Vijf jaar geleden hadden Fokke & Sukke een paar honderdduizend volgers op Twitter. Maar de cartoons gingen steeds vaker „viraal op plekken waar ik er helemaal geen zin in had”, vertelt Jean-Marc van Tol, een van de drie makers. Hij is een vroege bekeerling tot de zogenoemde ‘fediverse’, de wereld van alternatieve sociale media.
Van Tol stuurde een enthousiaste mail in reactie op het essay waarin ik schreef dat ik een eigen socialemediaserver op wil zetten voor NRC. ‘Mijn rekenkracht, mijn regels’, stond erboven. Dat had NRC wat hem betreft al veel eerder moeten doen. Een plek waar abonnees nieuws kunnen volgen, maar daar ook op kunnen reageren en zelf dingen toevoegen.
„Wij doen graag mee, met Fokke & Sukke. We zitten al op Bluesky en Mastodon, maar zouden het tof vinden als onze cartoons die nu gratis op de NRC-website staan ook een eigen hoekje krijgen op de server.” Mensen zouden daar met voorstellen en verbeteringen kunnen komen voor Fokke & Sukke, denkt hij hardop. „Dat kan nu ook allemaal op X en andere socials, maar daardoor zorg je ervoor dat die Amerikaanse platforms blijven bestaan. Ik zou veel liever willen dat NRC zelf de baas blijft over alle inhoud die wordt gegenereerd en niet de zakken van Elon Musk of wie dan ook spekt.”
Het was een van een hele reeks inspirerende reacties en mensen die aanboden te helpen en mee te denken of zelfs te bouwen. Dat is ontzettend prettig, want de keuzes zijn complex. Dit artikel gaat over het kiezen van een ‘protocol’, de technische basis die ervoor zorgt dat de NRC-server deel uitmaakt van een breed sociaal netwerk.
Planeethoppen
De cartoon Fokke & Sukke wordt veel gedeeld via Bluesky en Mastodon, twee socialemedianetwerken die fundamenteel anders zijn dan de grote namen uit de big techwereld, zoals Instagram, X, Facebook en TikTok. Op die bekende platformen beslist het bedrijf erachter wat je te zien krijgt (en wat niet), en het verdient aan de data die je met hen deelt terwijl je scrolt en liket. Je zou de gebruikers kunnen zien als leveranciers van grondstoffen.
Bluesky en Mastodon zijn anders georganiseerd. Er is geen centrale macht die bepaalt. Alle beslissingen liggen bij de gebruikers. En bij de beheerders van de verschillende servers waaruit die gebruikers kunnen kiezen. De keuzevrijheid is enorm. Maar dat maakt die alternatieve socialemediawereld ook behoorlijk onoverzichtelijk.
Die servers kun je vergelijken met planeten in het heelal. Het zijn er duizenden en ze verschillen sterk van elkaar. Iedere server heeft zijn eigen kenmerken en bijvoorbeeld afspraken over de omgangsvormen en het beheer – de moderatie.
Maar doordat ze zich committeren aan dezelfde technische afspraken – ze gebruiken hetzelfde protocol, waarover later meer – kunnen ze met elkaar communiceren en vormen al die kleine planeten ofwel servers samen een groot sociaal netwerk. En als de planeet je niet meer bevalt, kun je naar een andere verhuizen, planeethoppen.
Wie een account aanmaakt in die wereld van alternatieve sociale media moet kiezen welke server zijn uitvalsbasis wordt. Fokke & Sukke begonnen met een Mastodon-account op een Duitse server. Daar zijn er veel van, want de bedenker van het Mastodon-protocol (in 2016) is een Duitser.
Semifedi?
Het was geen onmiddellijk succes. „Die Duitsers snapten die cartoons niet. Ze blokkeerden ze steeds vanwege het piemeltje.” Dat stopte nadat Van Tol de bedenker van het protocol een mailtje had gestuurd, waarna die de moderatoren aansprak. Iets wat je als gefrustreerde gebruiker van Instagram niet hoeft te proberen. „Die gemeenschap was heel klein.”
In vergelijking met de grote platforms is die gemeenschap dat nog steeds. Er zijn inmiddels 13,4 miljoen Mastodon-accounts op ruim 42.000 servers. Van die accounts zijn er 1,1 miljoen maandelijks actief: ze openen de site regelmatig of plaatsen berichten. En er zijn bijna 45 miljoen accounts op Bluesky, een sociaal netwerk dat Van Tol als ‘semifedi’ betitelt. Hoe zit dat?
Het gedachtegoed achter Bluesky en Mastodon is voor 90 procent hetzelfde. In mijn hoofd passen beide daarom onder de paraplu ‘fediverse’. Die term wil zoveel zeggen als ‘gefedereerd universum’.
Ik vind federeren een lelijk woord. Het wordt gebruikt om duidelijk te maken dat de beheerders van servers keuzes kunnen maken. Dankzij het gebruik van hetzelfde protocol kunnen servers met elkaar samenwerken en uitwisselen, zoals e-mailservers dat ook doen. Maar dat hoeft niet. Het is een keuze met wie je wel of geen contact wilt. Truth Social, de Mastodon-server van Donald Trump ‘federeert’ niet met andere servers. En de meeste servers binnen de fediverse willen helemaal geen uitwisseling met bijvoorbeeld rechtsextremistische servers. Die hebben ze dus geblokkeerd.
Zowel Mastodon als Bluesky onder de fediverse scharen is tegen het zere been van techpuristen, want ze gebruiken verschillende protocollen en vormen daardoor twee aparte stelsels. De planeten in het Mastodon-stelsel gebruiken de computertaal (het protocol) ActivityPub, waardoor ze op elkaar aansluiten. Zij claimen de term fediverse. Die in het Bluesky-stelsel het AT Protocol. En dat is net even anders. De AT-Protocol-wereld wordt de Atmosphere genoemd. Daarom gebruikte tekenaar Van Tol van Fokke & Sukke de term ‘semifedi’.
Servers als planeten in de ruimte
De fediverse en de Atmosphere: een mijnenveld
Het valt nog niet mee om grip te krijgen op de verschillen tussen de fediverse en de Atmosphere. Die zijn technisch, maar ook ideologisch en cultureel. En het is een mijnenveld.
Veel Mastodon-gebruikers wantrouwen de makers van het protocol achter Bluesky. De drijvende krachten daarachter zitten in de Verenigde Staten en het wordt verder ontwikkeld met geld van investeerders. „Het ruikt te veel naar Big Tech”, schrijven meerdere mensen als ik informeer naar hun keuzes voor een van de twee protocollen.
Omgekeerd komen andere typeringen veel terug. Mastodon is supersympathiek, zeggen Bluesky-adepten, maar ze zijn er zó principieel dat de onderlinge discussie de technische ontwikkeling vertraagt. Bovendien zit het er bomvol Duitsers die het nodig vinden je eens per dag de Europese privacywetten uit te leggen.
Het voelt alsof ik net vegetarisch ben gaan eten en nu gelijk moet beslissen of ik doorstoot naar veganisme.
Ik vind sociale media een soort kroeg. Voor je beleving maakt het wel uit of je naar een brasserie gaat of naar een bruine kroeg
‘Je moet eerst een andere vraag beantwoorden’
Aan de Radboud Universiteit in Nijmegen hoop ik mijn anekdotische indrukken te toetsen aan academische kennis. Daar zit de Interdisciplinary research hub on digitalization and society (iHub). Ik spreek hoogleraar Bart Jacobs en universitair hoofddocent Jaap-Henk Hoepman. En beide vertellen me in verschillende bewoordingen dat ik pas een protocol kan kiezen nadat ik andere vragen heb beantwoord.
Bart Jacobs drukt me op het hart eerst na te denken over de vraag hoe ik controleer wie gebruikers van mijn server echt zijn. „Dat is de basis. Je moet identiteit geregeld hebben voordat je kunt gaan communiceren.” Want voor ik het weet komen haters met nepaccounts de sfeer op mijn server verpesten. Als ik die buiten wil houden moet ik bedenken hoe. Of ik vervolgens kies voor protocol A of protocol B is in zijn ogen een detail.
Ik zou alleen NRC-redacteuren een account op de server kunnen geven, opper ik. Of redacteuren en abonnees. Dat kan werken, denkt Jacobs.
Zijn collega Jaap-Henk Hoepman raadt me aan de tijd te nemen om zowel op Bluesky als Mastodon te grasduinen. Hij is op beide actief en noemt het publiek ‘totaal verschillend’. „Ik vind sociale media een soort kroeg. Voor je beleving maakt het wel uit of je naar een brasserie gaat of naar een bruine kroeg.”
In de dagen na mijn bezoek aan Nijmegen poog ik op basis van mijn persoonlijke ervaring beide protocollen te vergelijken.
Mijn indrukken: op Bluesky zitten meer politici en opiniemakers. Het wordt mede daardoor vaak vergeleken met het Twitter van tien jaar geleden, toen de feeds nog chronologische tijdlijnen waren. Hier zitten de twittervluchtelingen, die koste wat het kost willen voorkomen dat hun vluchtheuvel op X gaat lijken. Het is alsof gebruikers bang zijn om impulsief te reageren of iemand voor het hoofd te stoten. Ik zie weinig dialoog. Op Mastodon tref ik veel mensen die geopinieerd en geïnformeerd zijn over technologie en privacy. Er is veel interactie. En die levert me nuttige lees-, luister- en kijktips op.
Ik verdwaal er wel voortdurend. Mastodon is een stuk onoverzichtelijker dan Bluesky. Dat heeft zowel technische als historische redenen. De dataopslag is anders georganiseerd. En Mastodon is ouder en heeft veel meer (kleine) servers, die gemeenschapjes vormen. Dat maakt het netwerk lastig doorzoekbaar.
Bluesky is nog vooral in theorie decentraal, maar tot voor kort zat vrijwel iedereen op dezelfde server of planeet. Inmiddels zijn het er meer, met verschillende identiteiten. Naast Bluesky heb je Blacksky, dat een eigen moderatieteam en filters voor de inhoud heeft. Die zijn er onder meer op ingericht te voorkomen dat racistische stereotypen en misogyne berichten de tijdlijnen van hun gebruikers bereiken.
Een paar maanden geleden heb ik mijn (slapende) account van Bluesky verhuisd naar de server van Eurosky. Die is opgericht vanwege de behoefte aan Europese digitale onafhankelijkheid van de VS. Mocht het bedrijf Bluesky ooit in verkeerde handen komen, dan draait Eurosky gewoon door op de servers van een in Nederland geregistreerde non-profit.
Vredespijp
Een van de drijvende krachten achter Eurosky is de Franse techconsultant Robin Berjon. Technisch was het vrij eenvoudig om de Eurosky-server op te zetten, vertelt hij als ik hem uithoor in een poging mijn vervolgstappen te bepalen. Ook hij adviseert om me niet te veel te laten afleiden door de ‘protocolvraag’ en na te denken over de gebruikerservaring. „Uiteindelijk draait het om het product.”
Berjon is in Nederland voor een conferentie over alternatieve sociale media. Tijdens die bijeenkomst wordt een vredespijp gerookt. Vertegenwoordigers van de verschillende protocollen publiceren een verklaring, waarin ze benadrukken dat ze elkaar aanvullen en dezelfde doelen nastreven. Ze vinden het zelf duidelijk ook een tikje karikaturaal dat ze elkaar binnen een miniem deel van de markt voor sociale media vliegen proberen af te vangen, terwijl de echte tegenstanders de grote techbedrijven zijn.
Het onderscheid dat hij maakt is ruwweg: Activitypub (het protocol achter onder meer Mastodon) gebruik je als je een enigszins eenvormige gemeenschap wilt bouwen. En AT Protocol (van Bluesky/Eurosky) als je meer mikt op een ervaring die lijkt op wat mensen kennen van sociale media.
Zijn uitleg daarbij: de grote techbedrijven zijn „monolieten, waar in een black box heel veel beslissingen worden gemaakt zonder tegenmacht”. Dezelfde – soms complexe – beslissingen en verantwoordelijkheden zijn er ook in een stelsel met heel veel verschillende servers. Op een kleine server met een eenvormige gemeenschap lukt het nog wel om het eens te worden over het modereren van inhoud, dus bijvoorbeeld over wie moet worden geblokkeerd. Op grotere schaal is dat veel moeilijker.
„Over sommige dingen wil je niet met een miljoen mensen moeten besluiten. Boven een bepaalde schaal heb je beleid nodig en krijg je politiek.” Het AT Protocol is geschikter voor die situaties, denkt hij. De verschillen hangen onder meer samen met de manier waarop data wordt opgeslagen. Bij ActivityPub staat die grotendeels op de server die je gebruikt. Bij AT Protocol heeft iedere gebruiker een soort persoonlijke dataserver.
Ik vind het moeilijke vragen. Ik wil een beschaafde online ruimte, maar het ook overal over kunnen hebben. En het wordt saai en oninteressant als daar alleen gelijkgestemde mensen zijn die elkaars meningen echoën. Hier wil ik over doorpraten met lezers en collega’s.
Je zult beleidsdiscussies krijgen die je nooit eerder had
Geen gebrek aan visie
Renaud Chaput is ook naar de conferentie in Amsterdam gekomen. Hij is de technisch directeur van Mastodon, een Duitse nonprofit. De Franse programmeur (40) bouwt al software sinds hij acht is. „Hoe ouder ik word, hoe politieker.” Hij haalde zijn nieuws altijd van Twitter, maar vertrok van het platform nadat Elon Musk het kocht.
Op dat moment probeerden miljoenen mensen tegelijk de overstap naar Mastodon te maken, dat daar haast onder bezweek. „Ik merkte dat het eigenlijk maar door één man gerund werd en wilde helpen.” De oprichter woonde nog bij zijn ouders en werkte vrijwel zonder budget. Er zijn veel vrijwilligers, maar het kost ook tijd om die te organiseren. Sinds twee jaar helpt Chaput betaald mee aan de uitbouw van het netwerk. „We proberen te groeien en professionaliseren.”
Aan visie en ideeën geen gebrek. Wel aan mankracht, hoewel er inmiddels vijftien mensen op de loonlijst staan. Dat lukt meer doordat ze betalende klanten hebben. Zoals bijvoorbeeld de Europese Commissie, die zijn mastodon-server door de stichting laat hosten.
Ons gesprek duurt twee uur en het valt me op dat hij niet poogt NRC een Mastodon-server aan te smeren. Net zoals Berjon dat niet bij Eurosky probeert. In de korte comments online lijkt de concurrentie op de alternatieve socials feller dan ik die in deze gesprekken ervaar. Chaput: „In het sterrenstelsel van de sociale media staan wij uiteindelijk toch het dichtst bij elkaar.”
„De technische kant is gemakkelijk”, wuift ook Chaput een deel van mijn vragen weg. „De echte complexe vragen zijn sociaal. Die draaien om mensen.” Als bij Mastodon moet worden besloten over een technische aanpassing houden ze eerst een uitgebreide brainstorm met als centrale vraag ‘hoe zou dit verkeerd gebruikt kunnen worden?’. „Slechte mensen hebben heel veel manieren om online slecht te doen,” zegt Chaput met een gelaten lach. Ook hij raadt aan vooraf goed na te denken wat voor gemeenschap ik wil en vooral wie er een account op de NRC-server zouden moeten kunnen krijgen.
„Je zult beleidsdiscussies krijgen die je nooit eerder had”, voorspelt hij. Over gedragsregels, identiteitsverificatie, onderwerpkeuze, moderatie, het gebruik van algoritmen, het al dan niet toestaan van advertenties en ga zo maar door. „Maar dat is ook goed. In plaats van die beslissingen in de handen leggen van een paar miljardairs, moeten mensen erover nadenken.”
Socialemediaserver voor NRC
Techredacteur Marloes de Koning probeert een eigen socialemediaserver voor NRC op te zetten. Lees hier op welke obstakels ze stuit.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/08102317/110626ECO_2034290319_wallstreet3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/10161431/100626DEN_2034294294_kool-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/10154422/100626VER_2034337795_data.jpg)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/09225550/100626SPO_2034331421_.jpg)
English (US) ·