Dure woningen, overvolle scholen en een afvalberg van 25 meter: Bonaire kampt met groeiproblemen

2 uren geleden 1

Witte bungalows met donkere daken, omheinde tuintjes, auto’s voor de deur – een doorsnee keurige buurt. Alleen de onverharde zandwegen en wilde cactussen geven prijs: dit is een wijk op een Caribisch eiland.

Mi Kas Lagun – een nieuwbouwwijk ten oosten van Kralendijk, de hoofdstad van Bonaire – is gewild. In twee jaar werden hier 39 woningen neergezet, allemaal werden ze razendsnel verkocht. „Je kon een huis kopen vanaf 218.000 dollar. Een superprijs voor Bonaire”, zegt Mark Veldhuizen. De duurste huizen kostten drie ton.

Veldhuizen woont vijf jaar op Bonaire en importeert betonnen prefab huizen. „Een soort Lego voor grote jongens. Bij de nieuwste variant heb ik in de Chinese fabriek al elektra en waterleidingen laten aanbrengen. Dat scheelt tijd en geld, want op Bonaire is een enorm tekort aan woningen en bouwvakkers.”

Drommel, het bedrijf van Veldhuizen, loopt goed. Hij heeft klanten in Suriname, Colombia en Sint Eustatius. Maar nergens is de vraag zo groot als op Bonaire. „Ik heb nu zeventig huizen neergezet. We proberen alle lagen te bedienen: van sociale woningbouw tot het hogere segment.”

Lees ook

Curaçao: ‘In Nederland zijn mensen bezorgder dan hier’

Toeristen op een vaartuig in Willemstad, Curaçao.

Villawijken

Sinds 2010, toen Bonaire een bijzondere gemeente werd, is de bevolking explosief gegroeid: van 15.000 naar 27.000 inwoners. Er kwamen veel Europese Nederlanders, nu 17 procent van de populatie. Eerst verhuisden pensionado’s, sinds corona meer ondernemers. Ze nemen bedrijven over, openen hotels of restaurants. Jonnie Boer, de topkok uit Zwolle die vorig jaar overleed, opende in 2018 een restaurant bij beach resort Delfins op Punt Vierkant, een van de nieuwe villawijken zuidelijk van het vliegveld, waar volop wordt gebouwd.

Wie over het eiland rijdt, ziet een duidelijke scheiding tussen welvarende wijken en armere buurten. In die laatste wonen veelal Bonairianen en latino’s uit Colombia, Peru en de Dominicaanse Republiek. Ook deze groep immigranten, vooral werkzaam in de bouw, neemt snel toe. Een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Op zondagen zie je Nederlanders rondrijden: ‘Hier maken we studio’s, dat huis gaan we verhuren.’ Ze zijn gekomen om geld te verdienen

Veldhuizen over de tweedeling: „De kuststrook is voor vakantiegangers en Nederlanders, landinwaarts vind je de mensen van het eiland. Dertigers wonen hier vaak nog thuis.” Ze kunnen geen 1.500 dollar huur betalen voor een tweekamerwoning, ook koopwoningen liggen vaak buiten hun bereik. Dat geldt ook voor Bonairianen die terugkeren nadat ze hebben gestudeerd in Nederland.

Niels Hogeveen, compagnon van Veldhuizen, woont ruim twintig jaar op Bonaire. Hij ziet ook wel verbetering. „We hebben nu meer supermarkten, het ziekenhuis is beter – daar vlogen vroeger de vogels doorheen.” Wel ziet hij dat nieuwe bewoners uit Nederland steeds meer kavels en huizen kochten. „Op zondagen zag je ze rondrijden: hier maken we studio’s, dat huis gaan we verhuren. Ze zijn gekomen om geld te verdienen.”

De twee mannen willen positief blijven – „het is ook onze klantenkring” – maar zien dat de nieuwelingen samenklitten. Hogeveen: „Op vrijdag gaan ze naar de populaire beachclubs. Wij drinken liever een biertje met een lokale snack.” Het stoort Veldhuizen dat de nieuwkomers zich weinig aantrekken van de lokale cultuur. „In Nederland klagen ze dat migranten zich niet aanpassen, maar hier doen ze precies hetzelfde.”

Het dorp Rincon op Bonaire.

Foto Remko de Waal / ANP

Wegwerkzaamheden op Bonaire.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Cultureel integreren

Ook Nina den Heyer, tot vorig jaar eilandgedeputeerde voor sociale zaken, is kritisch over de nieuwe „Nederlandse gelukszoekers”. Bonairianen omschrijft ze als „gastvrije, wat timide mensen die nieuwkomers omarmen, mits ze de cultuur respecteren”. Daarom stuit de houding van sommige Nederlandse ondernemers hen tegen de borst. „Ze zijn brutaal, spreken geen Papiaments, willen niet integreren. De Nederlanders die hier al langer wonen, ergeren zich daar ook aan.”

Nog maar een derde van de eilandbewoners bestaat uit geboren Bonairianen. En met alle „niet-lokale werknemers in de horeca langs de kade verliest Bonaire het eigen karakter”, zegt Den Heyer. „Qua omgang met klanten is er geen verschil meer tussen Kralendijk en Europees Nederland.” En door alle „witte toeristen verliest het eiland zijn identiteit”, zegt Den Heyer.

Niet dat ze pleit voor een stop, maar Den Heyer wil wel de migratiestroom matigen. „We moeten meer drempels creëren.” Een huisvestingsverordening moet betaalbare woningen toegankelijker maken voor mensen met een maatschappelijke binding, of degenen die vijf jaar op het eiland wonen. „Dat voorstel ligt klaar, maar het eilandbestuur voert het niet door.”

Veel bewoners vinden dat het bestuur langzaam opereert, ook omdat coalities zelden de eindstreep halen. In januari verloor het zittende college de meerderheid, omdat een raadslid de Partido Demokrátiko Boneriano (PDB) verliet. Dit stuivertje wisselen gebeurt vaker. Er wordt nu twee maanden gepraat, vooralsnog zonder resultaat.

Niet uit te leggen

De bevolkingsgroei zet ook druk op het onderwijs. De acht basisscholen op Bonaire hebben overvolle klassen, veertig kinderen zitten noodgedwongen thuis. Ook basisschool De Pelikaan, gesitueerd in Kralendijk, heeft een wachtlijst. „Volgens de Nederlandse grondwet heeft ieder kind recht op onderwijs, maar dat wordt hier niet gerealiseerd”, zegt Paul Pennock, directeur van De Pelikaan.

Volgens Pennock is de bevolkingsgroei al lang geleden voorspeld, maar reageert het bestuur pas als een probleem zich aandient. „De klassen groter maken, zoals de gedeputeerde onlangs voorstelde, is onmogelijk én geen oplossing voor het tekort.”

De Pelikaan vroeg al in 2018 nieuwbouw aan voor meer klassen. „In 2020 was de financiering uit Den Haag rond. Maar de aanbesteding duurde vier jaar. Intussen waren de bouwkosten met een kwart gestegen, dus dat vereiste weer extra geld.” Hij hoopt dat de bouw deze zomer begint.

Als gedeputeerde ben je voor het geld afhankelijk van die Haagse topambtenaar tegenover je: die moet mij leuk vinden én het eiland

De bureaucratie is stroperig, merkte ook Anjelica Cicilia. Tot 2025 was ze vakgedeputeerde voor ruimte en ontwikkeling. Ze groeide op op Bonaire, maakte carrière in Nederland, werd in 2023 bestuurder. Ze ziet de bestuurscultuur als oorzaak voor veel groeiproblemen. „De capaciteit is te gering en de expertise van ambtenaren te laag. We besturen steeds voor de korte termijn, om stemmen te winnen. Dat maakt ons eiland kapot.”

Cicilia wijst ook naar de Rijksoverheid: „We krijgen hier alleen de restjes. Mijn jaarbudget voor alle infrastructuur was 10 miljoen dollar! Het onderhoud van de weg Rincon-Kralendijk kost al het dubbele.” Volgens Cicilia staat Bonaire voor grote opgaven: onderwijs, woningen, zorg. „Maar als gedeputeerde ben je voor het geld afhankelijk van die Haagse topambtenaar tegenover je: die moet mij leuk vinden én het eiland.” Ze schat, op basis van rapporten, dat op het eiland tientallen miljoenen euro’s moeten worden geïnvesteerd.

Autobanden op een stortplaats op Bonaire.

Foto Stephan Kogelman / ANP

‘Overal lag troep’

Het acuutste probleem van Bonaire ligt acht kilometer oostwaarts van Kralendijk. Boven het gehucht Lagun torent een afvalberg van 25 meter: het directe gevolg van de bevolkingsgroei en 180.000 verblijfstoeristen per jaar. „Ooit was hier een mooie lagune met flamingo’s, nu is het een soort maanlandschap”, zegt Jan Verbeek van bewonersorganisatie Pro Lagun. Vijf jaar terug kwam hij hier wonen. „Het eerste bezoek aan de stort was een schok. Aannemers gooiden hier alles zomaar neer. Overal lag troep.”

In 2024 ging de stort branden. Niet één keer, maar regelmatig, door ondergronds smeulend afval. Door de rook moesten wijken worden worden ontruimd. Het RIVM stelde in de omgeving hoge dioxinewaarden vast. „Na een brand was het enige advies van het bestuur: lucht je huis goed. De omwonenden hebben klachten, maar zorg krijgen ze niet.”

Verbeek en diens vrouw Myvianca proberen aandacht te genereren in Nederland, onder meer via de Ombudsman. Ze hopen dat het eilandbestuur Den Haag om hulp vraagt en dat een commerciële partij de stort komt saneren. Maar het zittende college wil juist mínder bemoeienis en Den Haag maakt omtrekkende bewegingen vanwege de hoge kosten van sanering. „Het college wil nu zelf het afval sorteren, maar er is geen expertise. Zo schiet het niet op voor de omwonenden.”

Verbeek: „In Lagun is men aan het overleven. De huur is te hoog, de boodschappen zijn te duur. Het is bijna niet te doen.” Gezondheid is voor veel Bonairianen daarom een luxe, ziet hij. „Je voelt je soms bezwaard als Europese Nederlander. Mijn vrouw en ik hebben een goed inkomen, kunnen straks ergens anders wonen. Maar veel eilandbewoners kunnen geen kant op.”

Lees ook

Nederlandse staat beschermt inwoners van Bonaire onvoldoende tegen klimaatverandering

De eisers van Greenpeace in de rechtbank tijdens de uitspraak in de klimaatzaak van Greenpeace tegen de staat.
Lees het hele artikel