Het is een botje van amper 10 centimeter. Maar dit in Spanje opgegraven olifantenbot wordt de eerste archeologische aanwijzing genoemd voor de klassieke verhalen over oorlogsolifanten in de klassieke oudheid in Europa. En dan kun je maar aan één iemand denken: Hannibal.
Een team van wetenschappers uit Cordoba, Madrid en Leiden vond het botje in 2020 aan de oevers van de Guadalquivir in de buurt van Cordoba, waar archeologisch onderzoek voorafging aan de bouw van een ziekenhuis. Ze beschrijven de vondst in Journal of Archaeological Science: Reports. Het gaat om een enkelbot uit de rechtervoorpoot, ongeveer zo groot als een koffiemok, en het werd gevonden tussen munten en een dozijn stenen ballen die als munitie werden gebruikt.
Koolstofdatering wijst op een periode tussen de vierde en derde eeuw voor Christus, de tijd waarin het Carthago van Hannibal vanuit het Iberisch schiereiland oorlog voerde tegen de Romeinse Republiek. Laura Llorente Rodríguez, een van de betrokken archeologen, verbonden aan de Universiteit Leiden zegt: „Juist omdat dit bot en niet ivoor betreft maakt deze vondst relevanter dan elke andere vondst tot nu toe, omdat het gebruik als grondstof of decoratieve doeleinden onwaarschijnlijk is.” Dit soort botjes zijn te onaantrekkelijk om ergens voor gebruikt te worden in die tijd, niet voor de sier en niet voor praktisch gebruik.
Dat maakt het nog geen onweerlegbaar bewijs dat er daadwerkelijk olifanten in Spanje waren tijdens de Tweede Punische Oorlog, schrijven de onderzoekers. Het kan een souvenirtje zijn geweest, of oorlogsbuit. Maar de archeologische context – de vindplaats, de andere vondsten, het soort bot etcetera – maakt het volgens de onderzoekers plausibel dat het bot in een olifant zat die werd gebruikt tijdens die oorlog.
Carthago, oorspronkelijk een Fenicische kolonie in wat nu Tunesië is, vocht in de Eerste Punische Oorlog tussen 264 en 241 voor Christus met Rome om de macht over het centrum van de Middellandse Zee. Ze werden verslagen door opkomende zeemacht Rome, en gedwongen tot zulke exorbitante herstelbetalingen dat ze het twee decennia later nog eens probeerden, maar nu vanuit Spanje.
Een mythische legerleider
Die Tweede Punische Oorlog is vooral beroemd vanwege de tocht van generaal Hannibal Barkas door de Alpen met oorlogsolifanten. Nadat hij bij het Trasimeense Meer (217 v.Chr.) en bij Cannae (216 v.Chr.) de Romeinen volkomen in de pan had gehakt, werd Hannibal een legendarische, bijna mythische legerleider, wiens tactieken tot vandaag de dag worden bestudeerd – ook al werd hij door de Romein Scipio verslagen en pleegde hij uiteindelijk zelfmoord om niet gevangen genomen te worden.
Archeologisch bewijs voor het gebruik van die olifanten in de oudheid is zeldzaam en betwist. We weten er voornamelijk van dankzij de geschiedschrijvers Livius en Poybios. In Noord-Afrika, waar de olifanten vandaan kwamen, zijn wel overblijfselen gevonden, maar in Spanje, Frankrijk en Italië alleen geïmporteerd ivoor, en de olifantenpoep-microben in een van de bergpassen die Hannibal kan hebben genomen. Het botje dat nu is gevonden kan daar verandering in brengen en kan de verbinding zijn tussen de klassieke literatuur en archeologie, schrijven de onderzoekers.
Er is ook kritiek: „Het grenst aan misleiding”, schrijft historicus Jona Lendering op zijn blog. Hij is en auteur van het boek Hannibal in de Alpen. De datering van het bot is volgens hem helemaal niet zo zeker als de wetenschappers suggereren, en „de kans dat het gevonden bot niet met Hannibal te maken heeft, is vele malen groter dan dat het bot wel stamt uit zijn tijd.” Lendering verwijst naar verschillende media, die schrijven dat het botje het bewijs zou zijn voor Hannibals olifantentocht.
„Wij beweren dat helemaal niet”, reageert Llorente Rodríguez. „Niet dat deze olifant werd gebruikt om de Alpen over te steken, maar wel dat hij in Iberië verbleef.” Llorente Rodríguez wijst ook de kritiek op de datering van zich af, want volgens haar is het in het onderzoek genoemde tijdsvak ondanks alle mitsen en maren de hoogst waarschijnlijke tijdsperiode. „Maar er is ook ander archeologisch bewijs van deze vindplaats, zoals aardewerk, dat wijst op de periode van de Tweede Punische Oorlog en vroege verovering door de Romeinen van deze vallei.”
Het blijft lastig om te bepalen welke soort olifant dit nu precies was, zegt ook Llorente Rordríguez. De historische bronnen suggereren dat de Carthagers een nu uitgestorven Noord-Afrikaanse olifant hadden, zogenoemde bosolifanten die kleiner waren dan de Aziatische soort die bijvoorbeeld de Seleucieden gebruikten, maar daar is discussie over. Voor dna-onderzoek was het bot te fragiel en al beschadigd, en vergelijkingen met botten uit museumcollecties liepen op niets uit, omdat ze alleen toegang hadden tot Aziatische exemplaren.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17214706/170226VER_2031662658_peri.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17193652/170226SPO_2031661799_slee.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17132815/170226VER_2031643540_1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14230646/140226SPO_2031591695_woutwint3-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16204226/160226DEN_2031623080_VanBerkel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15112723/150226BIN_2031570939_tilburg4.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15140038/150226SPO_2031595963_kok.jpg)

English (US) ·