Het woord ‘klaplong’ roept associaties op met een klapband. Páng. Maar klopt dat beeld wel? Wat is een klaplong, en wat kun je eraan doen?
„In dit verhaal spelen twee vliezen een rol”, vertelt longarts Stephan Kops van het Radboudumc in Nijmegen. „Het longvlies, aan de buitenkant van de longen, en het borstvlies, aan de binnenkant van de borstkas. Die twee liggen dicht tegen elkaar aan, met een dun laagje vocht ertussen. Als de borstkas uitzet, blijven de longen door vacuümwerking aan de borstkas ‘plakken’.”
Dat gebeurt wanneer je je ademhalingsspieren aanspant. De longen worden groter, er ontstaat onderdruk in, en lucht stroomt naar binnen. Kops: „Maar ontstaat er in een van die vliezen een gaatje, dan komt er lucht tussen en verdwijnt het vacuüm. Net als bij een zuignap waar lucht onder komt. Het resultaat is dat de long niet meer zo lekker aan het borstvlies plakt, en inklapt.”
Dat gebeurt geheel geruisloos. Veel mensen voelen alleen wat pijn of benauwdheid; sommigen voelen wel een scherpe steek. „Vaak blijft de long deels op zijn plek”, vertelt Kops. „Maar hij kan ook volledig inklappen, tot hij iets groter is dan een vuist. Het longweefsel is namelijk heel zacht en sponsachtig.”
Auto-ongeluk of messteek
Sommige klaplongen ontstaan spontaan. Andere hebben wel een duidelijke oorzaak: bijvoorbeeld een auto-ongeluk, een messteek of een chronische longziekte zoals COPD. Daarbij ontstaan soms luchtblazen in het longweefsel. „Als die tegen het longvlies aan liggen, wordt dat heel kwetsbaar voor drukverschillen. Bijvoorbeeld als je hoest of niest”, vertelt Kops. „Ook roken en blowen tasten het longweefsel aan en vergroten daarmee de kans op een klaplong. Bij vapen zijn daar ook aanwijzingen voor, maar nog te weinig voor harde conclusies.”
Wat te doen bij een klaplong? Kun je de vliezen plakken? „Het longvlies is een levend weefsel, dat een gaatje vanzelf herstelt”, antwoordt Kops. „De lucht tussen de vliezen wordt door het lichaam geabsorbeerd, en de long neemt geleidelijk zijn oude volume weer in.” Je kunt dat wel versnellen door de lucht af te zuigen, maar dat hoeft meestal niet. Zelfs niet bij een totale klaplong: „Een belangrijke studie uit 2020 liet zien dat er na acht weken geen verschil is tussen wel en niet ingrijpen.”
Ook bij een messteek hoeven artsen de vliezen niet te repareren. „De chirurg hecht de wond in de borstkas en plaatst meestal een slangetje om de lucht eruit te laten. De rest geneest vanzelf.” Alleen bij een zogeheten spanningsklaplong is spoed vereist. „Dan werkt de wond als een ventiel: bij elke inademing komt er meer lucht door naar binnen, maar die kan er dan niet meer uit. Het hart en de andere long komen in de verdrukking. Dan moet de arts snel een slangetje plaatsen.”
Na acht weken is zo’n 90 procent volledig hersteld. Wel is, als je niet ingrijpt, de kans op herhaling één op drie. „Bij vaak terugkerende klaplongen kunnen we de vliezen een beetje aan elkaar plakken,” zegt Kops. „Bijvoorbeeld door een vloeistof met talkpoeder tussen de vliezen in te brengen. Dat veroorzaakt een ontstekingsreactie en verkleving. Of de chirurg verwijdert een deel van het longvlies en legt de long dan direct tegen de borstkas aan, waarna die vastgroeit.”
Een serieuze ingreep, merkt Kops op, maar wel heel effectief: de kans op terugkeer daalt bijna naar nul. De medische versie van de anti-lekband.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/31170609/010426BIN_2032709309_ronselaars1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/25154308/010426WET_2032487136_sneeuwvlieg.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/30171754/030426WET_2032384895_Theunis01.jpg)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/50/e8/3e/a5/50e83ea5-8cf1-4349-9462-5b5863b64e4a/af0c17b97ddd0f84fe511c4c944146018785a8d11cc10be78abe40e3404a3abc26cdb2b1e7e20555a8e822d1e009b2bddea3071c1b7d1d63ffcae2f01c298e20.jpeg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/29112937/290326VER_2032583807_Boomkorvissers.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/27094448/270326VER_2032571809_2.jpg)

English (US) ·