Hij moest als kind in het gesegregeerde Zuiden achterin de bus plaatsnemen, werd als student in het ogenschijnlijk liberale noorden racistisch uitgescholden en vocht vervolgens een leven lang voor een politiek die zwarte en witte Amerikanen niet tegenover elkaar plaatste, maar verbond in de strijd om rechtvaardigheid en gelijkheid. Daarmee veranderde hij de Amerikaanse politiek voorgoed, zonder zelf ooit verkozen te worden.
Dinsdag overleed Jesse Jackson op 84-jarige leeftijd. Een doodsoorzaak is niet bekendgemaakt, maar Jackson leed al jaren aan Parkinson. Afgelopen november werd hij opgenomen in een ziekenhuis voor de behandeling van de zeldzame neurodegeneratieve aandoening PSP, waarvan de symptomen op die van Parkinson lijken. Jackson, schreef zijn familie dinsdag in een verklaring, „was een dienende leider – niet alleen voor onze familie, maar ook voor de onderdrukten, de stemlozen en de vergeten mensen overal ter wereld”.
Jackson, in 1941 in South Carolina geboren als Jesse Louis Burns, groeit als nazaat van onder meer Afro-Afrikaanse slaven en Ierse plantage-eigenaren op in een land dat de slavernij had vervangen met een systeem van raciale scheiding dat weliswaar geen ketens meer kende, maar zwarte Amerikanen nog steeds systematisch onderdrukte. Segregatie wordt in South Carolina in vrijwel het gehele publieke leven afgedwongen: witte en zwarte kinderen gaan naar afzonderlijke scholen; parken, zwembaden en stranden zijn voor zwarte Amerikanen (vrijwel) niet toegankelijk. Ook de waterfonteintjes in de bakkerij waar Jackson op zaterdag een bijbaantje heeft zijn gescheiden.
In het noordelijke Illinois hoopt hij als student, met een beurs als football-speler, op meer tolerantie. „Maar het was hetzelfde als in South Carolina”, zei hij er later over, „alleen heel ergens anders.” Al na één jaar keert hij terug naar zijn thuisstaat, waar Jackson gaat studeren aan een zwarte universiteit in Greenboro. Een paar maanden eerder zijn vier studenten in die stad aan de bar gaan zitten van een gesegregeerd restaurant – om vervolgens te blijven zitten nadat de ober ze geweigerd heeft te bedienen. Binnen een paar weken nemen honderden mensen deel.
Charismatische dominee
Na een aanvankelijke aarzeling voegt Jackson zich bij de demonstranten, waarna hij in een paar jaar tijd uitgroeit tot één van de prominentste zwarte stemmen die naast de charismatische dominee Martin Luther King de groeiende roep om verandering verwoorden. De twee leren elkaar kennen nadat in Selma, in Alabama, in 1965 zwarte demonstranten in elkaar zijn geslagen. Jackson springt op de tafel van een café en roept zijn medestudenten op om mee te reizen naar de stad die het hart van de burgerrechtenbeweging wordt – en van het gewelddadige verzet daartegen. Hun ontmoeting in Selma brengt Jackson in de nabijheid van King en zijn organisatie Southern Christian Leadership Conference (SCLC).
Jackson is erbij als King drie jaar later in een motel in Memphis doodgeschoten wordt en probeert hem nog te helpen. Een dag later verschijnt hij op tv in een coltrui waar het bloed van de dominee nog op zit. Maar zijn eigen verhalen over die dag gaan hem ook tegenwerken: dat hij de laatste persoon was die King sprak, wordt bijvoorbeeld door anderen weerlegd. Jackson, vinden sommigen in de burgerrechtenbeweging, wil te nadrukkelijk het gat vullen dat King achterlaat. Het verwijt persoonlijke ambities boven de beweging te plaatsen zal hem de rest van zijn carrière blijven achtervolgen, zoals ook een buitenechtelijke affaire begin deze eeuw barsten in zijn imago zal slaan. Begin jaren zeventig breken Jackson en de SCLC definitief.
Lees ook
In Memphis hebben ze Martin Luther King nog steeds hard nodig
Waar sommige voormalig bondgenoten in de jaren daarna, vaak gedreven door de desillusie dat de vooruitgang weliswaar in wetten is vastgelegd maar amper tot praktische verbetering van de levens van zwarte Amerikanen heeft geleid, kiezen voor radicaal zwart nationalisme, verbreedt Jackson juist zijn boodschap. En hoewel hij in 1984 niet de eerste zwarte Amerikaan is die een gooi doet naar het presidentschap – twaalf jaar gaat de Democraat Shirley Chisholm hem voor – is hij wel de eerste wiens kandidatuur kans maakt om door de raciale barrière te breken.
Zijn twee pogingen om de Democratische nominatie voor het presidentschap te verkrijgen veranderen de Amerikaanse politiek blijvend. In 1984 zijn veel zwarte leiders trouw aan de partijtop, maar lukt het Jackson om tijdens zijn campagne miljoenen zwarte Amerikanen aan de partij te binden. Daarmee versterkt hij de basis van een kiezerscoalitie die in 1986 de Democraten een senaatsmeerderheid opleveren en die, in grote lijnen, tot de dag van vandaag standhoudt.



Jesse Jackson met Donald Trump en Fidel Castro, en helemaal rechts tijdens een mars ter nagedachtenis van Martin Luther King
Foto’s AFP, ASSOCIATED PRESSZijn campagne in 1988 is een eerste rimpeling van wat uiteindelijk een populistische vloedgolf zal blijken. Terwijl president Ronald Reagan, zijn Republikeinse partij en ook steeds meer Democraten het vrijwel onbegrensde geloof in de vrije markt prediken, komt Jackson op voor de vroege verliezers van de oprukkende globalisering. Die verliezers worden niet gescheiden door kleur, stelt hij, maar verenigd door gedeelde economische belangen. Ze moeten daarom samen in een ‘regenboog-coalitie’ die „oude grenzen van ras, religie, regio en sekse overstijgt”. Jackson staat zij-aan-zij met stakende arbeiders, maar ook met homo’s en lesbiennes die vechten voor hun rechten en met de ontluikende klimaatbeweging.
Mijn achterban, had hij al op gezegd tijdens een speech op de Democratische conventie in 1984 die hem in de landelijke schijnwerpers zette, „zijn de wanhopigen, de onterfden, de verachten en de geminachten. Ze zijn rusteloos en zoeken verlichting.” In een periode van groeiende welvaart én economische ongelijkheid, van florerende beurzen én sluitende fabrieken, van globalisering die Amerikaanse arbeiders berooid achterlaat, slaat die boodschap aan, blijkt vier jaar later.
Economische ongelijkheid
Het zijn, vertelt hij zijn toehoorders overal in het land, „niet de Taiwanezen en Zuid-Koreanen die jullie banen afpakken. General Electric en General Motors nemen jullie banen mee naar Taiwan en Zuid-Korea.” Tijdens een toespraak voor tienduizend vakbondsleden in California trekt hij het verband met de burgerrechtenbeweging: „Dertig jaar geleden demonstreerden we om raciaal geweld te beëindigen. Nu demonstreren we tegen economisch geweld. We vechten voor de rechten van werkende mensen.” In een andere toespraak zegt hij: „Als de fabriek sluit en de lichten uit gaan, zien we er in het donker allemaal hetzelfde uit.”
Dertig jaar geleden demonstreerden we om raciaal geweld te beëindigen. Nu demonstreren we tegen economisch geweld
Juist door raciale grenzen te overstijgen weet Jackson een groeiende groep kiezers achter zich te krijgen, onder wie witte arbeiders. Zo kiest de overwegend witte vakbond van auto-arbeiders in Kenosha, Wisconsin ervoor om Jackson te steunen. Hij kan zwart zijn, zegt de lokale vakbondsleider als hij gevraagd wordt waarom zijn afdeling daarmee ingaat tegen de landelijke bond, „maar de CEO van Chrystler is wit en pikt onze banen.”
Zelfs in witte boerendorpjes in staten als Wisconsin en Michigan weet Jackson duizenden kiezers naar campagnebijeenkomsten op boerderijen te trekken. Met een programma gericht op hogere belastingen voor rijken, lagere defensie-uitgaven, hogere minimumlonen, sterkere vakbondsrechten en gelijke lonen voor vrouwen wint hij zelfs de voorverkiezingen in Michigan. Op Super Tuesday eindigt Jackson als eerste of tweede in zestien van de 21 voorverkiezingen, waaronder in witte staten als Vermont, waar de jonge burgemeester Bernie Sanders campagne voor hem voert.
Tranen in zijn ogen
Maar de overwinning in Michigan luidt ook het einde in van zijn presidentiële ambities, schrijft CNN-journalist Abby Phillip in haar vorig jaar verschenen boek over Jackson. „Het plaatste de aandacht van de media op de vraag of Jackson verkiesbaar was.” Landelijke peilingen bevestigen het vermoeden van de Democratische partijtop dat een zwarte man het zal afleggen tegen de Republikeinse kandidaat George H.W. Bush. Mede door ‘competentie’ boven Jacksons charisma te plaatsen keert de kleurloze technocraat Michael Dukakis vervolgens het tij in de voorverkiezingen, hoewel ook hij bij de presidentsverkiezingen wordt weggevaagd door Bush.
Een poging het hoogste ambt te behalen doet Jackson daarna niet meer. Maar twintig jaar later is hij erbij als Barack Obama in Chicago zijn verkiezingsoverwinning viert. Met tranen in zijn ogen en een Amerikaans vlaggetje in zijn handen ziet Jackson hoe de ene na de andere overwegend witte staat in de Rust belt door Obama wordt gewonnen (veel daarvan zullen in 2016 het fundament vormen van de overwinning van Donald Trump, die zich hard uitspreekt tegen globalisering en tegen de sluiting van fabrieken en die belooft op te komen voor „de vergeten mannen en vrouwen”).
Obama’s overwinning, schrijft Phillip, was zonder Jackson onmogelijk geweest. Jackson was daarmee de brug die de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King verbond met de eerste zwarte president in de Amerikaanse geschiedenis.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17214706/170226VER_2031662658_peri.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17193652/170226SPO_2031661799_slee.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17132815/170226VER_2031643540_1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14230646/140226SPO_2031591695_woutwint3-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16204226/160226DEN_2031623080_VanBerkel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15112723/150226BIN_2031570939_tilburg4.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15140038/150226SPO_2031595963_kok.jpg)

English (US) ·