Donald was moegestreden. Het is niet leuk om altijd maar gezien te worden als die man met die malle hoed

2 uren geleden 1

De voormalig directeur van Milieudefensie zit aan zijn bureau op zijn nieuwe werkkamer in IJmuiden. Hij kijkt naar buiten. Een landschap aan pijpen, buizen, stoom en rook, bruggen, vierkante gebouwen zonder ramen, kleine figuurtjes beneden, de glinsterende zee in de verte.

Hij is hier nu al een poosje. De storm is wat gaan liggen, zo voelt het inmiddels. Boze mails, gekke telefoontjes, huilende collega’s van vroeger: hij hoort niets meer. Dat wist hij wel, hij is niet van gisteren. Hij weet als geen ander hoe de hazen lopen. Hij weet hoe verontwaardiging op kan vlammen, sterker nog, hij wist hoe hij dat vuurtje aan kon steken. Maar hij weet ook hoe snel, en zeker in deze verrotte, wrede wereld, de aandacht wegzakt, verdwijnt, overgeheveld wordt naar een andere schande.

Dat is dan ook waarom hij is gegaan. Hij was moegestreden. Het is niet leuk om altijd maar gezien te worden als die man met die malle hoed. Zelfs toen hij Shell verpletterde werd hij aangekeken alsof hij een balsturig kind was. Het was, zo voelde hij aan alles, tijd om een man onder mannen te worden, om de moshpit in te duiken, om het beest van binnenuit te bevechten. Er was één iemand die het voor hem opnam. Een econoom, in de Volkskrant, die hem een held noemde. Het had hem niet echt aangestaan hoe er over zijn voormalige strijdmakkers werd gesproken, alsof iedere oud-collega een hysterische klimaatkrijser was geweest maar, aan de andere kant, die wanhopige onmacht, dat eeuwige verliezersgevoel, was wel precies de reden dat hij deze stap had gezet.

De voormalig directeur van Milieudefensie voelt zijn maag knorren. Hij kijkt op zijn horloge. Een Patek, eindelijk. Vintage, natuurlijk, maar mocht hij ook eens? Op weg naar de kantine komt hij een collega tegen die hem eraan herinnert dat hij vanmiddag een vergadering met aandeelhouders heeft over de nieuwe pr-strategie. Hij knikt. Eerder deze week had hij even overwogen om ze allemaal een loer te draaien. Sabotage. Reclame die eigenlijk helemaal geen reclame was. Iets wat burgers direct zouden oppikken, een noodsignaal, een stiekeme oproep om dit bedrijf te slopen. Maar dan zo slim gedaan dat ze het hier niet zouden doorzien.

Misschien was het beter om zoiets op een later moment te doen, als hij wat meer gewend was.

In de kantine haalt de voormalig directeur van Milieudefensie een broodje hummus. Het is zijn eerste wapenfeit: een vleesvrije lunch voor alle medewerkers. Bij de koffieautomaat komt hij Michael en Pieter tegen, twee collega’s van de koudbandwalserij. Michael steekt zijn duim omhoog. Pieter lacht breed. Ze kijken hier verdomme allemaal naar hem alsof hij een trofee is.

Michael steekt zijn duim omhoog. Pieter lacht breed. Ze kijken hier verdomme allemaal naar hem alsof hij een trofee is  

Terug op zijn kamer besluit hij zijn notitieblok er nog eens bij te pakken. Terwijl hij traag kauwt, overziet hij zijn geheime stappenplan. Hij zal ze krijgen. „Je bent een luis in de pels, Donald”, fluistert hij tegen zichzelf. „Vergeet dat nooit.” 

Hij kijkt weer naar buiten. De rookwolken onttrekken de zon aan zijn zicht. Zijn huid jeukt soms sinds hij hier werkt. Hij vraagt zich af hoe het met zijn oude makkers is. Wat zouden ze nu doen? Weer zo’n zinloze rechtszaak voorbereiden?

Soms lijkt iedereen hem vergeten. Is dat wat hij wilde? Hij weet het niet meer.

Zijn broodje is op. Afgezien van het gedreun en gesis is het stil. Hij voelt zich alleen. Misschien moet hij hier toch een paar echte vrienden maken.

Hij slaat zijn notitieboekje dicht. Morgen, echt waar, begint hij aan het grote werk.

Lees het hele artikel