Je ziet het meteen als hij eraan komt. Johannes Klaebo valt een helling aan alsof het een bord eten is na een dag vasten: gretig, met korte, bijna gewelddadige slagen. Het verschil met de langlaufers die na hem komen is immens: hij gaat twee keer zo snel. Zelfs de Fransman Victor Lovera en de Italiaan Federico Pellegrino, die even later een zilveren en bronzen medaille zullen winnen, lijken krachteloos de helling op te kruipen in vergelijking met Klaebo.
In het langlaufstadion van Tesero, in het skigebied Val di Fiemme, bezorgt Klaebo het Noorse team deze zondag olympisch goud op de estafette bij de mannen. Nonchalant skiënd komt hij in zijn eentje de finish over, één skistok in de lucht naar het massaal aanwezige Noorse publiek. Hij stopt, omhelst zijn drie teamgenoten en begint ontspannen met ze te kletsen. Hij gaat niet plat in de sneeuw liggen, hoeft niet eens zwaar te hijgen. De oerkreten die de Fransen en Italianen een paar meter verderop slaken na het behalen van zilver en brons, ontgaan hem volledig.
Je zou niet denken dat Klaebo vandaag iets ongelooflijks heeft gedaan. Met zijn gouden olympische medaille in de estafette is hij nu de meest succesvolle winterolympiër aller tijden. Eerder deze Spelen werd Klaebo al olympisch kampioen op de skiatlon, de sprint, de sprint en de 10 kilometer interval. Met medaille nummer vier op deze Spelen staat zijn totaal op negen – en daarmee heeft hij nu zijn landgenoten Marit Bjørgen, Ole Einar Bjørndalen en Bjørn Daehlie ingehaald als winterolympische ‘GOAT’ (Greatest Of All Time).
Twijfel over of hij zou winnen vandaag had hij eigenlijk niet, vertelt Klaebo tijdens de persconferentie na afloop. Ja, de omstandigheden waren best pittig, met veel wind. Hij was ook moe geweest na zijn vorige gouden race, op vrijdag: de dag erna was hij zijn hotelkamer niet uit gekomen en had hij niets anders gedaan dan pendelen tussen zijn bed en zijn spelcomputer. ,,Maar toen ik vanochtend wakker werd, voelde ik: dit wordt een goede dag.” Zijn teamgenoten knikken instemmend.
Meer dan duizend skiclubs
Geen land ter wereld is zo goed in langlaufen als Noorwegen. Kinderen krijgen er hun eerste ski’s om als ze nog amper kunnen lopen; het land telt meer dan duizend skiclubs. Mede dankzij het langlaufen is Noorwegen al decennia lang het meest succesvolle land op de Winterspelen. De mannen en vrouwen uit het Noorse team zijn – nog meer dan schaatsers in Nederland – grote bekendheden in eigen land. Zoals de Nederlands-Oostenrijkse langlaufer Mika Vermeulen, die naar Noorwegen verhuisde vanwege het sportklimaat, onlangs zei tegen NRC: „In Noorwegen komt langlaufen, dan God, dan lang niks en dan de rest.”
Bovenaan de Noorse langlaufpyramide staat Johannes Høsflot Klaebo (29) – blonde kuif, strakke kaaklijn. Sinds hij tien jaar geleden zijn eerste wedstrijd won, is hij uitgegroeid tot de Tadej Pogacar van het langlaufen: een onverslaanbare kampioen die zijn tegenstanders tot wanhoop drijft. Hij heeft 107 wereldbekerzeges op zijn naam staan, won vijf keer Tour de Ski – het meest prestigieuze evenement in het langlaufen – en zegevierde vorig jaar op het WK in Trondheim bij alle zes de onderdelen. Na zijn eerste medaille op deze Spelen twijfelde niemand er meer aan dat Klaebo zichzelf in Italië tot beste winterolympiër allertijden zou kronen.
Wat maakt hem zo goed? Veel talent, vanzelfsprekend – al was dat niet vanaf het begin duidelijk. Als iel veertienjarig ventje bleef hij achter bij zijn leeftijdsgenoten van skiclub Byasen in Trondheim. Toen wierp zijn grootvader Kare Høsflot zich op als zijn coach, skiwaxer en chauffeur voor trainingen. Richt je op je techniek, zo zei Kare tegen zijn kleinzoon – de rest komt vanzelf. Dat betaalde zich uit: toen Klaebo uiteindelijk een groeispurt kreeg, begon hij zich te ontpoppen als kampioen.
Lees ook
Strikt geheim, peperduur en extreem belangrijk: skiwax is de sleutel tot succes in de olympische sneeuw
Klaebo’s opa, inmiddels 83, is nog altijd zijn coach. Hij heeft hem na de wedstrijd nog niet kunnen spreken, vertelt hij tijdens de persconferentie: na de wedstrijd volgde de huldiging, een praatje met de Noorse kroonprins, veel foto’s en selfies en eindeloos interviews met journalisten. In één van die gesprekken zegt Klaebo dat zijn opa nog steeds de belangrijkste persoon is in zijn leven. Behalve zelfvertrouwen en trainingsadviezen kreeg hij van hem ook de liefde voor friluftsliv, het buitenleven – vissen, wandelen, overnachten in een hut in de bossen.
Vriendin mocht niet langskomen
Snoeihard trainen en leven als een monnik – dat is feitelijk het enige wat Klaebo doet. De zomers brengt hij sinds vier jaar rolskiënd door in Park City, Utah. Niet alleen vanwege de hoogte (2.100 meter), die goed is voor het aankweken van rode bloedcellen, maar ook om in alle anonimiteit en rust te kunnen trainen – in Noorwegen wordt hij voortdurend op straat aangesproken. Voor zijn Noorse fans plaatst hij filmpjes van zichzelf op sociale media in bloot bovenlijf op rolski’s – een beetje narcisme is de langlaufgod niet niet vreemd.
Klaebo’s fanatisme en toewijding aan de sport gaan ver. ’s Zomers staat hij om zes uur op om intervaltrainingen te doen op zijn rolski’s. In het winterseizoen verkeert hij uitsluitend met het Noorse team en een heel klein clubje van familie en vrienden; hij is bang om ziek te worden, en daardoor geen medailles te winnen. In de aanloop naar de WK van vorig jaar verkoos hij zes weken volledige isolatie – zelfs zijn vriendin mocht niet langskomen op trainingskamp in Italië.
Wat Klaebo uniek maakt in het langlaufen, is dat hij álles kan. Hij is zowel een meester in de de klassieke stijl (rechtdoor in een spoor) als in het skaten (schaatsbewegingen op vlakke sneeuw). Hij daalt als een dolle en klimt twee keer zo snel zijn concurrenten. Tijdens de wedstrijd van zijn tweede goud, op dinsdag, sprintte hij met een gemiddelde snelheid van 17,3 km per uur een helling op – een filmpje ervan ging viral. Wat hij daar deed, noemen ze in Noorwegen de Klaebo-kliv – de Klaebo-loop.
Hij kan ook nog eens uit de voeten met álle nummers in zijn sport, van sprint tot de lange afstand. ,,Hij verslaat je in een inspanning van drie minuten, én in een wedstrijd van twee uur”, zegt de Amerikaan Ben Ogden – hij won vrijdag zilver achter Klaebo op de tien kilometer – zondag na de race. „Dat zie je in een geen enkele andere sport.”
Zekere zege
In Val di Fiemme is het deze zondag, heel toepasselijk, Königswetter – een stralend blauwe hemel achter de besneeuwde bergen. Het parcours in Tesero is afgeladen met supporters – heel veel uit Noorwegen. Oddveig Havelsund, een vijftiger uit Oslo, staat met een groepje bij de eerste klim, een koebel en een Noors vlaggetje in haar hand. Klaebo, zegt ze, is in Noorwegen „net zo’n superster” als voetballer Erling Haaland. Het is een bewijs voor hóé diep langlaufen in het nationale dna zit. Ook zij heeft, net als Klaebo zelf, geen enkele twijfel dat Noorwegen deze zondag gaat winnen.
En inderdaad, al vroeg in de wedstrijd blijken de Noren veel te sterk voor de concurrentie. De vier deelnemers van het estafetteteam moeten ieder 7,5 kilometer langlaufen, op een parcours dat op en neer gaat: de eerste twee in klassieke stijl, de laatste twee skatend. Al bij de tweede wissel heeft Noorwegen een voorsprong van tien seconden op nummer twee Frankrijk. Tegen de tijd dat Klaebo als laatste loper aan de beurt is, kan zijn team de zege al niet meer ontgaan. Dat de mannen van Frankrijk en Italië hun zilveren en bronzen medaille zó euforisch vieren, zegt genoeg.
De vraag die Klaebo na afloop van iedere verslaggever krijgt: gaat hij nóg twee gouden medailles winnen op deze Spelen? Hij hoopt van wel, luidt telkens het diplomatieke antwoord – maar eerst even uitrusten. Kansen komen er nog genoeg, want Klaebo wil sowieso doorgaan tot en met de volgende Winterspelen in 2030. Met dezelfde kadaverdiscipline als in de afgelopen jaren zal hij dat niet meer doen, zegt hij. De isolatie die hij zichzelf oplegde in aanloop naar het WK van vorig jaar, zegt hij in Val di Fiemme, was „te zwaar”. „Zo kan ik niet niet meer leven.”
De voorbereidingen voor de Spelen pakte Klaebo met wat meer ontspanning aan. Hij liet meer mensen toe, had meer plezier. „Bij het begin van deze Spelen voelde ik me minder moe. Ik denk dat het een stuk beter gaat met mijn mentale gezondheid dan vorig jaar. Op deze manier hou ik het nog wel een paar jaar vol.”
Nóg vier jaar Klaebo, is dat geen ontmoedigend vooruitzicht voor zijn tegenstanders? Weet je, zegt de Amerikaan Ben Ogden, „de schoonheid van langlaufen is dat dominantie ook weer voorbij kan gaan.” Nieuwe, snelle langlaufers, zegt hij, kunnen zomaar opkomen. „Op dit moment heeft hij niet veel concurrentie. Maar over vier jaar zou het een heel ander verhaal kunnen zijn.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/12135819/130226BIN_2031162973_dementie4.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15190817/160226CUL_2031370826_VanMierloHOMEPAGE.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15180855/150226SPO_2031581740_Kok.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14123407/ITALY-MILANO-CORTINA-OLYMPIC-GAMES_72866388.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13184917/130226SPO_2031585782_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13085143/130226ECO_2031535517_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14015453/ANP-550619389.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/09/24165348/web-HP-Zitting-3_NIEUW_Panorama_advocaat-en-verdachte_Leonieke.jpg)
English (US) ·