groei zet door. Dit ondanks de politieke eensgezindheid in Nederland over de noodzaak digitaal autonomer te worden en meer in eigen regio in te kopen.

De digitale afhankelijkheid van de VS is niet in één getal uit te drukken en wordt evenmin gemeten. De drie grote Amerikaanse cloudaanbieders – die IT-diensten via internet verlenen – hebben onlangs opnieuw stevige groei gerapporteerd, zonder cijfers over landen of regio’s te geven. De veel kleinere Nederlandse ict-bedrijven, veelal private vennootschappen, geven evenmin overvloedig details. Het is dus puzzelen om de ontwikkelingen te duiden. Toch is de trend evident.

Uit onder meer informatie over contracten en waarnemingen van marktkenners en IT-ondernemers blijkt het marktaandeel van Amerikaanse techbedrijven in Nederland verder gegroeid. Talrijke bedrijven en (semi-)overheden, zoals de Belastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank en de gemeente Amsterdam, zijn meer gebruik gaan maken van Amerikaanse clouddiensten. Van een omgekeerde beweging, waarbij een Europese techpartij een groot contract verwierf, zijn geen substantiële voorbeelden.

De Autoriteit Consument & Markt schat het marktaandeel van de grote Amerikanen (hyperscalers) op 70 tot 85 procent. De concurrentiewaakhond waarschuwt in een recente analyse dat daar zonder „actieve overheidsregie” geen verandering in komt. Als de ontwikkeling van de afgelopen jaren aanhoudt, wordt de afhankelijkheid van Amerikaanse bedrijven nog groter – en een trendbreuk is vooralsnog niet zichtbaar.

Uitbreidingsplan volstaat niet

De mondiale omzet van Microsofts clouddivisie Azure nam vorig kwartaal met 38 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Ook de kwartaalomzet van de twee andere grote Amerikaanse aanbieders van clouddiensten, AWS van Amazon en Google Cloud van Alphabet, groeide sterk. Die van AWS groeide met 24 procent tot 35,6 miljard dollar, Alphabet rapporteerde 48 procent omzetgroei voor Google Cloud tegenover het vierde kwartaal van 2024. Nederlandse cloudbedrijven groeien ook stevig, maar minder hard dan de Amerikaanse concurrentie, geven ze desgevraagd aan. In feite verliezen ze marktaandeel.

„Onze groei neemt exponentieel toe”, vertelt de ceo van de Nederlandse dochter van Microsoft, Joris Schoonis, zonder exacte cijfers te geven. De forse uitbreiding van Microsofts datacenter in Middenmeer, in september 2025 aangekondigd, volstaat niet. „De vraag groeit nog veel harder.”

Microsoft heeft zo’n 300.000 zakelijke contracten in Nederland. De omzet groeit er vooral doordat bestaande klanten de Microsoftdiensten intensiever gebruiken. Dat komt onder meer door toenemend datagebruik bij werkzaamheden en inzet van AI-toepassingen als Microsofts Copilot. Daarvoor is aanzienlijk meer rekenkracht nodig dan voor traditionele IT.

Ook brancheorganisatie Dutch Datacenter Association ziet het gebruik van Amerikaanse diensten sneller toenemen dan van Europese, zegt directeur Stijn Grove. Dat komt onder meer door striktere wettelijke eisen voor cyberveiligheid. Bij grote Amerikaanse cloudaanbieders kunnen bedrijven kant-en-klare diensten inkopen om aan die regels te voldoen, legt Grove uit. En grote cloudbedrijven zijn nu eenmaal groot: bij overheidsaanbestedingen is een minimale grootte vaak een vereiste. Grove: „Je ziet dat vaak alleen de groten hier aan kunnen voldoen.”

Wel is er iets veranderd doordat de afhankelijkheid van Amerika tegenwoordig als probleem wordt gezien. Veel Nederlandse klanten willen nu dat Microsoft hun data in Europa of nog liever in Nederland opslaat, vertelt Schoonis. Hij is mede daardoor voortdurend op zoek naar meer datacentercapaciteit.

Bouwen van datacenters ligt politiek gevoelig. Ze vergen veel – schaars beschikbare – stroom, omwonenden vinden ze lelijk. Wat er gebouwd wordt, is in de regel snel verhuurd aan de grote Amerikaanse IT-bedrijven. Dat is het geval rond Amsterdam, waar zowel Microsoft als AWS datacenters huren.

Er is een brede politieke wens meer datacentra in handen van de overheid te hebben. In het coalitieakkoord staat bijvoorbeeld dat „strategische afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen doelgericht afgebouwd worden”. Maar vooralsnog ontbreekt het aan budget of concrete plannen voor bouw of huur.

In de concurrentie om de schaarse ruimte voor extra cloudcapaciteit in Nederland opereren bedrijven slagvaardiger dan de overheid. Grove: „Datacenters zitten vrijwel overal vol of zijn al gecontracteerd.” Zolang er geen Nederlandse of Europese alternatieve cloudruimte is, is verschuiving daarheen niet mogelijk.

Verhoudingen rechttrekken

Om de verhoudingen iets rechter te trekken, zouden Europese bedrijven die enigszins vergelijkbare diensten aanbieden veel harder moeten groeien dan de Amerikanen. Dat is niet zo.

Cloudbedrijf Intermax uit Rotterdam (275 werknemers) groeide ongeveer 15 procent in 2025, vertelt ceo Ludo Baauw. Hij ziet wel een verschuiving: een jaar geleden wilde het merendeel van zijn klanten applicaties op Microsoft- of Amazon-infrastructuur bouwen. Tegenwoordig kiezen de meesten bewust onafhankelijkheid daarvan. „Vrijwel dagelijks meldt zich een potentiële klant die zegt: ik ga m’n eieren niet zonder meer in een Amerikaans cloudmandje leggen.”

,,We groeien al jaren met heel goede cijfers”, zegt cloudspecialist Jeroen Wouda, werkzaam bij Uniserver in Alkmaar (150 medewerkers). „Toen Trump werd beëdigd en vol op het orgel ging, werd het helemaal een mooie tijd.” Voor het bedrijf dan, zegt hij er haastig achteraan. „Niet voor de wereld.”

Omzetcijfers deelt Wouda niet. Hij bevestigt wel dat de groei van het bedrijf onvoldoende is om iets te veranderen aan de marktverhoudingen en de Nederlandse afhankelijkheid van Amerikaanse diensten.

Toch is hij hoopvol. Gemiddeld duren onderhandelingen voor een miljoenencontract zes maanden tot anderhalf jaar, legt hij uit. Daarom is nog niet aan cijfers te zien of in Nederland andere keuzes worden gemaakt. „In de aanvragen van potentiële klanten zien we wel degelijk dat die groei gaat komen.”

Coalitieakkoord

Sinds Trump voor de tweede maal president van de VS is en Amerikaanse techbedrijven als wapens dreigt te gebruiken, geldt de grote afhankelijkheid van die concerns als een probleem. Zo staat in het Nederlandse coalitieakkoord dat „digitale autonomie het uitgangspunt moet zijn voor de overheid” en dat „strategische afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen doelgericht afgebouwd worden”.

Amsterdam is een stap verder en besloot begin februari dat de gemeente in 2030 ten minste 30 procent van haar cloudopslagdiensten en cloudapplicaties bij Nederlandse of Europese leveranciers moet kopen. In 2035 is „de volledig digitale omgeving van de Gemeente Amsterdam autonoom waar het nodig” is, staat in het gemeentelijke beleidsdocument Digitale Autonomie 2026-2035.

De gemeente waarschuwt daarbij voor een lange en moeilijke weg. „In de ontwikkeling naar méér digitale autonomie (..) moeten we mogelijk tussenstappen zetten waardoor het lijkt alsof minder autonomie ontstaat.” Soms moeten data of applicaties eerst naar Microsoft verhuizen om vervolgens in hun geheel naar een „autonome oplossing te migreren”.

„Het roer is om, maar de tanker gaat nog een paar kilometer door voordat hij draait”, vat Simon Besteman de ontwikkelingen samen. Hij is van Dutch Cloud Community, een branchevereniging. „Dat zie je ook met de landelijke overheid. Nu partijen als de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank zijn overgegaan, denk ik dat de groeiende afhankelijkheid stopt. Die wordt niet meer getolereerd.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel