Homoseksueel gedrag bij primaten heeft naast genetische ook sociale oorsprong

2 dagen geleden 1

Of primaten homoseksueel gedrag vertonen, hangt niet alleen af van hun genen, maar ook van de groepsgrootte en groepsdynamiek. Dat blijkt uit onderzoek naar bijna vijfhonderd diersoorten.

Het vertonen van homoseksueel gedrag heeft bij primaten een sociale functie. In primatengemeenschappen met ingewikkelde sociale hiërarchieën komt homoseksueel gedrag bijvoorbeeld vaker voor. Dit blijkt uit een onderzoek waarin biologen het gedrag van 491 primatensoorten onder de loep namen.

Erfelijk bepaald

Homoseksueel gedrag komt in de natuur veel voor: het gedrag is bij meer dan 1500 soorten vastgelegd, van bultruggen tot flamingo’s. Over de oorsprong van dit gedrag weten we weinig. Bij elke diersoort kan bovendien een andere oorzaak aan de orde zijn.

Dankzij AI kunnen we weldra met andere dieren praten. Welke soort zal de eerste zijn?

LEES OOK

Dankzij AI kunnen we weldra met andere dieren praten. Welke soort zal de eerste zijn?

Dankzij kunstmatige intelligentie ontcijferen onderzoekers steeds meer van de signalen waarmee dieren communiceren.

Zo speelt bij primaten de genetica bijvoorbeeld een rol. In 2023 toonden ecoloog Vincent Savolainen en zijn collega’s van het Imperial College London in het Verenigd Koninkrijk aan dat homoseksueel gedrag bij resusapen voor 6 procent erfelijk bepaald is. Het team bestudeerde een groep resusapen gedurende tientallen jaren.

Hoewel DNA dus vaak wel bij kan dragen aan de kans dat een dier homoseksueel gedrag vertoont, vertelt het bij lange na niet het hele verhaal. De ecologische en sociale context van het gedrag is net zo belangrijk om mee te nemen.

Stigma

Zo vermoeden biologen bijvoorbeeld dat als mannelijke pinguïnstelletjes eieren stelen en adopteren, ze dit doen om het kuiken te beschermen. In dezelfde trant wordt gedacht dat jonge olifantjes seksuele handelingen ‘oefenen’ op hun geslachtsgenoten.

Maar onderzoekers kunnen nooit helemaal zeker zijn van deze praktische verklaringen. Het zoeken naar dit soort verklaringen – en of die verklaringen überhaupt meerwaarde bieden – is een ethische vraagstuk. Vooral in de vorige eeuw rustte er namelijk nog vaak een stigma op het concept homoseksualiteit. Observaties van het gedrag bij dieren werden soms genegeerd, en onderzoeken die het benoemden werden soms geweerd door wetenschappelijke vakbladen. Het is dus maar de vraag of dieren soms gewoonweg een andere seksuele voorkeur hebben of niet, en of het zoeken naar andere, praktische ‘verklaringen’ voor het gedrag alleen maar kracht bijzet aan het stigma.

Om te kunnen zien hoe vaak homoseksueel gedrag voorkomt bij primaten, analyseerden Savolainen en zijn collega’s gegevens over primatengedrag uit verschillende onderzoeken. In totaal bestudeerde het team gegevens van 491 soorten primaten. Bij 59 primatensoorten kwam homoseksueel gedrag weleens voor. Daarvan vertoonden 29 soorten het gedrag regelmatig.

Soms vormen mannelijke pinguïns een stelletje. Die koppels stelen eitjes van vrouwtjes en voeden de kuikens vervolgens samen op. Beeld: Unsplash/Angie Corbett-Kuiper.

De ecologen wilden vaststellen of homoseksueel gedrag samenhangt met verschillende sociale factoren. Ze stelden daarom een model op dat de waarnemingen van homoseksueel gedrag combineerde met bekende gegevens over elke soort – bijvoorbeeld hun leefgebieden, hun uiterlijke kenmerken en de complexiteit van hun sociale hiërarchie.

Ook hield het model rekening met de evolutionaire stamboom van de primatensoorten. Wanneer homoseksueel gedrag bijvoorbeeld veel voorkomt bij primatensoort A, en die primatensoort genetisch gezien nauw verwant is aan primatensoort B, dan is het logischer dat soort B ook vaak soortgelijk gedrag zal vertonen. Aangezien er in totaal honderden soorten werden geanalyseerd, was de kans op genetisch verwantschap tussen sommige soorten groot. Dat kan een vertekend beeld geven van homoseksueel gedrag van primaten an sich, aangezien de biologen zich in dit geval alleen wilden focussen op de invloed van externe factoren.

Bondgenootschap

Het model liet zien dat homoseksueel gedrag over het algemeen meer voorkomt bij primaten die in grote groepen leven. Ook als de groepsdynamiek ingewikkeld is en constant verandert, komt het gedrag meer voor.

Volgens Amanda Korstjens, ecoloog aan de Bournemouth-universiteit in het Verenigde Koninkrijk, zijn de resultaten in lijn met hoe sociale primaten zich gedragen. ‘Soorten zoals chimpansees en bonobo’s blijven zelden de hele dag als groep samen. Ze zijn net als mensen: iedereen doet zijn eigen ding. Soms zijn ze alleen, soms in een groter groepje. Sociale relaties in dit soort gemeenschappen zijn ingewikkeld: soms zie je een individu een paar dagen niet. Als je dan vervolgens weer samenkomt, kan er spanning heersen. Het is dan even aftasten wie ook alweer wie is en hoe de verhoudingen liggen. In dat soort gemeenschappen komt het gedrag vaker voor.’

Het team vermoedt dat homoseksueel gedrag voor sommige soorten een handig middel is om nieuwe vriendschappen te vormen of sociale conflicten op te lossen. Ook dat is volgens Korstjens makkelijk te verklaren. Bij primatensoorten die een sterke sociale hiërarchie ervaren, is er meer behoefte aan duidelijke vriendschapsbanden en bondgenootschappen, zegt ze.

Langdurige relaties

Er lijkt dus een duidelijke sociale drive te zitten achter het gedrag. Toch waarschuwen Savolainen en zijn collega’s dat we de resultaten niet zozeer moeten betrekken op de mens.

Zo hanteerden de onderzoekers in deze analyse een brede definitie van homoseksueel gedrag. ‘In hun geval was de definitie gewoonweg het af en toe beklimmen van geslachtsgenoten’, zegt Korstjens. ‘Dat is totaal anders dan homoseksualiteit bij mensen – dan heb je het over iemands volledige levensloop, over langdurige relaties en over liefde.’

Ook zijn de resultaten gebaseerd op waarnemingen uit eerdere onderzoeken. Die onderzoeken hadden homoseksueel gedrag waarnemen vaak niet als doel. Het is dus maar de vraag of al die onderzoeken een correct beeld geven van hoe vaak homoseksueel gedrag voorkomt. Zo kan het zijn dat ecologen het gedrag negeren als het voor hun onderzoek niet relevant is. ‘Ecologen zullen het gedrag niet altijd noteren, of noteren het niet allemaal op dezelfde manier. We hebben dus nog veel vragen die beantwoord moeten worden. Er is meer doelgericht onderzoek nodig.’

Lees het hele artikel