De Deense windparkbouwer Ørsted sluit een woelig jaar af met een positief resultaat. Vandaag werden de jaarcijfers gepresenteerd en over 2025 is 3,2 miljard Deense kroon (430 miljoen euro) winst gemaakt. In 2023 maakte het bedrijf nog fors verlies.
Dit is niet vanzelf gegaan. Het bedrijf heeft zes grote offshore windparken in aanbouw, voor in totaal 8,1 gigawatt; twee in Taiwan, twee in Europa en twee in de Verenigde Staten. Die laatste twee zijn zorgenkinderen. De Amerikaanse regering legde de bouw dit jaar meerdere keren stil en Trump zegt regelmatig dat hij windenergie verschrikkelijk vindt. Na tussenkomst van de rechter wordt inmiddels wel weer gewerkt aan deze projecten, maar de voortgang blijft onzeker.
De eerste prioriteit van Ørsted was dit jaar dan ook het eigen kapitaal vergroten om projecten te kunnen blijven financieren. Daartoe is 60 miljard kroon (8 miljard euro) opgehaald, voor een groot deel bij de Deense staat, die de helft van de aandelen bezit. Eigen kapitaal is belangrijk, want als de risico’s oplopen wordt geld lenen duurder. Ørsted betaalde het afgelopen jaar 3,2 miljard kroon aan rente, 580 procent meer dan in 2024.
Het bedrijf heeft ook uitverkoop gehouden. Drie dagen voor de presentatie van de jaarcijfers maakte Ørsted bekend al zijn Europese windparken op land te hebben verkocht voor 10,7 miljard kroon. Dit past bij de toenemende concentratie op offshore wind die Ørsted voor zich ziet. Ørsted komt voort uit het Deense olie- en gasbedrijf. In 2017 besloot het zich volledig op hernieuwbare energie te richten, nu wordt de focus dus verder versmald.
Nieuwe offshore projecten in de Verenigde Staten gaat Ørsted voorlopig niet meer aan. Het bedrijf zegt dit niet met zoveel woorden, maar schrijft wel zich te richten op Europa en enkele landen in de regio Azië-Pacific.
Dit alles heeft ook tot gevolg dat Ørsted mensen gaat ontslaan. Dat maakte het bedrijf in oktober bekend. Niet direct, maar van de 8.000 werknemers die Ørsted nu wereldwijd heeft moeten er eind 2027 nog 6.000 over zijn.
„Deze cijfers laten zien dat Ørsted doet wat nodig is, ze zijn het lek aan het dichten,” zegt Jean-Paul van Oudheusden, marktanalist bij beleggingsplatform eToro. „In 2022 is de windsector tegen een klif op gelopen. De rente en inflatie gingen omhoog en materialen werden duurder maar bedrijven zaten met contracten die ze jaren daarvoor al hadden getekend, toen er andere prijzen golden. Daar is de sector nog steeds van aan het herstellen. De cijfers van Ørsted zijn het resultaat van stug doorwerken en veel heronderhandelen.”
Toch blijft Ørsted een risicovolle belegging, vindt Van Oudheusden. Deze week presenteerde ook windturbinebouwer Vestas, die zowel turbines voor op zee als op land maakt, goede cijfers. Dat het daar ook de komende jaren goed mee blijft gaan lijkt hem veel zekerder. „Windparken bouwen op zee is technisch gezien moeilijker dan op land. Daar komt de politieke gevoeligheid bij, in de VS maar ook hier in Europa, waar aanbestedingen dit jaar niet zijn gelukt. Dat maakt een compleet windpark ontwikkelen risicovoller dan alleen het leveren van turbines. Tegelijkertijd is de vraag naar windenergie wereldwijd groot, zowel Ørsted als Vestas hebben genoeg in de pijpleiding zitten. Ørsted is nu halverwege hun herstructureringsplan en dadelijk kunnen ze door, maar het is opvallend dat ze vooral op die risicovolle weg van offshore wind verder gaan”, aldus Van Oudheusden.
Liveblog Economieblog
De bitcoin is de helft minder waard dan vier maanden terug. Wat is er aan de hand?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/05162523/060226ECO_2031290583_rogoff.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/05161916/060226OND_2028166062_curator.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/21130531/230126OND_2028160832_1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06154407/060226SPO_2031285964_1.jpg)


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2019/10/youp5bij3.png)

English (US) ·