Jürgen Habermas, die op 14 maart 2026 overleed op 96-jarige leeftijd , was het geweten van naoorlogs Duitsland en één van de invloedrijkste filosofen van de twintigste eeuw.
Ruim zeventig jaar lang werd het Duitse publieke debat mede door hem bepaald en, voor een iets kortere tijd, ook het filosofisch gesprek op universiteiten overal ter wereld.
Zijn lange levensloop maakte Habermas tot een tijdreiziger die met tal van prominente filosofen en politici te maken kreeg. Als student was hij assistent van Theodor Adorno, een van de oprichters van de invloedrijke Frankfurter Schule, en rekende hij af met Martin Heidegger, wegens diens enthousiasme voor het nazisme. Later correspondeerde hij met Hans-Georg Gadamer, dineerde hij met Michel Foucault (ook al kwamen ze naar verluidt niet verder dan ijzige beleefdheden), en nog weer later werd hij door wereldleiders als de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse kanselier Olaf Scholz als hun geestelijk mentor onthaald.
Volgens Habermas was vooruitgang mogelijk als de rede maar voldoende zou worden gecultiveerd
In zijn duizelingwekkend lange carrière werd Habermas – die aan het einde van de oorlog dienst had gedaan als Flakhelfer (burgers die moesten helpen met de landsverdediging) – nooit moe de Duitsers voor te houden hoe een naoorlogs, democratisch Duitsland eruit kon zien. In een krantenartikel in de jaren tachtig noemde Habermas de openheid van de Bondsrepubliek voor de politieke cultuur van het Westen „de grootste intellectuele verworvenheid in de naoorlogse periode, waarop juist mijn generatie trots zou kunnen zijn”.
Die loftuiting gold voor een groot deel hemzelf. Habermas zag de West-Duitse Bondsrepubliek voor zich als een „post-nationale” staat zonder vlaggen, nationalisme, symbolen of tradities. Een land dat als gedeelde waarde zijn democratische grondwet had, gewaarborgd in een eigentijds Verfassungspatriotismus.
Dat zeer rationele streven past in de filosofische school waartoe Habermas zich rekende, namelijk die van Verlichtingsdenker Immanuel Kant (1724-1804). Hij keerde zich tegen de romantische Contra-Verlichting die in zijn ogen de kiem had gelegd voor het Derde Rijk.
Volgens Habermas was vooruitgang mogelijk als de rede maar voldoende zou worden gecultiveerd. En die rede moest net als bij Kant een universele aanspraak hebben – al bleek dat universalisme voor Habermas in de laatste jaren van zijn leven steeds moeilijker vol te houden.
Jungvolk
Jürgen Habermas werd in 1929 geboren in Düsseldorf en groeide op in een stadje niet ver daarvandaan, Gummersbach. Als baby werd hij geopereerd aan een hazenlip. Zijn vader, voorzitter van de Keulse Kamer van Koophandel, werd in 1933 lid van de NSDAP. Op zijn tiende trad zoon Jürgen toe tot de jongerenafdeling van de Hitlerjugend, het Jungvolk, waar hij EHBO-cursussen verzorgde. Critici hebben later geprobeerd hem met een verwijzing naar die periode als nazi weg te zetten, een aantijging waar iedere prominente Duitser van Habermas’ generatie zich met meer of minder succes tegen moest verweren. In zijn geval was het ondenkbaar, aldus een tijdgenoot, dat hij ooit een leidersrol binnen het Jungvolk had gehad – de nazi’s zaten niet te wachten op iemand met een fysieke beperking als de zijne.
Na de oorlog maakte de 24-jarige student filosofie Habermas furore toen hij in 1953 in de Frankfurter Allgemeine Zeitung de aanval opende op de beroemde filosoof Martin Heidegger (1889-1976). Heidegger had dat jaar een collegereeks gepubliceerd die hij in 1935 in Freiburg had gehouden en waarin hij de „innerlijke waarheid en grootsheid” van het nationaalsocialisme had geprezen. In een bijtend essay rekende Habermas af met de grootheid Heidegger: die deed alsof zijn colleges over metafysica, met een abstracte lofzang op het nazisme, los stonden van de historische realiteit, de planmatige moord op miljoenen mensen. Net als een grote meerderheid van de Duitsers deed Heidegger alsof die miljoenen doden een soort weeffoutje in de geschiedenis zijn, waarna de draad weer kan worden opgepakt.
Met die polemiek raakte de jonge Habermas een gevoelige plek in het Duitsland van de jaren vijftig, waar de verwerking van het nazisme nog nauwelijks op gang gekomen was. Acht jaar na de Tweede Wereldoorlog waren veel voormalige nazi’s – juristen, professoren, ambtenaren – gewoon weer aan het werk. De scherpte waarmee Habermas het naoorlogse struisvogelgedrag kapittelt is zeventig jaar later nog opmerkelijk.
Assistent van Adorno
Na zijn afstuderen werd Habermas in 1954 assistent bij Theodor Adorno aan de universiteit van Frankfurt. Adorno, die een Joodse vader had, had vanaf 1933 niet meer in Frankfurt mogen doceren, was gevlucht naar de Verenigde Staten en na de oorlog teruggekeerd. Hij werd een van de kopstukken van de ‘Frankfurter Schule’, die zich ten doel stelde onder invloed van het marxisme maatschappelijke verhoudingen filosofisch en sociologisch kritisch te analyseren en te verbeteren. Doel en methode van de school waren Habermas op het lijf geschreven.
Over die periode schreef hij zelf, in de inleiding van een bundeling van zijn werk: „Niets leek na de morele corrumpering van de Duitse universiteiten belachelijker dan de pretentie van een ‘grote’ filosofie, die de wereld vanuit één punt wil beschouwen. Alleen langs de egalitaire weg van redeneren en verhelderen konden wij in maatschappelijk en politiek opzicht tijdgenoten van een moderne tijd worden, die voor mijn generatie tot 1945 ontoegankelijk was gebleven.”
Onder leiding van Adorno (en zijn collega Max Horkheimer) en later onder Habermas werd Frankfurt het intellectuele brandpunt van het moderne Duitsland. In 1962 publiceerde Habermas het boek Strukturwandel der Öffenlichkeit, wat zijn bekendste werk zou worden. Centraal daarin staat die „egalitaire weg van redeneren en verhelderen”, die burgers zou emanciperen en hen ervoor zou behoeden opnieuw te vervallen tot een nationalistische massa. In Habermas’ opvatting van het publieke domein, vrij van een autoritaire staat en niet beheerst door commerciële massamedia, zou het beste argument moeten komen bovendrijven.
Het was een opmerkelijk klassiek Verlichtings-argument voor een van oorsprong marxistisch geïnspireerde denker. Maar meer dan zijn filosofische leermeester Kant besefte Habermas dat zulke vrije en emancipatoire communicatie alleen kan ontstaan als de gesprekspartners onafhankelijk zijn en op gelijke voet staan.
‘Links fascisme’
Toen de studentenprotesten van de jaren zestig uitbraken was Habermas met zijn maatschappijkritiek al een icoon onder studenten. Anders dan sommige vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule, zoals Herbert Marcuse die zich nadrukkelijk achter de studenten schaarde, hield Habermas afstand. Hij veroordeelde provocaties van de studenten en hun flirt met geweld. Het activisme van studentenleider Rudi Dutschke, die zei niet meer volgens de spelregels van de ‘zogenaamde’ democratie te willen spelen, werd door Habermas gehekeld als „links fascisme”. Tegelijk kwam er geweld van rechts: in 1968 werd Dutschke doodgeschoten door een rechts-extremist.
Ook in zijn filosofische werk koos Habermas een andere koers dan veel van zijn tijdgenoten. Hij zag het modernisme, de emancipatie van het individu en van sociale klassen, niet als ‘ideologie’ maar als een project dat nog voltooid moest worden. Om de instituties en de heersende machten te kunnen bekritiseren en hervormen moest worden vastgehouden aan het idee dat er zoiets bestaat als een „universeel beste argument” en dat de kracht van een argument niet moet afhangen van plaats en tijd en de stemming van het publiek.
Daarmee zette Habermas zich af tegen zijn ‘postmoderne’ Franse vakgenoten als Michel Foucault en Jean-François Lyotard, met wie hij in de jaren tachtig hevige pennenstrijd leverde. Lyotard verkondigde het afscheid van alle ‘grote verhalen’, zoals die van Verlichting en modernisne. Postmodernisten, waartoe Lyotard zichzelf rekende, hebben niet langer vertrouwen in rede en argumentatie als motor van politieke en maatschappelijke vooruitgang.
Habermans noemde deze Franse denkers „neoconservatieven” door hun afwijzing van het vooruitgangsgeloof en omdat hun sociale kritiek bij gebrek aan theoretisch kader volgens hem uiteindelijk zonder praktische gevolgen zal blijven.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/14150956/BUI_2024778371_Habberans2.jpg)
Jürgen Habermas in 1998.
Foto ANP/Sueddeutsche Zeitung PhotoHistorikerstreit
Medio jaren tachtig vestigde Habermas definitief zijn naam als de filosoof die als geen ander het zelfbeeld van het moderne Duitsland bepaalde, door zijn rol in de zogenaamde Historikerstreit. Die ontbrandde na een controversieel artikel van de historicus Ernst Nolte in 1986 in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Nolte, een Heidegger-adept, zag de nazi-misdaden als een gevolg van Duitse angst voor de Sovjet-gruwelen onder Stalin in de jaren dertig. Hij wierp de vraag op of Hitler tot de Holocaust, zijn „Aziatische daad”, was gekomen omdat de nationaal-socialisten zichzelf zagen als potentiële slachtoffers van een andere „Aziatische” daad, overheersing en uitroeiing door de bolsjewisten.
Peter Sloterdijk noemde hem de ‘theoreticus van de heropvoeding’
Noltes stuk paste in een historisch revisionisme dat allerlei redenen vond voor het handelen van de nazi’s en de schuldvraag ontweek. In Die Zeit sloeg Habermas terug met het verwijt dat Nolte de Jodenvervolging reduceerde tot het „betreurenswaardige resultaat” van al te begrijpelijke angst voor de Sovjet-Unie
De Historikerstreit, waarin tal van academici en politici zich mengden, markeerde een omslag in de Duitse verwerking van de Tweede Wereldoorlog en het nazisme. In het herdenken kwam voortaan de Holocaust centraal te staan – met de Duitsers ondubbelzinnig als daders. Voor Habermas een belangrijk moment; tot in de jaren tachtig was hij bevreesd gebleven voor een Duitse terugval in autoritarisme, door de neiging om te verdringen en de „geestelijke en personele continuïteit” met het nationaal-socialistische verleden.
Emotie en drift
Habermas was een wetenschapper die hoogst abstract proza kon schrijven, maar in zijn artikelen voor kranten waren emotie en drift onmiskenbaar. Zo gebruikte hij al vroeg abfacken, een Duitse variant van fuck die je ook vandaag de dag niet vaak in de Duitse pers voorkomt. Ook in debatten met studenten kon Habermas onprofessoraal fel uit de hoek komen. Volgens zijn oud-assistent en een van zijn opvolgers als leider van het Frankfurter instituut, filosoof Axel Honneth, was Habermas tot op hoge leeftijd snel opgewonden en licht ontvlambaar.
Lees ook
Gaat Habermas ons helpen bij ons sociale mediagebruik?
Die retorische scherpte ontbreekt nadrukkelijk in zijn academische werk. Zijn hoofdwerken, waaronder Theorie des kommunikativen Handelns (1981, bijna 1.300 bladzijden) of het op zijn negentigste verschenen Auch eine Geschichte der Philosophie (2019, bijna 1.800 bladzijden) zijn hermetische, zeer Duitse oefeningen in concentratievermogen. Dat was opzet: alleen via oerdegelijke, roggebrood-achtige teksten kon de filosofie volgens hem verder worden ontgonnen, niet via de veel verleidelijker, literaire teksten van Franse denkers.
Niettemin wonnen juist die Franse postmodernisten (en poststructuralisten) in de jaren tachtig internationaal aan invloed in de filosofie. Ook Duitse critici hielden Habermas doorwrochte theorieën vaker voor gezien. Filosoof Peter Sloterdijk noemde Habermas venijnig de „theoreticus van de heropvoeding”.
Alleen via roggebrood-achtige teksten kon de filosofie volgens Habermas verder worden ontgonnen
Zijn invloed op het publieke debat werd er niet minder om. Zoals veel andere linkse intellectuelen was Habermas na 1989 geen voorstander van de Duitse eenwording, uit vrees voor een nieuw ‘Groot-Duitsland’. Volgens zijn critici bleef hij ook na de hereniging eenzijdig gericht op West-Duitsland. De voormalige DDR boeide hem niet bijzonder – behalve als bron van bezorgdheid dat de moeizaam verworven omgang met het oorlogsverleden en de omarming van de liberale democratie uit het evenwicht kon worden gebracht door de nieuwe Oost-Duitse deelstaten. Ongegrond was die angst niet, gezien het latere succes van de radicaal-rechtse, soms anti-democratische Alternative für Deutschland (AfD) in de Oost-Duitse deelstaten.
Na de Koude Oorlog draaide Habermas’ wereld vooral om Europa en de Europese Unie. Hij bekritiseerde die om het gebrek aan directe democratie, maar omarmde de Unie ook als de toekomst van een post-nationaal continent. In de jaren negentig werd Habermas een celebrity, met wie politici en staatshoofden zich lieten fotograferen en die hem graag decoreerden. Historicus en oud-hoofdredacteur van de New Left Review Perry Anderson, een van zijn felste critici, sneerde in 2012 dat Habermas inmiddels evenveel onderscheidingen had verzameld als een Sovjet-generaal onder de voormalige Sovjet-leider Brezjnev.
Duitse paradox
De latere jaren waren moeilijk. Alles wat zijn leven had bepaald, ging beetje bij beetje verloren, zei Habermas in 2023 zelf in een interview met auteur Philipp Felsch. Hij doelde op de Russische invasie van Oekraïne en de Duitse militaire hulp aan dat land, die hij bekritiseerde. Ook betreurde hij de opkomst van het populisme en de teloorgang van de rede in het publieke domein. Al relativeerde hij zijn ontgoocheling ook: „Het is te makkelijk, je achteraf vrolijk maken over [je eigen] idealisme van weleer.”
Een maand na dat gesprek viel Hamas Israël aan en kwam de grote paradox van Habermas’ historische engagement bovendrijven, die ook een Duitse paradox genoemd kan worden. In 1986 had hij geschreven dat „een in overtuiging verankerde binding aan universele grondwetbeginselen” in de cultuurnatie Duitsland helaas pas had kunnen ontstaan na – en door – Auschwitz. Zijn hele leven ging het voor Habermas om die Duitse omarming van verlichte, universele waarden – door Auschwitz.
Voor Habermas bleef die Duitse schuld een historische bijzonderheid die de omarming van universele waarden mogelijk had gemaakt, maar daar uiteindelijk ook grenzen aan stelde. Na de Hamas-aanval van 7 oktober koos Habermas, net als de Duitse regering, nadrukkelijk de kant van Israël. In een open brief schreef hij: „In het licht van de massale misdaden in het nationaal-socialisme [zijn voor de Bondsrepubliek] Joods leven en het bestaansrecht van Israël centrale, bijzonder te beschermen elementen.” Bijzonderder ook dan die van de Palestijnen.
Zo werd Habermas, de onvermoeibare vooruitgangsoptimist, aan het eind van zijn lange leven geconfronteerd met de grenzen van zijn gekoesterde universalisme en met het stokken van de vooruitgang. Zijn leven en werk vertellen als geen ander het verhaal van de Duitse Bondsrepubliek, van 1945 tot nu.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13100622/160226DAT_2031312026_dreischor1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/14162757/140326VER_2032286951_explosie1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/14131255/140326BUI_2032294911_LibanonHulp2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12135915/120326WET_2032132755_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12080524/120326ECO_2032172135_3.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/11153420/120326ECO_2032202382_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12081148/120326VER_2032230533_.jpg)
English (US) ·