Forensische Spelen op Lowlands: laat jij geen sporen achter? Het NFI zoekt het uit

1 dag geleden 1

Het Nederlands Forensisch Instituut daagt Lowlands-bezoekers uit om de perfecte ‘crimineel’ te zijn. Scientias sprak onderzoekers over glasvezels, smartwatches en wachtwoordpsychologie.

Volgens het uitwisselingsprincipe van Locard laat elk contact een spoor achter. Maar klopt dat wel? Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) daagden festivalgangers op Lowlands uit om te bewijzen dat ze de uitzondering op die regel zijn. In de Forensische Spelen konden bezoekers zich uitleven als ‘crimineel’: slaan, schoppen, slepen en hacken, maar vooral géén bewijs achterlaten. Wat verraden sporen toch over wat je hebt gedaan? Scientias sprak met drie NFI onderzoekers over glasvezels, smartwatch data en wachtwoordpsychologie.

Elk contact laat een spoor achter – of toch niet?

In gesprek met Peter Zoon, forensisch PhD onderzoeker en wetenschapper bij het NFI.

Scientias: Het uitgangspunt is dat elk contact een spoor achterlaat. Maar jullie zoeken juist naar de uitzonderingen. Wat voor ‘crimineel’ zou ideaal zijn voor jullie onderzoek: iemand die extreem veel sporen maakt, of juist iemand die denkt dat hij niets achterlaat?

Peter, NFI: Ik denk eigenlijk de tweede. Kijk, mensen laten altijd sporen achter. Als iemand heel erg zijn best gaat doen geen sporen achter te laten, en we vinden tóch wat, met de gedachte niet gepakt te gaan worden, dan is dat best inzichtvol. Criminelen laten altijd wel iéts achter, dus ja, liever dat het er iets subtieler aan toe gaat en we toch iets kunnen terugvinden, in plaats dat het bewijs voor het oprapen ligt. De uitdaging zoeken. Dit boorduurt voort op de door ons gehanteerde ‘wet van Locard’, het uitwisselingsprincipe; elk contact laat een spoor na. Maar het kan ook iets subtieler zijn; dat je geen spoor hebt achtergelaten, maar juist iets hebt meegenomen. Bijvoorbeeld; als je een bestoft vensterbank hebt, en je drukt daar je hand op, dan kan het zijn dat je niks van je hand op dat oppervlak achterlaat, maar juist meegenomen, verdwenen stof.

Scientias: Hoe reageren mensen als toch blijkt dat ze sporen achterlieten in dit experiment hier op Lowlands?

Peter, NFI: We hebben dit ingestoken als een spel, en deelnemers hier hebben vaak een ‘aha’-momentje; ik heb echt toch veel meer sporen achter gelaten dan ik dacht. Aan het einde van het experiment hebben wij een plofzak met een fluorescerend vest eromheen en daar moet men tegen aan schoppen, als simulatie voor een misdrijf, een mishandeling, en dan krijg je dus hele kleine fluorescerende vezeltjes die komen op je broek. En datzelfde geldt voor glas, hele kleine deeltjes, denk aan zandkorreltjes grootte, ja, die kunnen we allemaal zien op de foto na het gespeelde misdrijf, vergeleken met de foto van vóór het gesimuleerde misdrijf.

Scientias: Over de ‘publiekswetenschap’: Normaal gesproken voer je dit onderzoek uit in een lab. Wat is het grootste verschil met een festival? Verwacht je dat de resultaten (bijv. over glasdeeltjes) hier anders zijn dan in een lab, en zo ja, wat betekent dat voor de toepasbaarheid van de data?

Peter, NFI: Ja, het is anders. Wat we in ons lab doen is anders van insteek. Wat we vinden aan glas is een bepaalde bewijskracht, op bronniveau. In de toekomst zul je zien dat het niet meer zo zeer gaat dat er glas onder iemand zijn schoen zit, maar meer hóe het stukje glas daar is gekomen. Dat is waar we deze setting hier op Lowlands voor kunnen gebruiken, dat is de enorme variatie aan onderzoeksgegevens met veel variatie en in het veld te vangen. Want iedereen is natuurlijk net ietsje anders, en dat gebruiken we voor situaties waarin iemand misschien verdacht wordt van iets, in een situatie dat de verdachte verklaart gewoon de hond te hebben uitgelaten en door glas te zijn gelopen nabij het plaats delict in plaats van de glasbreuk te veroorzaken als inbreker. Met de data, hier te verkrijgen, hopen we dat soort scenario’s in de toekomst beter te kunnen toetsen. We doen het niet voor niks.

De smartwatch als stille getuige

In gesprek met dokter Jan Peter van Zandwijk, bijzonder Lector Digitaal Forensisch Onderzoek verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en onderzoeker bij het NFI.

Digitaal bewijs speelt steeds vaker een belangrijke rol bij de reconstructie van misdrijven. Van Zandwijk ziet mooie kansen: ‘Telefoons en smartwatches bevatten een schat aan gegevens die iets vertellen over wat iemand gedaan heeft’. Zo registreren deze devices onder andere het aantal genomen stappen, de afgelegde afstanden en verdiepingen, maar ook bezochte locaties, en zelfs de hartslag. Daarom is onderzoek naar digitaal bewijs een belangrijk thema binnen de strafrechtketen. Het onderzoek bij het NFI en het lectoraat aan de HvA versterken elkaar. In het digitale werkveld dat snel verandert, is voortdurend onderzoek noodzakelijk om bij te blijven.

Scientias: Over de ‘digitale getuige’: jullie laten Lowlanders een smartwatch dragen tijdens het ‘misdrijf’ dat ze hier moeten plegen; het slaan en schoppen van een nepslachtoffer. We weten dat zo’n horloge beweging registreert, maar kun je ook echt zien of iemand schopt, slaat of sleurt?

Jan Peter, NFI: Er zijn verschillende technieken te gebruiken om iemands moment van overlijden te achterhalen, waaronder temperatuurmeting, met een sensor in het lichaam gestoken, omdat het lichaam langzaam afkoelt. Het nadeel is dat dit toch wat onduidelijkheden kan geven. Een smartwatch en deze uitlezen door ons geeft het voordeel dat we extra gegevens hebben om het moment van overlijden te bepalen of bevestigen. In validatiestudies die we een tijd geleden hebben uitgevoerd onder patiënten die euthanasie ondergingen en bereid waren mee te werken aan ons onderzoek door het dragen van een smartwatch, en overleden op een goed gekend tijdstip van overlijden, hebben wij veel gegevens kunnen verzamelen die smartwatches betrekken in ons werk, het bepalen van iemands moment van overlijden. Dat was uniek in de wereld. Soms heb je ook overlijdens door een ongeluk waarvan ook exact gekend is wat het moment was, wat voor ons ook nuttige data was en altijd zal blijven. Wij hopen een zo groot mogelijke pool van validatiegegevens te verzamelen. Maar het experiment wat wij hier doen, dus dat je gaat slaan en schoppen en wat de sporen hiervan zijn, ook in een smartwatch, zou nuttig kunnen zijn als additionele misdrijfvariabele. Maar dat moet uit dit onderzoek blijken, of ook slaan en schoppen een nuttige, uitleesbare variabele kan vormen. We weten dat lichaamsactiviteit geregistreerd wordt door een smartwatch, gegevens die in ieder geval een scenario kunnen ondersteunen of tegenspreken. En met slaan en schoppen, kan het zijn dat je hartslag omhooggaat, variabelen die we graag meenemen en hier meer inzichtelijk hopen te krijgen.

Scientias: En wat is de waarde van een smartwatch, een ‘getuige’ die niet kan liegen, maar ook niet kan uitleggen wat er precies gebeurde?

Jan Peter, NFI: We gebruiken bij het NFI hoe dan ook de scenariomethode om forensisch bewijs (alle sporen, van DNA tot smartwatch gegevens) te beoordelen. In plaats van alleen te kijken of er een ‘match’ is, vergelijkt het NFI hoe waarschijnlijk het bewijs is onder minimaal twee verschillende scenario’s. Dat zal niet snel veranderen. We houden ook altijd rekening met de mogelijkheid van false positives, of aspecifieke sporen in onze beoordelingen. Maar de data van de deelnemers hier op Lowlands helpen ons zeer en is belangrijk om te weten, in hoeverre mishandeling bewezen kan worden of juist niet door het uitlezen van een smartwatch.

Wachtwoordpsychologie: zegt je hobby meer dan je denkt?

In gesprek met Romke van Dijk, digitaal forensisch onderzoeker bij het NFI.

Scientias: Je bent specialist op het gebied van wachtwoorden en wachtwoorden kraken, en je doet onderzoek naar wachtwoordkeuzen hier op Lowlands onder Lowlanders. Kun je daar iets meer over vertellen?

Romke, NFI: Wachtwoorden kraken doen wij bij het NFI team ‘Digital Forensics’. Wanneer politie of andere opdrachtgevers bij ons komen met de vraag om bepaalde gegevens uit te lezen van een gegevensdrager, zoals een telefoon of laptop, is het vaak zo dat de gegevens ook écht goed beschermd zijn. Wij proberen dit dan te kraken, en dat proces zo effectief en efficiënt mogelijk te maken en met de almaar veranderende techniek bij te blijven. Maar, los van techniek, is het ook psychologie. Zo kijken wij ook naar relaties in wachtwoordkeuzen en iemands hobby’s bijvoorbeeld. We vragen mensen hier op Lowlands ons te helpen meer inzicht hierover te verkrijgen deze dagen. Niet door actief naar hun wachtwoorden zelf te vragen, maar wel wat iemands hobby is en of de Lowlander dat op een wijze verwerkt heeft in zijn of haar wachtwoord(en). Mijn hypothese is dat de relatie tussen iemands hobby en wachtwoordkeuze in werkelijkheid kleiner is dan in eerdere vakliteratuur benoemd werd, maar dat persoonlijkheid er wél degelijk toe doet, waarvan hobby één kenmerk is. We gaan er deze dagen achter komen in hoeverre hobby en wachtwoordkeuze relateren aan elkaar door meer onderzoeksgegevens te verzamelen uit een groot aantal deelnemers, stamgegevens die altijd behulpzaam zijn in de forensische wetenschap.

Scientias: De techniek en bewust gebruik ervan zijn immer in beweging. Vroeger hadden we allemaal ‘wachtwoord’ of ‘1234’ als wachtwoord. Nu hebben we wachtwoordgeneratoren en lastig overtypbare, complexe sleutels. Maakt dat wachtwoord kraken niet alleen maar veel moeilijker voor jullie?

Romke, NFI: Zeker. We zien dat mensen veel bewuster worden van wachtwoorden en andere digitale veiligheid maar daar komen ook weer nieuwe mogelijkheden bij. Mensen slaan die complexe en unieke wachtwoorden vaak weer op, of staan ze in een wachtwoordkluis op hun mobiel die een hoofdwachtwoord vereist of slaan dat op in een sheet in de cloud. Dan is het meer zaak dáár bij te zien komen. We doen ook ander onderzoek. Zo doen wij bij NFI ook onderzoek naar een AI agent, om te kijken of iemand in een strafzaak bijvoorbeeld, waarin er erg veel data bij ons binnenkomt van die persoon of via het recherche dossier, om dit te automatiseren met AI, daar doorheen te filteren met een bot. Als iemand zijn wachtwoord ergens heeft opgeslagen, kan die bot deze er dan uit filteren, bijvoorbeeld door cloud gegevens grootschalig door te scannen, en daar veel tijd mee te besparen voor ons team.

Scientias: Ik heb geen pincode meer op mijn mobiel, maar een wachtwoord, want ik las jaren terug dat dat veel veiliger is en het scheelt mij weinig meer aan moeite in te voeren. Namelijk mijn oude pincode met een lettertje erachter. Is dat voor jullie ook echt moeilijker om te kraken?

Romke, NFI: Ja, dat maakt het stukken lastiger. Maar het is ook erg specifiek, per toestel, per wachtwoord. Belangrijkste om je wachtwoorden ongekraakt te houden, wat ik mee kan geven, is deze zo onpersoonlijk mogelijk te maken. Geen geboortedatums, geen hobby’s en dergelijke, maar een onpersoonlijk iets.

Forensische wetenschap op het festivalterrein

De Forensische Spelen op Lowlands laten zien dat wetenschap niet alleen in een laboratorium plaatsvindt, maar ook midden in een feestende menigte. Van glasvezels die verraden of je hebt gelopen of ingebroken, tot smartwatches die het moment van overlijden kunnen bevestigen en wachtwoorden die meer over je hobby’s vertellen dan je denkt. Het NFI verzamelde op het festival waardevolle data die in de toekomst kunnen helpen bij het reconstrueren van misdrijven – en Lowlands-bezoekers werden zich bewust van hoeveel sporen ze eigenlijk achterlaten. Want zoals Locard al zei: elk contact laat een spoor na. Ook op Lowlands.

Kijk-/luistertip over forensische wetenschap: DNA in de rechtszaal – Scientias Podcast 80

Ons artikel over Lowlands Science van gisteren: Op Lowlands ben je proefkonijn én wetenschapper: 13 projecten om aan mee te doen

Morgen, wederom Lowlands Science, laatste dag!

Lees het hele artikel