De prijs van uitzettingen: hoe de Taliban weer voet aan de grond krijgen in Europa

4 uren geleden 1

Zes agenten staan in de slaapkamer. Buiten wachten er nog eens zes op de parkeerplaats. Ze zeggen dat J., een Afghaanse twintiger, een afspraak heeft bij de immigratiedienst.

Hij pakt zijn spullen. Eenmaal daar blijkt het geen gesprek te zijn. „Je gaat terug”, krijgt J. te horen.

Hij is verbaasd. Sinds de Taliban in 2021 weer aan de macht zijn in Afghanistan, zetten Europese landen geen Afghaanse asielzoekers meer uit. J. dacht daarom veilig te zijn in Zwitserland, waar hij als tiener naartoe vluchtte na de dood van zijn ouders in Afghanistan. Hij vroeg asiel aan, leerde Duits, kluste bij als timmerman en voetbalde bij een lager elftal van FC Basel. Acht jaar woonde hij er, zijn droom was om advocaat te worden. 

Op het uitzetcentrum haalt de medewerkster volgens J. haar schouders op. „Het is een beslissing van hogerop.” De medewerkster legt hem uit dat de situatie is veranderd, na een dodelijke aanslag door een Afghaan. „Daardoor zijn alle Afghanen nu een probleem.” 

J. wordt via Istanbul naar Kabul gevlogen. Daar wordt hij meegenomen voor ondervraging door mannen met lange baarden en tulbanden. Ze denken dat hij Turkije is uitgezet. „Wat kom je doen? En waar ga je heen?” vragen ze. J. zegt dat hij het zelf ook niet weet. Zodra hij wordt vrijgelaten, stuurt hij een WhatsApp-bericht naar een Zwitserse hulpverlener die hem begeleidde. „Ik ben aangekomen in de hel”, schrijft hij.

J. was de eerste. Inmiddels proberen Europese landen op grotere schaal Afghanen terug te sturen. Eind vorige maand zat een Nederlandse ambtenaar samen met vertegenwoordigers van veertien andere Europese landen in een hotel in Brussel tegenover een delegatie van de Taliban. Ze spraken over de terugkeer van Afghaanse asielzoekers – in eerste instantie de criminele. 

Lees ook

Nederland en andere EU-landen willen Afghaanse asielzoekers uitzetten. En dus zijn de Taliban even welkom in Brussel

Beveiliging bij een checkpoint in de Afghaanse stad Kandahar op 24 mei.

Een dergelijke ontmoeting was jarenlang ondenkbaar geweest. Afghanistan was het land waaruit tolken en andere burgers die gevaar liepen voor de Taliban werden geëvacueerd, niet waarnaar mensen werden teruggestuurd. Nederland begon in 2024 nog een rechtszaak tegen de radicaal-islamitische groepering bij het Internationaal Gerechtshof, wegens het onderdrukken van vrouwen. Die zijn onder het nieuwe regime uit het openbare leven gewist en mogen niet meer naar school. Hoe belandde Nederland, samen met een groep Europese landen, dan toch weer aan tafel met de Taliban?

Toen eind maart de eerste geluiden opdoken over samenwerking met de Afghaanse machthebbers, diende NRC openbaarheidsverzoeken in bij Frontex, de Europese Commissie en migratieautoriteiten in Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, België en Nederland. De vrijgegeven documenten, aangevuld met interviews, laten zien hoe de politieke druk om meer Afghanen terug te sturen Europese landen stap voor stap afhankelijk maakt van de Taliban.

Duitse aanslagen

Het begint bij twee aanslagen in Duitsland. In mei 2024 doodt een Afghaanse sympathisant van terreurbeweging IS een politieagent in Mannheim. Enkele maanden later volgt een aanslag door een Syriër in Solingen. Kort daarna kondigt bondskanselier Olaf Scholz aan dat Duitsland criminele asielzoekers weer wil gaan uitzetten naar Afghanistan en Syrië. Scholz erkent dat Afghanistan nog steeds onveilig is, maar: „Wie terrorisme verheerlijkt, keert zich tegen al onze waarden en moet ook worden uitgezet.” Oostenrijk en Zwitserland kondigen aan hetzelfde te willen doen. 

Het gaat niet alleen om uitzetting van criminelen maar volgens een Zwitserse beleidsnota ook om ‘young able-bodied men’

Terwijl politici publiekelijk spreken over het uitzetten van veroordeelde criminelen, wordt achter de schermen al verder gekeken. In een interne mail van het Europees grensagentschap Frontex staat dat lidstaten „bewust gestaag” zijn begonnen met het uitzetten van criminelen en mensen die als gevaar worden beschouwd, om eerst af te wachten hoe „kiezers of rechtbanken” op deze uitzettingen reageren. 

De bedoeling is om daarna verder door te pakken. Een Zwitserse beleidsnota vermeldt dat Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Noorwegen al in de zomer van 2024 een veel bredere groep Afghanen op het oog hebben om uit te zetten: zogenoemde „young able-bodied men” – gezonde, alleenstaande volwassen Afghaanse mannen. Dat zouden deze landen hebben aangegeven in een vertrouwelijke enquête van het Europees netwerk van immigratiediensten, genaamd GDISC.

Vliegtuig op luchthaven van Leipzig, op 15 juni 2026, dat klaarstaat voor een uitzettingsvlucht naar Afghanistan.

Foto Hendrik Schmidt/DPA/ANP

Pilotproject

Op 30 augustus 2024 vertrekt vanuit Leipzig de eerste Duitse uitzettingsvlucht naar Kabul sinds de machtsovername van de Taliban. Omdat Duitsland geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt met de Taliban, wordt de operatie mogelijk gemaakt via bemiddeling van Qatar. Een maand later zet ook Zwitserland twee veroordeelde Afghanen uit, een van hen is J., de Afghaanse timmerman. Het „pilotproject”, noemen de Zwitsers de uitzetting in een intern beleidsdocument, is „met succes uitgevoerd”. 

De man die een pilot heet te zijn, zit als NRC hem opbelt in een hoekje van zijn kamer waar het signaal het best is. „Sorry, het internet werkt niet goed”, zegt hij nadat het videogesprek even is afgebroken. Naast hem staat een televisie die het niet doet omdat er in Kabul overdag geen elektriciteit is.

Hij was graag in Zwitserland gebleven, zegt J., maar hij werd achtervolgd door een incident tijdens een voetbalwedstrijd. In 2018 brak een vechtpartij uit tijdens een potje voetbal op zijn azc. Hij schopte daarbij een andere asielzoeker tegen zijn hoofd. 

De jongen liep volgens het vonnis „mild letsel” op; J. wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling. Omdat hij alleen een voorwaardelijke straf krijgt, hoeft hij niet de cel in. Door de veroordeling zou hij uitgezet kunnen worden, maar die maatregel blijft jaren liggen omdat Afghanistan te onveilig wordt geacht. Hij komt daarna niet meer met justitie in aanraking. Toch wordt hij, vanwege zijn oude strafblad, in 2024 de eerste Afghaan die gedwongen terug moet. „Ze hadden iemand nodig om te laten zien dat terugsturen weer mogelijk was”, zegt hij, „en dat werd ik.”

Uitzettingsoffensief

Na weer een nieuwe aanslag door een Afghaan in januari 2025, maakt CDU-leider Friedrich Merz terugkeer naar Afghanistan tot een verkiezingsthema. Na zijn overwinning laat hij dit in het regeerakkoord vastleggen. Ook Oostenrijk maakt bekend het Afghaanse „uitzettingsoffensief” te willen opvoeren, net als Zwitserland. Daar worden niet langer alleen veroordeelde criminelen, maar ook gezonde, alleenstaande Afghaanse mannen geselecteerd voor terugkeer. Ter onderbouwing van deze uitbreiding verwijst de Zwitserse migratiedienst naar de GDISC-enquête, waarin meerdere Europese landen zouden hebben aangegeven hetzelfde van plan te zijn. „In dat opzicht staat Zwitserland er niet alleen voor”, schrijft het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Een IND-woordvoerder bevestigt dat Nederland aan de uitvraag heeft deelgenomen, maar noemt het „opmerkelijk” dat „deze informele enquête kennelijk is gebruikt om beleid te rechtvaardigen”. Volgens de woordvoerder heeft Nederland tijdens de enquête niet aangegeven al een specifieke groep Afghanen op het oog te hebben voor terugkeer. „Wij hebben toegelicht dat wij altijd individueel beoordelen welk risico iemand loopt bij terugkeer. Daarbij geldt dat jonge, gezonde mannen doorgaans minder risico lopen dan bijvoorbeeld een oudere vrouw in een rolstoel.”

Lees ook

Duitse politiek geschokt over steekpartij in Beieren

Bloemen, kaarsen en knuffels bij het park in de Duitse plaats Aschaffenburg waar woensdag een man en een kind werden doodgestoken.

Afghaanse ambassades

Het aantal daadwerkelijke uitzettingen blijft ondertussen achter bij de verwachtingen. Op het moment dat Zwitserland zijn beleid uitbreidt, zijn nog maar zeven van de ruim tweehonderd Afghanen die in aanmerking komen voor vertrek uitgezet. Oostenrijk heeft er dan vijf teruggestuurd. Noorwegen, dat uitsluitend inzet op vrijwillige terugkeer, ziet twee Afghanen vertrekken. 

Het probleem is niet langer de politieke wil, maar de uitvoering. Voor iedere uitzetting zijn Afghaanse reispapieren nodig. Maar sinds december 2024 accepteren de Taliban alleen nog documenten die zijn afgegeven door ambassades die zij zelf erkent. Daar is dus samenwerking met de Taliban voor nodig. De vraag is alleen hoe, zonder het regime formeel te erkennen.

Ik zei dat ik niet wilde samenwerken met terroristen. Ze hebben mijn klasgenoten en familieleden vermoord

Duitsland zoekt als eerste toenadering. Begin 2025 krijgt Hamid Nangialay Kabiri, de Afghaanse consul-generaal in Bonn, een uitnodiging. Hij vertegenwoordigt nog altijd de voormalige, door het Westen gesteunde, Afghaanse regering. De Duitse autoriteiten vragen hem of hij wil samenwerken met de Taliban bij het afgeven van reisdocumenten. Kabiri denkt er niet aan. „Ik zei dat ik niet wilde samenwerken met terroristen”, antwoordt hij. „Ze hebben mijn klasgenoten en familieleden vermoord.”

Maar voor de nieuwe bondskanselier Merz, die meer Afghaanse uitzettingen had beloofd, staat veel op het spel. Wanneer in mei 2025 een geplande uitzettingsvlucht op het laatste moment wordt afgeblazen, blijkt hoe afhankelijk Duitsland van de Taliban is geworden om die belofte waar te maken. De Taliban eisen eerst meer invloed op hun diplomatieke vertegenwoordiging in Duitsland, zo onthult de Duitse publieke zender NDR, voordat nieuwe uitzettingen kunnen plaatsvinden.

De onwillige consul Kabiri merkt dat zijn aflopende diplomatieke verblijfsstatus niet wordt verlengd. „Zo probeerden de Duitsers mij onder druk te zetten”, zegt hij. Maar hij blijft weigeren met de Taliban te praten, waarna zijn diplomatieke status definitief wordt ingetrokken. De consul moet zijn functie neerleggen en vraagt asiel aan. Kabiri is nog in afwachting van de uitslag. „Het grappige is”, zegt hij, „dat toen ik consul werd, ik de autoriteiten moest verzekeren dat ik géén connecties heb met de Taliban. En nu ben ik ontslagen, omdat ik niet voor ze wil werken.”

Kort daarna accrediteert Duitsland twee door de Taliban aangewezen consulaire medewerkers, die aan de slag mogen op de ambassade en het consulaat. Pas daarna vertrekken nieuwe uitzettingsvluchten. In juli 2025 stijgt vanuit Leipzig een vliegtuig op met 81 veroordeelde Afghanen aan boord: de grootste uitzetting sinds de machtsovername door de Taliban.

Het laat zien hoe de verhoudingen zijn verschoven, zegt Kabiri. De Taliban benutten volgens hem het Europese anti-immigratiebeleid door haar eigen mensen naar Europa te sturen. Dat idee is niet nieuw. Al in 2023 adviseerde het Centrum voor Strategische en Regionale Studies, een Afghaanse denktank onder de Taliban, de nieuwe machthebbers al om hun diplomatieke aanwezigheid in Europa uit te breiden. Volgens de denktank zou dat een vorm van informele erkenning opleveren, die „vaak het begin vormt van permanente officiële erkenning”. En dat hebben de Taliban uiteindelijk nodig, om uit hun internationale isolement en bijbehorende financiële sancties te komen. 

Afghaanse vluchtelingen, van wie velen voor de Taliban zijn gevlucht, moeten zich nu tot dezelfde Taliban wenden om paspoorten te verlengen of andere documenten te regelen

De gevolgen zijn volgens Kabiri inmiddels zichtbaar. Afghaanse vluchtelingen, van wie velen voor de Taliban zijn gevlucht, moeten zich nu tot dezelfde Taliban wenden om paspoorten te verlengen of andere documenten te regelen. Daarnaast waarschuwt hij voor de toegang die de Taliban hiermee krijgen tot persoonsgegevens. „Het consulaat in Bonn was het knooppunt voor biometrische gegevens van Afghanen uit heel Europa. Met deze gegevens kunnen zij uitzoeken waar tegenstanders wonen en wie hun familie is. Ze kunnen hiermee simpelweg iedereen opsporen.” 

Lees ook

Voor Afghaanse vrouwen verdween ineens hun laatste lijntje met de wereld

Hand- en voetboeien

Aan boord van de Duitse uitzettingsvlucht met 81 Afghanen zit ook de twintiger S. Hij woonde jarenlang in Duitsland, ging er naar school en rondde er een opleiding af. Nadat hij werd veroordeeld voor het bezit van cocaïne, werd hij in juli 2025 uitgezet.

„We werden behandeld als zware criminelen”, vertelt hij vanuit Afghanistan. „We hadden hand- en voetboeien om en ieder van ons had een eigen bewaker.” Bij aankomst werden de mannen opgewacht door de Taliban. „Bij aankomst werden we door de Taliban ontvangen, eerst vriendelijk, omdat er veel media aanwezig waren. Toen de camera’s weg waren werd het onaangenaam. We werden naar een ruimte geleid waar ieder van ons moest vertellen wat we hadden gedaan en waarom we waren uitgezet. De eerste paar mensen zeiden dat ze niets hadden gedaan. En toen zei iemand: ik heb twee Duitsers gedood met een mes. Ik was in shock. Maar de veiligheidsbeambte zei: ‘Good job.’”

In navolging van Duitsland zoeken ook andere Europese landen in 2025 de praktische samenwerking met de Taliban op. Oostenrijk en Zwitserland nodigen Taliban-vertegenwoordigers uit op hun luchthavens om veroordeelde Afghanen te identificeren en reisdocumenten af te geven.

De bezoeken blijken geen garantie voor succes. De dertien Afghanen die Zwitserland na zo’n identificatiesessie wilde uitzetten, bevinden zich nog altijd in het land. Er moet daarom een gezamenlijke Europese aanpak komen, melden twintig landen waaronder Nederland in oktober 2025 aan de Europese Commissie. Begin 2026 reist een Europese delegatie naar Kabul. Daar krijgt de Commissie van de Taliban de toezegging dat teruggestuurde Afghanen niet opnieuw zullen worden vervolgd voor strafbare feiten waarvoor zij al in Europa zijn berecht. De Taliban heeft zelf ook eisen, die ze overbrengen bij het recente bezoek in Brussel: ze willen hun Europese aanwezigheid uitbreiden. Zakir Jalaly, directeur Politieke Zaken van het Afghaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, noemt Duitsland en Noorwegen het „model” voor de rest van Europa. Het zijn de enige Europese landen waar inmiddels door de Taliban aangewezen diplomaten op Afghaanse vertegenwoordigingen werkzaam zijn. 

Na de bijeenkomst overweegt ook Nederland zo’n constructie. Het CDA zegt daarvoor open te staan, zolang dat niet neerkomt op formele erkenning van het Taliban-regime.

Het kabinet heeft 290 uitgeprocedeerde Afghanen op het oog, waarvan zo’n veertig een strafblad hebben

De woordvoerder van minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) wil niet zeggen wat er in Brussel is besproken met de Taliban, maar benadrukt dat het „een prioriteit” van het kabinet is om „zoveel als mogelijk vreemdelingen” zonder verblijfspapieren terug te sturen. Het kabinet heeft hiervoor 290 uitgeprocedeerde Afghanen op het oog, waarvan zo’n veertig een strafblad hebben of als gevaar voor de veiligheid zijn aangemerkt.

Welke betekenis Nederland toekent aan de beloftes van de Taliban om terugkeerders netjes te behandelen, wil het kabinet niet zeggen. Volgens Van den Brinks woordvoerder zal Nederland „onder alle omstandigheden” de mensenrechtenverdragen naleven. 

Volgens Jonas Grimheden, mensenrechtenfunctionaris van Frontex, is dat juist het probleem. Het Europese agentschap kan volgens hem niet meewerken aan gedwongen uitzettingen naar Afghanistan, omdat het ook verantwoordelijkheid draagt voor wat er daarna met terugkeerders gebeurt. „Frontex moet de Afghaanse autoriteiten kunnen aanspreken als terugkeerders onmenselijk worden behandeld”, zegt hij. Daarvoor is volgens hem een verdrag of een andere formele juridische overeenkomst nodig. „En dat is heel moeilijk als je de andere partij niet erkent.”

De „vage garanties” van de Taliban zijn volgens hem niet voldoende. „Daar kun je niet op afgaan. Vooral niet als je weet dat deze mensen in een zeer moeilijke situatie terechtkomen.” De Verenigde Naties waarschuwden vorige week dat driekwart van de Afghaanse bevolking – bijna 29 miljoen mensen – niet in de basisbehoeften kan voorzien.

Lees ook

Afghanen zijn niet meer welkom in hun buurlanden, maar ‘thuis’ is er amper opvang

Terugkerende vluchtelingen duwen een handkar de grensovergang Islam Qala tussen Iran en Afghanistan over. Foto Muhammad Balabuluki / Middle East Images via AFP

Hoofd omlaag

Dat beaamt S., die Duitsland werd uitgezet. „Het is hier een catastrofe. Er is alleen maar werkloosheid. Alles is anders dan in Duitsland. Daar zijn tenminste regels.” Met hulp van een advocaat probeert S. weer terug te keren. 

De Zwitserse timmerman J. komt twee jaar na zijn uitzetting zo min mogelijk buiten. Hij behoort tot de Hazara, een minderheid die onder de Taliban te maken heeft met discriminatie en geweld. „Zodra de politie je aanspreekt, moet je je hoofd omlaag houden. Ze kunnen je slaan om niets”, zegt hij. 

De vragen kunnen overal over gaan. Waarom is zijn haar te lang? Waarom draagt hij deze kleren? Waarom heeft hij geen baard? Ze lachen hem uit en noemen hem ‘vrouw’. Omdat hij amper baardgroei heeft, overwoog hij zelfs een haartransplantatie, maar die was te duur.

Ondertussen leeft hij van het laatste geld dat hij als timmerman in Zwitserland heeft verdiend en probeert hij een visum voor Turkije te krijgen. Lukt dat niet, dan schat hij zijn overlevingskansen op „ongeveer 10 procent”.

In Kabul ontmoette J. een man die familie was van twee jonge Afghanen die kort daarvoor uit Duitsland waren uitgezet. „Vandaag gaan we hen begraven”, zei de man. J. zoekt naar het juiste woord. „Ze hebben… Selbstmord… sorry, dat is Duits.” Hij schakelt over naar Engels. „They killed themselves.” 

Zelf heeft hij er ook over nagedacht. „Ik ben alleen. Ik ben depressief. Maar daarom kan ik mezelf niet doden. Ik heb ook een geschiedenis. Soms is het leven zwaar, soms is het mooi.” 

Lees het hele artikel