I am not Marcel van Roosmalen

2 uren geleden 1

Ik liep op Utrecht CS een koffiezaak binnen, ik weet niet meer welk concept. Starbucks of Coffee Company. De man voor me bestelde een dubbele espresso met een druppel vanille. Er werd in het Engels geantwoord.

De man spreidde de armen en riep: „Volgens mij zijn we hier in Nederland.”

Niemand reageerde, we deden allemaal of we het niet gehoord hadden.

„Pardon?”, reageerde de vrouw achter de kassa, navraag later leerde dat ze uit Litouwen kwam.

„Zijn we hier nog in Nederland?”, riep de man. „Zijn er hier nog mensen die wel Nederlands spreken?”

Het was duidelijk dat hij graag in zijn eigen taal koffie wilde bestellen. Verder schiep hij een zeker genoegen in het etaleren van zijn ongenoegen. Het was alsof hij wel gehoord maar niet  begrepen wilde worden.

De wachtenden achter hem dropen af of begonnen net als ik iets te hard te zuchten.

„Hallo”, riep hij nu tot ons, „spreekt een van jullie Nederlands?”

We keken naar onze schoenen.

Zijn blik werkte het hele rijtje af en bleef steken bij mij.

Als ik het Marcel van Roosmalen zijn wel eens zat ben, was dit zo’n moment.

Hij herkende me, en niet zo’n klein beetje ook.

„Jij spreekt toch Nederlands, of niet dan? Op televisie spreek je Nederlands.”

Ik besloot geen Nederlands te kunnen spreken en schudde onbegrijpend met mijn hoofd.

„I don’t speak Dutch, I am not Marcel van Roosmalen.”

Het moet voor de nieuwe klanten bevreemdend geweest zijn, het verbale gevecht waarin ik maar bleef ontkennen dat ik Marcel van Roosmalen ben.

„I am not Marcel van Roosmalen!”

„Hell yes, you are Marcel van Roosmalen!”

Ik liep naar buiten, dan maar geen koffie.

Even twijfelde hij, maar hij liep dan toch achter me aan. Hij trok zijn telefoon tevoorschijn en begon te filmen.

„Oké!”, heb ik toen geroepen, „I am Marcel van Roosmalen!”

Daarna hield het op.

Ik probeerde het te vergeten, maar dat lukt niet. Ik zocht ook op sociale media naar dit fragment. Iedereen die ik die dag tegenkwam vertelde ik dit verhaal.

Niemand geloofde het.
Een kennis, laat ik haar een collega noemen, blies over haar koffie verkeerd en verzuchtte: „Zullen we het een keer niet over jou hebben?”

Dat was die dag het eenzaamste moment van het Marcel van Roosmalen zijn.

Lees het hele artikel