„Relschoppers die demonstraties misbruiken moeten we harder aanpakken”, zo verdedigde minister David van Weel (Justitie, VVD) de brief die hij vorige week samen met minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) naar de Tweede Kamer stuurde. In de brief leggen de ministers uit hoe het demonstratierecht mogelijk kan worden aangepast. Want als het aan het kabinet ligt moeten burgemeesters gemakkelijker kunnen optreden wanneer demonstraties uit de hand dreigen te lopen.
Hiermee komt het kabinet een meerderheid van de Kamer, vooral rechtse partijen, enigszins tegemoet aan hun wens om het demonstratierecht aan te passen. Er wordt door die partijen verwezen naar blokkades van Extinction Rebellion (XR), onder meer op de A12. Ook de ministers verwijzen naar deze blokkades en benoemen de gewelddadige protesten in Loosdrecht tegen de komst van een noodopvang.
De discussie over de grenzen van het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting staat weer op scherp in politiek Den Haag
De discussie over de grenzen van het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting staat hiermee weer op scherp in politiek Den Haag. Niet alleen wil het kabinet het recht op demonstreren aanpassen, ook het wetsvoorstel tegen verheerlijken van terrorisme blijkt plotseling weer op tafel te liggen.
Critici vragen zich af of bestaande wetgeving niet al voldoet. „We moeten niet voortdurend op de repressieve tour zitten als het gaat om demonstratie- en persoonlijke vrijheid”, zegt Rian de Jong, hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit.
Verkeerde noodbevoegdheid
Het kabinet wil onderzoeken of specifieke noodbevoegdheden voor demonstraties onder de Wet openbare manifestaties (Wom) moeten vallen. De huidige noodbevoegheden vallen namelijk onder de Gemeentewet. Dit zijn bevoegdheden die burgemeesters hebben zodra de openbare orde zo ernstig dreigt te worden verstoord, dat er ingegrepen moet worden.
„Noodzakelijk is het niet”, zegt hoofddocent De Jong. Volgens haar en Joost Sillen, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Maastricht, beschikken burgemeesters al over voldoende bevoegdheden om in te grijpen wanneer demonstraties uit de hand dreigen te lopen. Wel kan het voor burgemeesters in de praktijk soms nog onduidelijk zijn van welke bevoegdheden zij rechtmatig gebruik kunnen maken.
Dat bleek ook tijdens een XR-demonstratie in Amsterdam in 2020. Burgemeester Femke Halsema besloot de demonstranten te verplaatsen met bussen, omdat zij een kruispunt blokkeerden en weigerden weg te gaan na meerdere waarschuwingen. De Raad van State oordeelde vorig jaar dat dit onrechtmatig was, omdat de burgemeester zich beriep op de verkeerde noodbevoegdheid.
Het voorbeeld van Amsterdam laat volgens De Jong wel zien dat het handig kan zijn om de noodbevoegdheden onder de Wom (Wet openbare manifestaties) te regelen; het geeft meer overzicht. „Maar het makkelijker maken van bestuurlijke verplaatsing, waarbij demonstranten met bussen naar een andere plek worden vervoerd: dat gaat heel lastig zijn”, aldus De Jong.
Dat komt volgens de hoofddocent staatsrecht omdat het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), waar rechters wetgeving op toetsen, het recht op persoonlijke vrijheid en demonstratievrijheid zwaar weegt.
Ook wijst Sillen naar het recente onderzoek door het aan het ministerie van Justitie verbonden kennisinstituut WODC over het demonstratierecht, dat in opdracht van het kabinet is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat 97 procent van alle demonstraties geen risico vormt voor de openbare orde en veiligheid (periode 2015-2022). In de overige 3 procent ging het in driekwart van de gevallen om één incident.
„Burgemeesters kunnen prima uit de voeten met de huidige wetgeving. Maar de ministers voelen duidelijk de druk vanuit de Kamer om het demonstratierecht aan te passen”, aldus Sillen.
Lees ook
‘Ingrijpende aanpassing demonstratierecht niet nodig’, zeggen onderzoekers
Demonstranten op het dak
Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem, noemt de bestaande wetgeving „heel krachtig”. Hij gebruikte het noodbevel bij een koranverbranding in maart 2024. De burgemeester verbood toen een demonstratie nadat een eerdere verbranding uit de hand was gelopen. Marcouch loopt, vertelt hij, juist vaker „tegen praktischere problemen aan”. Zo worstelt hij met de capaciteit bij de politie, die al zwaar belast is.
Gerhard van den Top, burgemeester van Hilversum, kreeg afgelopen jaren meermaals te maken met demonstranten die het terrein van Mediapark betraden. Zo besloot een handjevol XR-demonstranten het dak van het NOS-gebouw op het Mediapark in Hilversum te beklimmen. Uiteindelijk moest een verbindingsteam van de politie in gesprek om te onderhandelen met demonstranten, de actie stopzetten kon Van den Top niet.
„In de driehoek, waar ik deel van uitmaak samen met de politie en het OM, kreeg ik te horen dat ik niet kon handhaven omdat het demonstratierecht zwaarder weegt”, vertelt Van den Top. „Het voelde voor journalisten als intimidatie, dat vind ik heel vervelend.”
Van den Top hoopt dat met de aanpassing van de wetgeving een dergelijke situatie in de toekomst kan worden voorkomen. „Het recht op vrije vergadering en betoging moeten we altijd borgen, maar soms wordt het gebruikt om andere grondrechten, zoals persvrijheid, aan te tasten.”
De burgemeester zou er baat bij hebben als de demonstranten wél kunnen demonstreren op het terrein van Mediapark, binnen zicht en gehoorafstand, maar op gepaste afstand van de gebouwen. „Wanneer we de wetgeving af en toe tegen het licht houden, blijft het ook passend bij deze tijd.”
Verheerlijken van terrorisme
Onverwachts kwam afgelopen week nog een onderwerp op tafel dat nauw verwant is met de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht: het wetsvoorstel tegen het verheerlijken van terrorisme. Trouw berichtte dat de VVD coalitiepartijen CDA en D66 steunde in een deal op ontwikkelingshulp mits dít wetsvoorstel opnieuw mocht worden ingediend.
Het voorstel is niet opgenomen in het regeerakkoord, omdat D66 vreesde dat het wetsvoorstel het publieke debat en vrijheid van meningsuiting zou kunnen ondermijnen.
Een conceptvoorstel werd door minister David van Weel (Justitie, VVD) al tijdens het kabinet-Schoof in consultatie gebracht. Het aantal maatschappelijke reacties op het voorstel was uitzonderlijk hoog: ruim elfduizend.
Volgens critici, waaronder mensenrechtenorganisatie The Rights Forum, was het wetsvoorstel te vaag geformuleerd. Hierdoor zou in hun ogen het risico bestaan dat de wetgeving gebruikt wordt om vreedzame demonstranten op te pakken, zoals onder meer in het Verenigd Koninkrijk is gebeurd bij de pro-Palestina-organisatie Palestine Action. Tijdens een demonstratie afgelopen april arresteerde de Britse politie ruim tweehonderd demonstranten die steun betuigden aan de verboden organisatie.
Het is dus niet strafbaar als je zegt: ‘ik steun Hamas’, maar wel als je het op zo’n manier zegt dat je daarmee wilt bevorderen dat anderen ook de terreurdaden van Hamas gaan steunen
Op basis van de kritische reacties van de internetconsultatie werd het wetsvoorstel aangepast. Zo is er bij de strafbaarstelling van het verheerlijken van terroristische misdrijven bijvoorbeeld voor gekozen niet langer het woord „verheerlijken” te gebruiken maar „verregaand loven of prijzen”.
Bij een andere voorgestelde strafbepaling, namelijk het steun betuigen aan een terroristische organisatie, wordt bepaald dat dit alleen strafbaar is wanneer je anderen ervan wilt overtuigen het doel te omarmen van die organisatie om terroristische misdrijven te plegen. Hoogleraar strafrecht Marloes van Noorloos van de Universiteit Leiden: „Het is dus niet strafbaar als je zegt: ‘ik steun Hamas’, maar wel als je het op zo’n manier zegt dat je daarmee wilt bevorderen dat anderen ook de terreurdaden van Hamas gaan steunen.”
De Raad van State is minder kritisch in zijn advies. Het hoogste adviesorgaan van de regering concludeert dat op basis van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de strafbaarstellingen geen „ontoelaatbare beperkingen van vrijheden vormen”.
‘Chilling effect’
Met het aangepaste wetsvoorstel strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme zijn de risico’s voor te verregaande inperking van demonstraties volgens Van Noorloos niet weggenomen. Steun betuigen wordt ook strafbaar als het gaat om organisaties die door de minister van Buitenlandse Zaken zijn aangewezen als betrokken bij terrorisme. De minister kan dit al doen bij voldoende aanwijzingen van terroristische betrokkenheid, bijvoorbeeld met AIVD-ambtsberichten als onderbouwing. Hierbij is het niet vereist dat de rechter vooraf heeft vastgesteld dat die organisatie terroristisch is.
Ook al is niet elke steunbetuiging in het nieuwe voorstel strafbaar, er schuilt volgens Van Noorloos toch een gevaar, wetende dat activisme steeds vaker verdacht wordt gemaakt en in de terrorismehoek wordt gedrukt. „We zagen het al vorig jaar met Antifa, toen een meerderheid van de Kamer voor een motie stemde om het als terroristisch aan te merken. Maar bijvoorbeeld ook bij partijen als BBB die Extinction Rebellion meermaals als terroristische organisatie omschrijven.”
Volgens Van Noorloos zal de rechter de vrijheid van meningsuiting goed meewegen in in haar oordeel of iemands uitingen strafbaar zijn, maar het zit hem vooral in de voorfase, wanneer de rechter zich nog níét heeft uitgesproken. „Er kan allerlei politieke, maatschappelijke druk ontstaan op bepaalde mensen en organisaties.” Hierdoor kan er volgens de hoogleraar een ‘chilling effect’ ontstaan: mensen raken ontmoedigd om te demonstreren.
Lees ook
Een wet om steun aan terrorisme strafbaar te maken, die in het midden laat: wat is terrorisme eigenlijk?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/10122401/110626SPO_2034360235_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/11185842/110626BIN_2034311178_Eindexamen01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/11185158/110626VER_2034414478_DeAfhaalchinees.jpg)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/09225550/100626SPO_2034331421_.jpg)
English (US) ·