Willem-Jan van Vorstenbos zag 4 procent van zijn marge in één week verdampen. Hij leidt het familiebedrijf Maters in Gelderland met 120 vrachtauto’s. Die vervoeren zware producten binnen Nederland: betonnen vloeren en glazen wanden voor huizen en kantoren. De trucks rijden op diesel. Door de oorlog in het Midden-Oosten steeg de olieprijs de laatste dagen hard, en de dieselprijs ook – begin deze week nog met wel 20 procent. „Brandstof bepaalt een vijfde van onze kostprijs, dus is 20 procent van onze kostprijs met 20 procent gestegen.”
Van Vorstenbos kijkt elke ochtend meteen wat de Amerikaanse president Donald Trump die nacht heeft aangekondigd. „Dinsdag zei hij dat de oorlog snel voorbij zou zijn en prompt daalde de olieprijs wat. Hij was fors gestegen door de oorlog.” Donderdagochtend was bij het wakker worden de olieprijs weer tot bijna honderd dollar per vat gestegen nadat Iran drie vrachtschepen had geraakt met bommen. Van Vorstenbos: „Gek genoeg komt een prijsstijging hier altijd direct door en een daling minder snel.” Gemiddeld maken vervoerbedrijven als het zijne maar zo’n 2 procent winst, vertelt Van Vorstenbos, dus iedere kostenstijging doet ertoe.
Met zijn klanten spreekt hij per week af wat hij voor diesel rekent. Nu rijden zijn vrachtauto’s op 20 procent duurdere diesel, terwijl de klant nog de prijs van vorige week betaalt.
Eigenlijk wil Van Vorstenbos al jaren overstappen op elektrisch rijden, maar dat is niet eenvoudig met zware trucks – de benodigde batterijen zijn loodzwaar. En hij heeft een stroomaansluiting met veel capaciteit nodig voor de laadpalen. Die is al aangevraagd. Eerst zou hij die in 2032 krijgen, maar door de krapte op het elektriciteitsnet is dat uitgesteld tot 2035. Wachten op stroom, dat doen inmiddels duizenden ondernemers.
Waar Van Vorstenbos elke week prijzen afspreekt met zijn klanten, doen andere ondernemers dat zelfs per dag. En dan nog schommelen de prijzen soms te wild.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12080548/120326ECO_2032172135_5.jpg)
WIllem Jan Vorstenbos van Maters transport.
Foto Merlin DalemanNeem Jan Pieter de Wilde, van Kuster Energy. Dit bedrijf uit Babberich heeft tientallen tankstations en levert ook brandstoffen aan zakelijke klanten, zoals agrarische en transportbedrijven. De dertien tankwagens komen allemaal zo’n twee keer per dag bij het depot om te laden. „In een normale situatie spreken wij van tevoren een prijs af met de klant, en die wisselt per dag. Belt een boer in de ochtend, dan geven wij een prijs door voor de brandstof die wij later die dag of de volgende ochtend brengen.” Maar nu zijn de prijsschommelingen te extreem om een dagprijs te bepalen. „Als wij in de ochtend een prijs afspreken, is die in de middag alweer achterhaald.”
De tankwagens van Kuster Energy blijven in deze hectische tijden rijden, maar klanten krijgen vooraf geen prijsopgave meer. „Afrekenen doen wij pas zodra wij weten hoeveel wij daadwerkelijk hebben betaald voor de brandstof in het depot.”
De onrust op de energiemarkt werkt door bij zijn klanten, merkt De Wilde. „Vorige week maandag, nadat de oorlog in Iran was uitgebroken, stond de telefoon hier roodgloeiend. Boeren en transportbedrijven wilden hun tanks nog snel volgooien, omdat ze dachten dat er de volgende dag misschien niets meer zou zijn.” Zijn tankwagens kwamen die dag drie tot vier keer laden.
En nu moet hij zijn klanten steeds uitleggen waarom de prijzen zo schommelen. „Dan zeg ik: de oliemarkt zit vol met emotie en paniek. Soms roept Trump iets waardoor oliehandelaren rustiger worden, en dan zakken de prijzen. Even later roept Iran weer iets anders, wat handelaren zenuwachtig maakt, en dan schieten de prijzen weer omhoog.”
Energieverslindende productie
Ondernemers wereldwijd volgen de ontwikkelingen op de energiemarkten gespannen. Elke opmerking van Trump, elk plannetje en elke handeling heeft grote gevolgen. Stijgen de olieprijzen? Dan worden ook benzine en diesel aan de pomp duurder. De prijs van gas, alternatief voor olie, gaat ook omhoog. En tegelijk wordt alle energieverslindende productie duurder, zoals die van kunstmest.
Van dat laatste weet George Pars in Sint Jacobiparochie alles. Zijn familie handelt al 175 jaar in graan, zaden en ook in kunstmest. Klanten zijn akkerbouwers, veehouders, meelbedrijven en veevoerbedrijven. „De termijnmarkten voor graan, in Chicago en Parijs, bewegen nu sterk met elke opmerking van Trump. Daar gaat het om digitale handel in grote graancontracten. Maar de lokale, fysieke markt waar wíj in zitten, is minder gevoelig. De graanprijs is sinds het begin van de oorlog in Iran met 3 procent gestegen. Dat is te overzien. Door de goede graanoogst vorig jaar is er nu genoeg graan.”
Daarbij speelt dat Iran geen graan produceert. Dat was wel anders toen de Russen ‘graanschuur’ Oekraïne binnenvielen. Dit raakte direct aan de omvangrijke graanexport daar, wat meteen tot forse prijsstijgingen leidde.
Kunstmest, zegt George Pars, is een ander verhaal. De prijs voor kalkammonsalpeter is bijvoorbeeld in korte tijd met 15 procent gestegen. Honderd kilo kostte eind februari 37 euro en nu 42 euro. Het wordt op twee plekken in Nederland gemaakt, bij Yara in het Zeeuwse Sluiskil en bij OCI in Geleen – vanouds omdat Nederland goedkoop gas had. Aardgas is elementair voor de productie; het waterstof uit het aardgas bindt met stikstof in de lucht en wordt zo stikstofkunstmest.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12080528/120326ECO_2032172135_4.jpg)
George Pars laat de kunstmestkorrels zien die zijn bedrijf produceert.
Kees van de VeenDat boeren juist nu, in de lente, kunstmest nodig hebben, zet extra druk op de prijs. Ze willen nú inslaan omdat de kunstmest morgen duurder kan zijn.
Gaan consumenten dit merken? Worden hun groentes ook duurder? George Pas verwacht dat niet. „De markt bepaalt de prijzen voor de consument.” Wie is dan de dupe van de gestegen kunstmestprijzen? „De boer.”
Grootverbruikers van energie hebben niet allemaal evenveel last van de schommelende prijzen. Voor glastuinbouwers, die flink wat energie nodig hebben om hun kassen te verwarmen, is het een meevaller dat het voorjaar eraan komt en dat het de laatste dagen al best warm was buiten. Een woordvoerder van hun branchevereniging: „Bovendien hebben glastuinbouwers vaak langlopende energiecontracten die niet meeschommelen.”
Toch gaat dat vaste contract „vaak maar over een deel van het energieverbruik”, zegt Harry Wubben van Harry Wubben Flowers in Nootdorp. Hij kweekt in zijn kassen vooral kleurrijke chrysanten. „Voor zo’n 20 procent van mijn energieverbruik betaal ik de actuele, hoge prijzen.”
Nu scheelt het dat glastuinbouwers vaak met warmte-krachtkoppeling werken. Daarmee kunnen tuinders overtollige energie verkopen aan het elektriciteitsbedrijf, en koelwater van de dynamo gebruiken om hun kassen mee te verwarmen. „Wanneer de energieprijs hoger is, krijg ik voor die stroom ook een hogere prijs. Maar onderaan de streep ben ik nu door alle onrust meer geld kwijt voor het telen van bloemen.”
Belangrijker nog voor Wubben is het effect van de hoge energieprijzen op zijn afnemers. „Iedereen heeft er last van. Mensen worden in onrustige tijden voorzichtiger met hun uitgaven, en dat merken bloemenondernemers meteen. Daarom wil je de bloemen niet duurder maken, terwijl mijn kosten wel stijgen.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/13211336/130326VER_2032291945_-2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/13184536/130326VER_2032287049_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/13180125/130326VER_2032287102_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/11091541/110326CUL_2031145041_Tessa.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/12080524/120326ECO_2032172135_3.jpg)

English (US) ·