Door windturbines en zonnepanelen kan Spanje opstaan tegen Trump

2 uren geleden 1

Zwarte rollen ‘plakband’ die groter zijn dan mensen worden uitgerold door een draaiende metalen machine. Gigantische rotoren schitteren onder de tl-lampen. Aan de fabriekshallen lijkt geen einde te komen. Alles in deze fabriek van winturbinebouwer Vestas in Spanje, waar ze de bladen maken, is duizelingwekkend groot.

De fabriek staat midden in een dorre vlakte in de Spaanse gemeente Daimiel, provincie Ciudad Real. 33.000 vierkant meter oppervlakte. Drie witte, strakke betonnen gebouwen. Een ‘achtertuin’ die doet denken aan een vliegveld, maar in plaats van geparkeerde vliegtuigen liggen er op het asfalt windturbinebladen van 80 meter lang. Ter vergelijking: een Boeing 737 is zo’n 40 meter lang.

Aan de vooravond van een driedaags congres van brancheorganisatie WindEurope in Madrid, krijgt een groep journalisten een rondleiding op het complex. Dat de conferentie, en dus dit bezoek, in Spanje plaatsvinden, is geen toeval. Spanje heeft de laatste jaren sprongen gemaakt met de energietransitie, vooral sinds de energiecrisis in 2022 nadat Rusland Oekraïne binnenviel. De Spaanse elektriciteitsmix bestaat nu voor 42 procent uit wind en zon tegenover een Europees gemiddelde van 30 procent, becijferde denktank Ember. Met kernenergie en waterkracht meegerekend gaat het om 75 procent groene opwekking. De overige 25 procent komt uit fossiele bronnen.

De elektriciteitsopwekking uit zon en wind op eigen land is niet alleen goed voor het klimaat – Spanjaarden weten alles van droogte, bosbranden overstromingen en hittegolven. Het maakt Spanje ook minder kwetsbaar voor de stijgende prijzen van fossiele brandstoffen als gevolg van de oorlog in Iran.

De elektriciteitsprijs wordt bepaald door de duurste producent die nodig is om aan de totale elektriciteitsvraag te voldoen. De laatste megawattuur die wordt toegevoegd aan het totale aanbod zet zo de prijs voor alle eerdere aanbieders. Die zogeheten price setter  kan een gasgestookte centrale met hoge marginale kosten zijn of een wind- of zonnepark met vrijwel geen marginale kosten.

In Spanje is steeds vaker dat laatste het geval. „Daarom lag de groothandelsprijs voor elektriciteit in Spanje in de eerste helft van 2025 gemiddeld 32 procent lager dan het EU-gemiddelde”, schrijft Ember.

Overigens gaat dit alleen over elektriciteitsverbruik en niet over de totale energievraag. Transport en industriële processen zijn nog lang niet allemaal geëlektrificeerd.

In de Vestas-fabriek klinkt Spaanse reggaeton uit de radio, gemixt met piepjes en gezoem uit de machines.

Factory GE Vernova, Noblejas, Spain.

Dat Spanje goedkope stroom heeft, betekent niet dat Spanjaarden hun energierekening als goedkoop ervaren. Sterker nog, in een studie die vorige week verscheen in vakblad Energy Policy staat juist dat energiearmoede in Spanje een beduidend groter probleem is dan in Nederland. De uiteindelijke energiekosten hangen van meer af dan de manier waarop elektriciteit wordt opgewekt. Ook belastingen, bijvoorbeeld, spelen een rol.

. „In Spanje zijn meer huishoudens die moeite hebben hun woning voldoende te verwarmen, terwijl er ook meer huishoudens zijn met problemen bij het betalen van hun energierekening”, zegt Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en een van de auteurs van de studie. Maar hoe dan ook; de energiearmoede was ook toegenomen zonder al die schone elektriciteit.

Het feit dat Spanje minder last heeft van het duurder worden van fossiele brandstoffen, levert niet alleen economisch, maar ook politiek speelruimte op.  Zo „kan Spanje opstaan tegen Donald Trump”, zei Jan Vos, voorzitter van de Nederlandse branchevereniging voor windenergie NedZero, op de conferentie. „Nederland is daarentegen terecht bang dat Donald Trump stopt met het exporteren van vloeibaar gas.”

Een grote turbine levert op jaarbasis genoeg op voor ruim tienduizend Europese huishoudens.

Spaanse reggeaton

Wie weleens naast een windturbine heeft gestaan, weet hoe imposant ze zijn. De nieuwe modellen van het Deense Vestas (37.000 medewerkers) zijn 225 meter hoog, 40 meter hoger dan de Euromast in Rotterdam. De offshore-varianten zijn zelfs hoger dan 260 meter. Een grote turbine levert op jaarbasis genoeg op voor ruim tienduizend Europese huishoudens.

In de fabriek klinkt een mix van Spaanse reggaeton uit de radio (voor de concentratie) en piepjes en gezoem uit machines. De geur doet denken aan die van nieuwe auto’s. Achter hekken bewegen machines heen en weer. Die machines worden bestuurd door medewerkers via een computerscherm buiten de hekken.

Even verderop maken fabrieksmedewerkers een van de 80 meter lange, zwarte tafels schoon. Die tafels hebben de vorm van windturbinebladen. In deze mallen leggen ze later dunne laagjes wit glasvezel op elkaar. Zwarte koolstofstrippen bieden versteviging. Het resultaat vormt een onder- of bovenhelft van een turbineblad.

Pfff…Pfff… Vanuit een groot metalen vat loopt een gele buis naar de mal. Onder hoge druk en in een vacuümzak spuit het infuus kunsthars tussen de lagen glasvezel. Zodra het mengsel is uitgehard, worden de twee helften op elkaar gelegd en vastgelijmd. Hier blijkt dat ook Spanje niet helemaal zelfstandig is. Glasvezel moet uit andere Europese landen, China of India komen.

Lees ook

Windmolenwieken werken verrassend goed als geluidswal: door de vorm ‘verwaaiert’ het lawaai dat ertegenaan kaatst

Oude windmolenwieken als geluidscherm langs de A58, bij Oirschot.

Slecht rendement

Hoewel Spanje in Europa een voorloper is, neemt het aantal windturbines er niet zo hard toe als het land zou willen. Dat is een keerzijde van de goedkope hernieuwbare elektriciteit. Op de WindEurope-conferentie laat Juan Virgilio Marquez Lopez, baas van de Spanish Wind Energy Association, op zijn telefoon zien dat die dag de elektriciteitsprijs op de spotmarkt (de korte termijnmarkt) 0 euro per kuub gas is. Dat komt dus door het goedkope aanbod van hernieuwbare energie. Pas later in de avond stijgt die weer richting de 90 euro. Vorig jaar had Spanje in totaal 800 uren waarop de prijs nul euro was, zegt hij. Het slechte rendement maakt investeringen in nieuwe projecten minder interessant.

Daarnaast gaan (milieu)vergunningen voor de bouw van nieuwe windparken of het moderniseren van nieuwe parken moeizaam, net als in de rest van Europa.

Ook Spanje wil meer windturbines, ondanks al zijn zonuren. Voor de stabiliteit van het stroomnet is het belangrijk om een gebalanceerde mix te hebben tussen verschillende bronnen. In een land dat vooral zonnepanelen heeft, schommelt de duurzame elektriciteitsproductie mee met de zon. Dat maakt het lastiger om het stroomnet te balanceren. En het zorgt voor sterk schommelende prijzen, hoewel die prijzen over het algemeen lager zijn.

Een manier om de elektriciteitsprijzen iets omhoog te krijgen en het investeringsklimaat voor nieuwe windparken te verbeteren, is het stimuleren van de elektriciteitsvraag vanuit de industrie. En het zou helpen als landen als Spanje hun goedkope elektriciteit kunnen exporteren naar andere landen in Europa; dat ze hun goedkope stroom kunnen delen. Maar nu zijn vooral Spanje en Portugal door hun ligging achter de Pyreneeën met slechts enkele verbindingen tussen Spanje en Frankrijk verbonden met de rest van Europa. Het versterken en uitbreiden van de kabels tussen Europese landen, iets dat de Europese Commissie zich voor heel Europa ten doel heeft gesteld, moet daar verandering in brengen.

Vorig jaar had Spanje in totaal 800 uren waarop de stroomprijs nul euro was

Strepen en punten

In de Vestasfabriek is het groepje journalisten inmiddels door naar de hal waarin de afwerking en de kwaliteitscontrole plaatsvindt. In deze laatste stap kunnen klanten kiezen hoe de bladen eruit komen te zien. Landen kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om hun windturbines te voorzien van rode strepen, handig in de buurt van luchthavens, of scherpe punten die de geluidsoverlast verminderen.

Door naar de achtertuin van Vestas. Tientallen bladen liggen klaar op het asfalt. De totale productie van de bladen duurt ongeveer vier weken. Hoeveel ze kosten, willen ze bij Vestas niet zeggen.

Uiteindelijk moeten de bladen (met een gewicht van ongeveer 19 ton) in hun geheel de snelweg op. Het kost een kraan en een team aan techneuten om ze veilig achter een vrachtwagen te hijsen met wielen onder het blad. De rotonde bij de fabriek moest worden verbouwd, zegt een medewerker. „De bladen worden groter en groter.”

Daarna rollen ze honderden kilometers achter de chauffeur aan zuidwaarts naar de havens van Motril of Carboneras. Van daaruit gaan ze de hele wereld over.

Lees het hele artikel