We hebben allemaal weleens de slappe lach gehad. Dat is iets heel anders dan bijvoorbeeld het beleefde lachje tijdens een serieus gesprek. Dit verschil is ook terug te zien in de hersenen, ontdekten neurowetenschappers. De twee vormen van lachen worden grotendeels aangestuurd door verschillende hersennetwerken. Dat inzicht verklaart hoe mensen communiceren, waarom lachen soms ontspoort én waarom een goede lachbui pijn kan verzachten.
Lachen lijkt vanzelfsprekend, maar achter een schaterlach gaat een ingewikkeld samenspel van hersengebieden schuil. Neurowetenschappers Fausto Caruana en Sophie Scott analyseerden tientallen studies, waaronder onderzoek naar hersenstimulatie bij epilepsiepatiënten. Op basis daarvan concluderen ze dat het brein beschikt over twee deels gescheiden netwerken voor lachen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Twee soorten lachen
Wetenschappers onderscheiden al langer twee vormen van lachen. Spontaan lachen is emotioneel, onvrijwillig en soms moeilijk te stoppen. Vrijwillig lachen gebruiken mensen juist voortdurend tijdens gesprekken. Het is nauwkeurig getimed en kan direct beginnen of eindigen. “Vrijwillig lachen begint en stopt heel snel”, zegt Scott. “Als je mensen ziet praten, lachen ze samen aan het einde van een zin en ademen ze samen in.” Die nauwkeurige coördinatie wijst op een vorm van controle die ontbreekt bij spontane lachbuien.
Hersenen onder stroom
Om de bijbehorende hersencircuits in kaart te brengen, maakten de onderzoekers gebruik van verslagen van hersenoperaties bij epilepsiepatiënten. Tijdens zulke ingrepen worden hersengebieden elektrisch gestimuleerd terwijl patiënten wakker zijn. Soms veroorzaakt zo’n stimulatie onverwacht een lachreactie. Omdat patiënten direct kunnen beschrijven wat ze voelen, bieden deze gevallen een uniek inkijkje in de relatie tussen hersenactiviteit en gedrag.
Twee netwerken
Het netwerk voor vrijwillig lachen maakt gebruik van hersengebieden die we normaal gesproken inzetten om te praten en onze bewegingen bewust te plannen. Dit zijn in feite de spraak- en bewegingscentra van ons brein. Wanneer onderzoekers deze gebieden activeerden, begonnen patiënten wel te lachen, maar zij voelden zich er niet vrolijk door. De stimulatie activeert puur de spieren die nodig zijn voor een glimlach of lachsalvo, zonder dat het warme, blije gevoel van een spontane schaterlach wordt opgewekt. Volgens de onderzoekers helpt dit onderscheid verklaren waarom lachen zoveel verschillende functies heeft. Het spontane systeem lijkt vooral betrokken bij emoties en sociale binding, het vrijwillige systeem hangt nauw samen met taal en gesprekken.
Een oeroud signaal
De auteurs denken dat het spontane lachnetwerk evolutionair ouder is. Mogelijk ontstond het tijdens sociaal spel bij zoogdieren, waarbij lachachtige geluiden dienden als signaal dat gedrag speels en ongevaarlijk bedoeld was.
Die functie lijkt niet uniek voor mensen. Verschillende zoogdiersoorten produceren tijdens sociaal spel vergelijkbare geluiden, wat wijst op diepe evolutionaire wortels.
Lachen als natuurlijke pijnstiller
Een van de opvallendste inzichten uit het overzicht betreft de relatie tussen lachen en pijn. De voorste cingulaire schors, onderdeel van het spontane lachnetwerk, speelt ook een belangrijke rol in het natuurlijke pijnonderdrukkende systeem van de hersenen. Eerder onderzoek liet al zien dat lachen de pijndrempel kan verhogen. Het nieuwe overzicht wijst op een mogelijk hersencircuit dat deze pijnstillende werking helpt verklaren.
Als lachen ontspoort
De bevindingen kunnen ook helpen bij het begrijpen van aandoeningen waarbij lachen ontregeld raakt. Bij sommige mensen met hersenschade of neurologische aandoeningen ontstaan plotselinge lach- of huilbuien die weinig zeggen over hun werkelijke emoties. Bij een zeldzame vorm van epilepsie kunnen aanvallen zich uiten als onverwachte lachkrampen. En bij narcolepsie kan lachen een plotseling verlies van spierspanning uitlokken.
Wel gaat het om een overzichtsstudie en niet om een nieuw experiment. De conclusies zijn gebaseerd op bestaand onderzoek, waaronder gegevens van relatief kleine patiëntengroepen. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen in hoeverre de twee lachnetwerken daadwerkelijk zo duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn als het voorgestelde model suggereert.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

6 uren geleden
1






:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/c3f9335-Sudoku_itemafbeelding.png)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24124508/web-2-hittegids-banner-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/24081415/240626VER_2034708610_kindderrechten.jpg)
English (US) ·