Kaas van de plant

1 dag geleden 2

Begin deze maand ging de gloednieuwe ‘Wissel ‘ns wat’-campagne van start. Doel: Nederland vaker voor plantaardige eiwitten laten kiezen. Om mijn steentje bij te dragen besteed ik drie weken aandacht aan veganistische alternatieven voor zaken waar gewoonlijk dieren aan te pas komen. Vandaag verdiepen we ons in vier soorten plantenzuivel.

Als ik zo af en toe mijn oor te luisteren leg in veganistische kringen lijkt er één ding te zijn dat het meest wordt gemist: kaas. Jazeker, er bestaat plantaardige kaas. Plakken Gouda- en cheddar-achtige kaas. Zakjes geraspte kaas in parmezaanstijl. Kuipjes room- en smeerkaas. Mozzarella, feta, cottagecheese. Er zijn zelfs gerijpte camembert- en roquefort-achtige kaasjes te verkrijgen. Sommige worden gemaakt op basis van noten, anderen op basis van kokosolie, soja, gist of zetmeel.

Maar wat ze gemeen hebben is dat niet één ervan net zo smakelijk is als het origineel. Let op hoe ik bovenstaande formuleer hè. Er zitten heus kazen tussen die eetbaar zijn, of zelfs best goed te doen. Maar zolang je terwijl je iets eet blijft verlangen naar iets anders, ontbreekt er toch iets, zou ik zeggen. Misschien is er as we speak een levensmiddelenchemicus bezig met het ei van Columbus op plantaardigekazengebied.

Ik hoop het van harte. Net zoals ik hoop dat er ooit een écht lekkere alcoholvrije rode wijn op de markt zal komen. (Let maar op, dit wordt de toekomst: borrelen met wijn zonder alcohol en kaas zonder zuivel.) Intussen gaan we dan maar gewoon zelf aan de slag met een recept voor ricotta.

De smaak van mijn amandelricotta is weliswaar niet hetzelfde als die van koeien-, schapen- of buffelmelkricotta, maar de consistentie is verbluffend vergelijkbaar: smeuïg en zuivelig. Wanneer u hem gaat bereiden, leert u vanzelf ook hoe je zelf notenmelk kunt maken. Dus dat is alvast plantenzuivelproduct nummer twee.

Daarnaast heb ik een alternatief voor crème fraîche in de aanbieding, en eentje voor slagroom. De eerste maken we van niets dan cashewnoten en citroensap. Ik realiseer me dat er veel geavanceerdere recepten voor zo’n cashew fraîche in omloop zijn, met toevoegingen als edelgist, uien- of knoflookpoeder, plantaardige yoghurt en zelfs zuurkool. Ik heb dat allemaal uitgeprobeerd en vind deze heel eenvoudige toch de beste. Dat wil zeggen: hij doet het vooral goed als romig element in hartige gerechten als soepen, sauzen en stoofpotten. Als dot bij, zeg, een stuk taart, ben ik er minder fan van. Maar daarvoor is dan weer kokosslagroom uitgevonden.

Kokosslagroom maak je van kokosroom Een blik kokosmelk moet je altijd even schudden voordat je het opent, omdat kokosmelk de neiging heeft zich te splitsen in een waterig en een dik, romig deel. Dat dikke deel kun je opkloppen tot een luchtige room die veel weg heeft van slagroom. Kokosroom smaakt anders, maar verrassend genoeg nauwelijks naar kokos. Het is op z’n eigen manier heel erg lekker en de moeite waard om eens te proberen. (Tip: serveer met de eerste aardbeien van het seizoen.)

Zet een blik kokosmelk 24 uur in de koelkast – zo weet u zeker dat er een dikke laag kokosroom boven komt drijven. Zet de kom waarin u de room gaat kloppen 1 uur van tevoren in de koelkast – dat vergemakkelijkt het opkloppen. Schep de kokosroom in de kom, voeg 1 tl natuurlijk vanille-extract, een minisnufje zout en 1,5 à 2 eetlepels poedersuiker toe en klop de room met een elektrische mixer luchtig.

Lees het hele artikel