Ik ben een laatbloeier. Zéker als het gaat om mijn passie: vogels kijken. (Ook wel ‘vogelen’ genoemd – in Vlaanderen staat die term voor de liefde bedrijven, in Nederland ontbreekt die seksuele connotatie.) Bij mij begon het zo’n dertien jaar geleden, toen ik met een bevriende vogelaar ging wandelen op Marken, waar ik vlakbij woonde; daar zaten altijd veel weidevogels in het voorjaar en ik vermoedde dat hij dat wel leuk zou vinden. Voor de goede orde: ik kon toen nog geen grutto van een tureluur onderscheiden. Inderdaad liepen op het eerste weiland van het schiereiland al diverse vogels op hoge poten door het gras (behorend tot de categorie ‘steltlopers’, maar ook dat wist ik niet) en bekeek hij door zijn verrekijker verrukt het typische lentetafereel, vol vrolijke, juichende vogelgeluiden en zelfs parende grutto’s. Toen gaf hij zijn verrekijker aan mij.
Een beslissend moment in mijn leven, achteraf. Want vanaf de eerste seconde dat ik scherp had gesteld op een vogel en vervolgens een grutto zag alsof ik in de bioscoop zat, met een beeld zó prachtig dat het afkomstig leek uit een BBC-documentaire van David Attenborough, was ik verkocht. Een zucht, een kreun, een juichkreet: een van deze drie moet aan mijn mond ontsnapt zijn, want ik herinner me nog dat ik er een fysieke reactie op kreeg – het hart dat oversloeg, naast een groot gevoel van warmte en geluk. „Ik wil ook een verrekijker”, zei ik direct. Een dag later had ik er een – de beste aankoop van mijn leven.
Illustratie Kazuma EekmanGroot geluksgevoel
Daarmee brak een periode aan waarin ik mij veel vaker oprecht gelukkig voelde dan in al die jaren daarvoor. Mijn nieuwe vrijetijdsbesteding bleek me zoveel méér op te leveren dan alleen maar meer kennis van vogels. Ik merkte dat ik vaker naar buiten ging, ook als het geen geweldig weer was. Dat ik in een week dus ook veel meer stappen zette dan vóór ik vogelaar werd. Dat ik me gezonder ging voelen, fitter, jonger zelfs. Ik lachte plots weer net zo vrolijk en vaak als vanouds, al ging ik privé juist toen door een zware tijd heen. Het was de combinatie van fysiek actiever zijn én het grote geluksgevoel dat bezit van me nam bij het buiten zijn en kijken naar vogels.
De wetenschap geeft me gelijk: tal van onderzoeken laten zien dat vogels kijken gezond is voor de mens, zowel fysiek als mentaal – niet alleen ben je lekker in de buitenlucht (en aan het bewegen), het zorgt ook voor ontspanning en werkt stressverlagend. Wie vogels gaat kijken komt even los van de dagelijkse beslommeringen en krijgt vanzelf een beter humeur.
Wat er los daarvan zo fijn of leuk aan is? Best lastig uit te leggen aan wie nog nooit door een verrekijker keek, maar laat ik een poging wagen. Vogels kijken is veel méér dan alleen ‘een diertje zien’: het opent je ogen voor de wereld om je heen. Die blijkt vol te zitten met details die je in je eerdere leven waren ontgaan. Zo kan het dat je in eerste instantie op een takje van een struik een klein grauw vogeltje ziet, dat bij nadere beschouwing een felrood koppie blijkt te hebben, en zwarte en gele strepen op zijn vleugels. Een puttertje, je eerste! En: jeetje, wat is die móói. Of neem die doodordinaire ‘mus’ (als je eenmaal vogelaar bent zul je hem noemen zoals ie eigenlijk heet; de huismus): het tjilpende beestje blijkt een wonder van ontwerp te zijn als je hem goed in de kijker hebt. Kijk dan, al die streepjes bruin en grijs! Zelfs de vogel waar het vaakst op wordt neergekeken, de stadsduif, is in werkelijkheid stukken mooier dan je al die tijd in het snelle voorbijgaan dacht: een palet van verschillende tinten grijs met een fraaie groen/paars iriserende nek. Nou ja!
Illustratie Kazuma EekmanNRC Masterclass Vogelen voor beginners
Altijd al vogelaar willen worden, maar nooit geweten waar te beginnen? In deze vijfdelige masterclass neemt NRC-redacteur Saskia van Loenen je mee. Je leert de meest gangbare vogelsoorten herkennen, ze vertelt je wat je wel en niet nodig hebt en waarom een goede verrekijker essentieel is. Na deze masterclass kun jij zelf op pad de natuur in.
Vogels zijn gewoon hartstikke leuke en vaak mooie wezentjes om naar te kijken. Met die verhoudingsgewijs frêle pootjes onder dat ronde buikje en dat snaveltje dat op het kleine koppie geplakt zit hebben ze een hoog schattigheidsgehalte (roofvogels daargelaten, maar die hebben weer andere kwaliteiten). En laten we hun geluiden niet vergeten. Een zingende merel op het dak in de vroege zomermorgen: beter en vrolijker kan je dag niet beginnen. De schreeuw van een bosuil door de nacht, de weemoedige nachtegaal door het struikgewas: binnen een seconde waan je je in een sprookjeswereld.
Wie ook maar een beetje van schoonheid houdt – en bijvoorbeeld graag naar een museum gaat – zal de ervaring van verrukking door een fraai schilderij ook hebben bij het zien van een willekeurige vogel. Hou je van de natuur, kom je graag buiten en geniet je van het zingende roodborstje in de tuin of de meesjes die het vogelhuisje in en uit vliegen, dan is de tijd rijp om ook ‘vogelaar’ te worden – wat niet meer inhoudt dan: iemand die graag vogels kijkt.
Illustratie Kazuma EekmanClichébeeld van vogelaars
En nee: daarvoor hoef je echt niet te voldoen aan het clichébeeld van vogelaars, gestoken in camouflagekleding en behangen met enorme telelenzen, ergens in de regen op elkaar gepropt, turend naar een of andere zeldzame vogel in de verte. Genieten van vogels kan gewoon in je normale kleding en met wat je toevallig tegenkomt tijdens het wandelen.
Nog een reden dat vogels kijken zo leuk is: het wordt je niet al te makkelijk gemaakt. Om goed naar een vogel te kijken moet je in de meeste gevallen (de duiven op de Dam daargelaten) wel een klein beetje moeite doen. En soms heel veel. Wat de beloning, als het dan gelukt is, alleen maar mooier maakt.
Vogels fascineren ons ook omdat ze eitjes uitbroeden. Omdat ze zo beweeglijk zijn en zó weer uit je blikveld verdwijnen. Omdat ze (de meeste althans) zo mooi kunnen zingen en daarbij allemaal hun eigen repertoire hebben. En natuurlijk vooral omdat ze iets kunnen waar wij mensen stiekem enorm jaloers op zijn: vliegen. We zien wolken spreeuwen die een schitterend luchtballet uitvoeren, ganzen in V-vorm naar het zuiden trekken, watervogels met uitgeklapt landingsgestel op het water landen. Een feest om naar te kijken – als je er maar oog voor hebt.
Ook verschillen vogels – in Nederland komen bijna 400 soorten voor, waarvan 200 broedvogels – enorm van elkaar qua grootte, vorm, kleur, zang en zeldzaamheid, waardoor het ook niet snel ‘saai’ wordt. Wie op pad gaat ziet elke keer weer andere vogels.
Het leuke aan vogels kijken is ook dat je altijd blijft leren en dat het nooit zal vervelen. Sterker nog: hoe meer vogels je ziet, hoe feller het vuurtje gaat branden – omdat je steeds beter doorkrijgt hoe mooi ze zijn én hoe goed het jou als toeschouwer doet om daarvan te mogen genieten. Ook zul je merken dat je vanzelf gaat verlangen naar wat zeldzamere vogels die je niet standaard tegen het lijf loopt – en die gaan echt nooit vervelen. Zeg tegen een doorgewinterde vogelaar dat je een roerdomp zag, een goudvink, wielewaal of zwarte specht en hij is meteen jaloers, hoe vaak hij hem zelf ook al gezien heeft. Om van de pestvogel (zoek die maar eens op) nog maar te zwijgen. Zeldzame vogels, en zeker de fraaist gekleurde (ijsvogel!) zijn de krenten in de pap.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/03121629/WEB_280326WEE_2031975369_kazuma_vogelen_8-1_V2.jpg)
Van linksboven met de klok mee: ijsvogel, wielewaal, goudvink, roerdomp en kraanvogel.
Illustratie Kazuma EekmanIedereen kan het
Misschien denk je wel: die echte vogelaars zijn zo goed, die achterstand haal ik nooit meer in, het is zinloos om me hier nu nog op te storten. Dat dacht ik in het begin ook; als ik een vogelaar soms na één piepje of overvliegend stipje al de soortnaam hoorde roepen werd ik moedeloos: ik ben dom en ik kan niks – dat gevoel. En inderdaad: zo goed als hen zal ik nooit worden, maar hoe erg is dat eigenlijk? Ik heb mezelf in een paar jaar tijd behoorlijk bijgespijkerd, gewoon door bij nul te beginnen en het te blijven doen. Bovendien heb je als beginner een extra voordeel: de eerste jaren geniet jij veel meer van wat je ziet dan al die ervaren vogelaars bij elkaar. Omdat er nog talloze ‘eerste keren’ in het verschiet liggen (vogels die je voor het eerst ziet; ‘lifers’ noemen doorgewinterde vogelaars dat). Die eerste goudvink, de eerste ijsvogel, de eerste klapekster, de eerste roerdomp, de eerste waterral, de eerste kluut: allemaal goudomrande momenten.
Wie dit ook wil ervaren heeft eigenlijk maar één ding nodig: een (goede!) verrekijker. Die zijn helaas niet goedkoop: een paar honderd euro ben je al snel kwijt voor een kijker waarmee elke mus of duif je een ‘wow’-effect bezorgt – het is echt de kwaliteit van de lenzen die daarvoor zorgt (en hem dus ook prijzig maakt – maar geloof me: van die aankoop krijg je geen spijt). Er zijn meerdere verrekijkerwinkels met een speciale buitenplek waar je verschillende types kunt uitproberen.
En verder helpt het je als je een beetje weet hebt van welke soorten je waar ongeveer zou kunnen tegenkomen. Een ijsvogel vind je niet in het bos maar aan water; een zwarte specht juist alleen in bosachtige gebieden. Voor een roerdomp of baardmannetje moet je bij riet zijn, in natte weilanden (‘plas-dras’) vind je weidevogels zoals grutto’s, tureluurs, scholeksters en kieviten (maar enkel in het voorjaar). Ook in een willekeurig stadspark kun je al veel moois tegenkomen, van vinken tot merels en de gifgroene halsbandparkieten (irritant? Zoom er maar eens op in!). En zelfs midden in de stad kun je van alles tegenkomen, van wild zingende spreeuwen op lantaarnpalen tot op hoge torens bivakkerende slechtvalken. Echt óveral zijn vogels. Nu moet je ze alleen nog eens met aandacht gaan bekijken.
Illustratie Kazuma EekmanGelukkig zijn er veel vogelgidsen en apps die je helpen die vogels te determineren, zoals de – gratis – geluidenapp Merlin Bird ID, die de meeste vogelgeluiden moeiteloos herkent en waar je al wandelend snel veel van leert. Vogels kijken doe je immers voor een belangrijk deel met je oren. Nóg een goede reden om die oortjes eens uit te laten als je de deur uitgaat; de buitenwereld is stukken mooier en jij een stuk meer ontspannen als je niet altijd maar ‘aan’ staat. Die zingende merel doet de rest wel.
Lees ook
De Rode Lijst van kwetsbare vogels is langer dan ooit. Met dank aan de intensieve landbouw


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/05174519/050426SPO_2032766013_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/05174328/050426SPO_2032765760_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/05165325/050426ECO_2032794308_Keukenhof2.jpg)






English (US) ·