Met ‘Adolescence’ in de klas voeren scholen het gesprek over sociale media en de manosphere

4 uren geleden 2

Pesten, zegt Gijs Korenblik (31) tegen zijn havo 4-klas, is van alle tijden. Hij gaat even zitten voor zijn verhaal, op een tafel voorin het klaslokaal. Op de basisschool, groep 7 en 8, was hij een makkelijk doelwit. Hij was onzeker, huilde als hij een spreekbeurt moest houden en was niet zo’n „mannetje-mannetje” als veel jongens in zijn klas. Dus hij werd buitengesloten, van zijn fiets getrapt.

De klas is opeens muisstil. Korenblik vraagt zijn leerlingen of ze kunnen raden wat hij vervolgens deed toen hij in de onderbouw van de havo zat.

„Anderen gepest?”

„Ja, heel goed, Rohat! En waarom deed ik dat? Ik wist hoe erg het was om gepest te worden.”

„Zodat het niet meer bij jou gebeurt?”

„Heel goed, Robin! Ik ben gaan pesten, omdat ik wist: dan ben ik, tussen haakjes, veilig.”

Als je een kind z’n eerste fiets geeft, zeg je als ouder ook niet: hier, fiets maar naar school. Maar zo gaat het wel bij de mobiele telefoon

Gijs Korenblik geeft maatschappijleer (en geschiedenis) op het Isendoorn College, een school voor mavo, havo en vwo in Warnsveld, in de gemeente Zutphen. Op deze vroege vrijdagochtend zie je vanuit het grijze lokaal hoopjes sneeuw liggen op de platte daken van het schoolgebouw. Op het digibord heeft Korenblik zojuist twee scènes laten zien uit de populaire Netflix-serie Adolescence. Die verscheen afgelopen jaar en gaat over een dertienjarige Engelse jongen met misogyne denkbeelden, die wordt verdacht van het doodsteken van een meisje uit zijn klas. Hij voelde zich door haar in zijn mannelijkheid aangetast, want op sociale media had ze hem onder meer ‘incel’ genoemd – dat staat voor involuntary celibate, ofwel onvrijwillig celibatair.

Docent Gijs Korenblik

Docent Gijs Korenblik

Foto eric brinkhorst

De serie werd niet alleen lovend ontvangen, maar schudde ook vele volwassenen wakker die zich niet eerder hadden gerealiseerd hoe diep kinderen in online bubbels gezogen kunnen worden. Adolescence bracht een collectief, bezorgd gesprek op gang over pesten op sociale media en over de ‘manosphere’. Dat is een verzamelnaam voor delen van het internet waarin influencers als Andrew Tate hevige masculiniteit propageren en afgeven op feminisme.

Kort na het verschijnen van Adolescence zei de Britse premier Keir Starmer dat de serie hem diep geraakt had en dat hij wilde dat die op „alle scholen” te zien zou zijn. Dat wilde de Tweede Kamer in Nederland vervolgens ook, waarop Beeld & Geluid een lespakket ontwikkelde voor middelbare scholen. Sinds dit schooljaar kunnen leraren het lespakket van het cultuurhistorische instituut gratis gebruiken. Volgens een woordvoerder van Beeld & Geluid zijn er in januari al ruim zesduizend „sessies” geweest op de webpagina van het Adolescence-lesmateriaal.

Lees ook

Hitserie ‘Adolescence’ maakt veel los onder ouders van tieners: ‘Vraag je eens af: ben ik wel emotioneel beschikbaar?’

Karin Lagraauw met haar man Maarten, ze deelde naar aanleiding van de serie Adolescence een persoonlijk verhaal op social media. Foto Bart Maat

Filterfuik op sociale media

Beeld & Geluid biedt al langer workshops aan op het gebied van „mediawijsheid”, zegt Helen Meijer, manager onderwijs & media-educatie bij het instituut. Die kunnen leerlingen en leraren volgen op locatie in Hilversum. De relevante expertise voor het ontwikkelen van het Adolescence-lespakket was dus al in huis. „En we weten onze weg in de mediawereld goed te vinden.” Het was dus ook vrij snel geregeld dat Netflix de serie beschikbaar stelde.

Volgens Meijer is dit soort onderwijs hard nodig. „Als je een kind z’n eerste fiets geeft, zeg je als ouder ook niet: hier, fiets maar naar school. Maar zo gaat het wel bij de mobiele telefoon. Met zowel een fiets als een telefoon kun je toffe dingen doen, maar er zijn ook best veel gevaren en daarin moet je kinderen wel opvoeden.” Een van de telefoongevaren is volgens haar de „filterfuik” op sociale media waarin je terecht kan komen, zoals de manosphere.

Praten over pesten is een belangrijk onderdeel van de les.

Praten over pesten is een belangrijk onderdeel van de les.

Alle leerlingen moeten hun hoofd op tafel te leggen wanneer Korenblik een vraag stelt over een fragment.

Alle leerlingen moeten hun hoofd op tafel te leggen wanneer Korenblik een vraag stelt over een fragment.

Foto’s Eric Brinkhorst

Leraren kunnen kant-en-klare lessen downloaden of hun eigen les ‘bouwen’ met het beschikbare materiaal. Gijs Korenblik koos voor dat laatste. Hij werkt naar eigen zeggen liever „to the point”, met veel voorbeelden die de kinderen herkennen uit het dagelijks leven.

Zo heeft hij een fragment uit de Nederlandse datingshow First Dates in zijn les gestopt, dat recent viral ging. In het filmpje zegt de 21-jarige Davey tegen zijn date Alanah: „Jij zal nooit méér gaan werken dan dat ik ga werken. Ik hou van werken, plus het geld dat ik ga verdienen ga jij nooit verdienen.” Als Alanah vraagt waarom dat zo is, antwoordt Davey dat hij niet denkt dat zij „die ambities” heeft, want zij wil gewoon „lekker je nageltjes, lekker je make-up, lekker vrouw zijn”.

„Ik wil dat iedereen even zijn hoofd op tafel legt”, zegt Korenblik als het fragment afgelopen is. Dat vraagt hij steeds van de kinderen als hij ze stellingen voorlegt. Het idee is dat ze zich vrijer voelen een eerlijk antwoord te geven als ze niet zien welke klasgenoten wel en niet een hand opsteken.

„Steek je hand op als je het helemaal eens was met de ideeën van Davey.” Korenblik kijkt in het rond. Geen van de 25 handen gaat omhoog. Bij „een beetje eens” steekt één jongen zijn hand op. Bij de stelling „Hij heeft goede en slechte punten” gaan zeven handen omhoog, voornamelijk van jongens. Het merendeel van de klas is het helemaal niet eens met Davey.

Lees ook

Je thuisvoelen in de manosphere, hoe is dat? ‘Als man voel ik me toch een beetje de vijand’

Je thuisvoelen in de manosphere, hoe is dat? ‘Als man voel ik me  toch een beetje de vijand’

Mannelijk

Korenblik vraagt aan zijn leerlingen wat mannelijkheid volgens hen is. Wat maakt een man een man? De meeste jongens komen met een biologisch verhaal en ze zeggen dat een man respectvol, netjes moet zijn. De meiden vinden vooral dat een man de vrouw als gelijke moet zien. „Ze moeten accepteren dat vrouwen hetzelfde zijn.”

Dan richt Korenblik zich tot de jongen die het als enige „een beetje eens” was met Davey. De leerling zegt dat een man een man is als hij „geen homo is”.

„Wat maakt dat je dat vindt?”, vraagt Korenblik.

„Dat vind ik gewoon”, zegt de jongen. Hij kijkt stuurs.

„Kun je het proberen uit te leggen?”

„Ik vind gewoon als je homo bent, ben je niet een echte man, omdat je dan op een man valt.”

„Oké, dat kan. Dus in jouw ogen maakt het een man minder mannelijk als hij op een andere man valt? Oké, dat kan je vinden. Heb je nog iets anders geschreven dat je vindt?”

„Dat hij dingen moet durven en dat.. dat hij normaal doet tegen een vrouw.”

„Maar als een man homoseksueel is, mag dat van jou of heb je dat liever helemaal niet?”

„Liever niet”, zegt de jongen met een uitgestreken gezicht.

De rest van de klas giechelt en grinnikt.

„Wat maakt dat je dat niet wil dan?”

„Ik vind het gewoon vies.”

„Je vindt het vies. Maar als die persoon op die manier gelukkig is?”

„Ja, dan moet-ie dat lekker doen.”

Nog meer gelach. Korenblik maant de lachers tot stilte.

Emoji’s hebben voor tieners soms een heel andere betekenis dan voor volwassenen

Met opzet wijst de docent de jongen niet terecht. Korenblik heeft het in zijn les ook niet direct over de gevaren van sociale media. De moord in de serie is geen onderwerp van gesprek; de serie is slechts een gespreksstarter. Dat is een goede aanpak, denkt Freek Zwanenberg. Hij is directeur van Bureau Jeugd & Media, dat voorlichting en advies geeft op het gebied van mediaopvoeding en -wijsheid. „Je zit natuurlijk op een open zenuw als je als volwassene met jongeren over sociale media gaat praten. De grootste valkuil is om gelijk te beginnen over de gevaren.”

Gijs Korenblik laat in zijn les de kinderen zelf emoji’s tekenen. Ze zijn ook van belang in de serie.

Foto’s eric brinkhorst

Zwanenberg denkt dan ook dat het te alarmistisch zou zijn om Adolescence van begin tot eind aan een klas te laten zien. „Die serie is vooral geschikt als eyeopener voor volwassenen. Met de kinderen kun je het beter hebben over hoezeer zij bepaalde elementen herkennen uit de serie.” Hij wijst op de veelbesproken ‘emoji-scène’: daarin legt een zoon aan zijn vader uit dat emoji’s voor tieners soms een heel andere betekenis hebben dan voor volwassenen. Zo zou de bonen-emoji voor jongeren staan voor ‘incel’.

Die scène gebruikt Gijs Korenblik ook in zijn les, waarop hij de kinderen zelf emoji’s laat tekenen. Ze moeten erbij schrijven wat die volgens hen betekenen. Pien heeft wat uit te leggen als ze haar tekening van een poppetje met kruisjes als ogen omhoog houdt. „Steek me neer”, staat eronder. Ze lacht. Zo grimmig was het niet bedoeld. Ze gebruikt de emoji als ze ergens geen zin in heeft. „Bijvoorbeeld: ik moet straks werken, steek me neer.”

De volledige namen van de leerlingen zijn bekend bij de redactie.

Lees ook

‘Adolescence’ opent het gesprek over manosphere

‘Adolescence’ opent het gesprek over manosphere
De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel