Verdachte spion bij NCTV printte staatsgeheimen en reisde daarna naar Marokko. ‘Het is verwarrend. Ook voor mij’

4 uren geleden 2

Hij had het moeten zien aankomen. In zijn cel in Alphen aan den Rijn dacht Abderrahim el M. terug aan alle signalen die hij had gemist. De inlogproblemen die hij de laatste tijd had op zijn werk. De collega’s die hem waarschuwden dat hij onder een vergrootglas lag. En vooral die camera, die plots voor de deur van zijn werkkamer hing bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

En toch had El M. niets door, toen hij in oktober 2023 Schiphol binnenliep, voor zijn zoveelste reis dat jaar naar Marokko. Bij vertrekhal 3, op tien meter vanaf de draaideuren, werd hij aangehouden. In zijn bagage: meerdere harde schijven, met daarop 250 geheime documenten. Sindsdien is de vraag wie hier precies gearresteerd was: een toegewijde ambtenaar die per ongeluk werkdocumenten meenam op vakantie, of de grootste naoorlogse spion die Nederland ooit had gekend?

Deze week staat de 66-jarige NCTV-analist terecht in de rechtbank in Rotterdam. Het Openbaar Ministerie eist twaalf jaar celstraf tegen hem vanwege het lekken van staatsgeheimen aan de Marokkaanse inlichtingendienst DGED. Vrijdag komt zijn advocaat aan het woord.

Abstracte, afstandelijke bewoordingen

In de rechtszaal is El M. een opvallende verschijning. In een donkerblauw pak, stropdas om, een tas waar papieren uitsteken. Hij spreekt de rechters aan met „edelachtbare” en verdedigt zich in abstracte, afstandelijke bewoordingen. Wat hier speelt, zegt hij, is „een misverstand”, ontstaan door „de discrepantie tussen de voorgeschreven orde en de beleefde werkelijkheid”.

Om deze woorden uit te leggen, grijpt El M. ver terug. Sinds 2005 werkte hij bij de voorloper van de NCTV, en groeide uit tot hoofdanalist op het gebied van jihadisme en salafisme. Als bijbaan stuurde hij ook nog een team tolken aan voor de politie. Zelf spreekt hij van een invloedrijke positie „achter de schermen”.

Lees ook

Abderrahim El M. waarschuwde voor Marokkaanse spionage, nu wordt hij er zelf van verdacht

Abderrahim El M. waarschuwde voor Marokkaanse spionage, nu wordt hij er zelf van verdacht

Rond 2020 begint volgens El M. iets te schuiven, vertelt hij aan de rechter. Dat zou te maken hebben met onthullingen in NRC over de werkcultuur bij de NCTV. De dienst, en El M. voorop, verzamelt op grote schaal informatie over burgers en organisaties, maar doet dit zonder wettelijke grondslag. In de nasleep van de publicaties voelt El M. zich door collega’s „tegengewerkt” en „onveilig”, zegt hij. Hij zou daarna door leidinggevenden zijn aangeraden om een tijdje „onder de radar” te gaan werken – vanuit huis.

In die periode neemt El M. grote hoeveelheden documenten mee naar huis. Uiteindelijk zal justitie 843 staatsgeheime papieren en honderden digitale bestanden in zijn woning aantreffen. Ze liggen verspreid op de printer in de slaapkamer, op zijn nachtkasje en in opgestapelde dozen op zolder.

Ze klaren hun kloten. Zodra het misgaat, wast iedereen zijn handen in onschuld

„Dat klinkt voor mij niet logisch”, zegt een van de rechters, „dat iemand zulke stukken in een woning heeft liggen. Stel dat er wordt ingebroken.”

El M. erkent dat de regel was dat staatsgeheimen niet mee naar huis mochten. „Die regels hingen bij het kopieerapparaat.” Maar, zegt hij, „wanneer er gewerkt wordt onder veel druk, kunnen de regels in het geding komen”. Dát is wat hij bedoelt met de ‘voorgeschreven orde’ die bij de NCTV botste met de werkelijkheid. Hij stelt dat hij van zijn bazen toestemming kreeg om thuis te werken met geheime documenten, maar wil geen namen noemen van deze bazen. Behalve de naam van een oud-chef die inmiddels is overleden. „Die kunnen we het niet meer vragen”, merkt de rechter op. Alle andere leidinggevenden ontkennen dat El M. staatsgeheimen mee naar huis mocht nemen.

Volgens El M. proberen zij hun hachje te redden. „Ze klaren hun kloten. Zodra het misgaat, wast iedereen zijn handen in onschuld.”

Waarschuwing in ambtsbericht

De AIVD waarschuwde het OM in oktober 2023 voor de analist in een ambtsbericht. Daarin staat dat El M. al langer contact heeft met hooggeplaatste Marokkaanse inlichtingenofficieren. Justitie ging snel over tot aanhouding, en probeerde daarna met terugwerkende kracht de gedragingen van El M. te achterhalen. En daarin stuit het OM op een opmerkelijk patroon. De analist reisde in 2023 vrijwel maandelijks af naar Marokko. Voor zijn vertrek printte hij dan grote aantallen documenten uit op zijn werk. Die stopte hij in zijn tas en thuis werden ze ingescand, om ze volgens het OM op een harde schijf mee te kunnen nemen naar Marokko.

De rechter vraagt El M. waarom hij dat deed, dat printen en scannen. „Ik druk altijd veel informatie af. Al mijn collega’s weten dat ik een grote consument ben van informatie”, zegt El M.

„Maar waarom had u die documenten nodig in Marokko?” vraagt de rechter.

„Niet voor Marokko. Voor mijn werk hier.”

De rechtbank citeert uit het dossier: buiten de reisperiodes om printte of scande hij nauwelijks staatsgeheimen. „Het patroon lijkt alleen zichtbaar vlak voor het uitreizen.”

Ik druk documenten af en ik reis. Er zit geen enkel verband daartussen

El M.: „Ik druk documenten af en ik reis. Er zit geen enkel verband daartussen.”

Het OM vraagt zich af waar hij de documenten voor nodig had. Als analist jihadisme, recentelijk overgeplaatst om te werken aan een promotieonderzoek, had El M. niets te maken met de meegenomen stukken. Waarom stond er bijvoorbeeld een AIVD-analyse over de ‘Marokkaanse inlichtingenactiviteiten in Nederland’ op zijn harde schijf? Of geheime stukken over Rusland en China?

In zijn telefoons vond het OM nummers van functionarissen van de Marokkaanse veiligheidsdienst. Ze waren opgeslagen onder wisselende namen: ‘Kamal’, ‘Yahya’, ‘tante Kamila’.

„Snapt u dat dit vragen oproept?” vraagt de rechter.

„Ja”, zegt El M. „Het is verwarrend. Ook voor mij.”

Hij zegt dat deze telefoon binnen zijn familie rouleerde, en werd gebruikt door meerdere personen. Daarom zou hij niet weten waarom deze nummers in de telefoon stonden – en wíé het waren.  

‘Klein dingetje’ overhandigen

Volgens het OM weet hij dat maar al te goed: El M. gebruikte de telefoon onder meer om afspraken te maken met Kamal el Atouabi, directeur contra-inlichtingen van de inlichtingendienst DGED. Rond de reisjes naar Marokko, die voor hem werden betaald, nam hij contact op. Zo stuurt El M. in februari 2023 aan Kamal: „Ik zou u graag een klein dingetje willen overhandigen.” Hij vraagt aan Kamal of een collega „het dingetje” kan komen ophalen. „Dank.”

Als El M. een paar maanden later weer in Marokko is, zegt hij ‘Kamal’ opnieuw te willen treffen, om hem een ‘medicijn’ te overhandigen.

„Dat lijkt op versluierd taalgebruik”, zegt de rechter.

„Nee, het is geen codewoord”, bezweert El M. Hij heeft na twee jaar stilzwijgen een uitgebreid schriftelijk verweer ingeleverd, waarin hij uiteenzet hoe de zaak zou berusten op één groot misverstand. De mensen die in het strafdossier als geheim agent worden aangemerkt, werkten in zijn beleving voor de Marokkaanse mensenrechtenraad en het Kadaster. Daar had hij contact mee, om een oude familiekwestie mee op te lossen.

U meldt zich bij binnenkomst in Marokko bij iemand die de hoogste baas van de veiligheidsdienst zou zijn. Vindt u dat niet opmerkelijk?

Het OM vindt het echter volstrekt ongeloofwaardig dat hij pas twee jaar na zijn aanhouding met dit alternatieve scenario aankomt. „Dit is geen verweer dat je bewaart tot twee jaar later”, stelt de officier van justitie. „Dan zijn de waarde en kracht ervan weg.”

Bovendien verklaart El M.’s verhaal niet ál zijn contacten met Marokkaanse spionnen. Zo had zijn telefoon al in 2015 contact met Mohamed Yassine Mansouri, directeur van de inlichtingendienst en een van de machtigste mannen van Marokko.

Lees ook

De rechtbank wil ‘een van de machtigste’ mannen in Marokko horen over lekken staatsgeheimen. ‘Volstrekt kansloos’, zegt expert

Een foto uit 2006 van Yassine Mansouri, baas van de Marokkaanse  inlichtingendienst DGED. Foto ABDELHAK SENNA / AFP

El M. stelt dat hij deze Mansouri op de hoogte moest brengen zodra hij naar Marokko ging, om te voorkomen dat hij bij de grenscontrole zou worden aangehouden. Dat was in de jaren negentig namelijk een keer gebeurd.

De rechter: „U meldt zich bij binnenkomst in Marokko bij iemand die de hoogste baas van de veiligheidsdienst zou zijn. Vindt u dat niet opmerkelijk?”

„Nee”, antwoordt El M. „Dat was zo afgesproken.”

Hij vond het evenmin noodzakelijk de NCTV van deze afspraak op de hoogte te stellen. „Ik had er geen onveilig gevoel bij.”

De officier van justitie noemde het in de zitting „zuur” dat uitgerekend bijde NCTV, dat beleid maakt over statelijke dreigingen, „een medewerker in dienst heeft gehad die wordt verweten een spion te zijn geweest”. Wellicht had de dienst zelf zijn beveiliging beter op orde moeten hebben, suggereerde de officier, maar het valt El M. te verwijten dat hij het vertrouwen van zijn werkgever heeft beschaamd. „Maar ook dat van de AIVD, de MIVD, ministeries en Europese instanties. Als deze informatie op de verkeerde plaats terechtkomt, raakt dat de effectiviteit van onze veiligheidsdienst en verstoort het relaties met andere landen.”

Lees ook

Kustwacht kan niets uitrichten tegen spionage op de Noordzee wegens gesteggel over geld

Nederland is afhankelijker geworden  van infrastructuur op de Noordzee. Over vier jaar komt volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zo’n driekwart van de elektriciteit die nationaal verbruikt wordt van zee.
De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel