Met broer Rafaël naast zich, vindt Tristan Tulen aansluiting bij de wereldtop. ‘Maar perspectief om professioneel te kunnen schermen hebben we niet’

2 uren geleden 2

Minutieus staat olympisch degenschermer Tristan Tulen (34) op een donderdagmiddag op topsportcentrum Papendal dezelfde actie te oefenen tegen zijn broer Rafaël (28). Op precies het goede moment steekt Tristan op zijn broers arm. De naar voren komende degen van Rafaël weert hij met zijn eigen degen af rond heuphoogte. In een vloeiende beweging zet hij de punt op het bovenbeen van zijn broer.

Op de zware metalen schermloper die sinds 2023 op de eerste verdieping van de judohal ligt, maakt hij tientallen keren op rij deze actie. Afstand, timing, voetenwerk, techniek: alles moet precies kloppen. Is hij een milliseconde te vroeg of te laat, of staat hij een stapje te dichtbij, dan hoort Tristan dat gelijk van zijn broer.

Al ruim twintig jaar zijn de twee fanatiek met de schermsport bezig. En met jongere broer Rafaël als sparringspartner, trainer en teamgenoot, boekte Tristan de afgelopen jaren opvallende successen. In 2022 werd hij onverwachts tweede op de EK en in 2024 pakte hij het laatste ticket voor de Olympische Spelen in Parijs.

Dit jaar lijkt zelfs alles te lukken. In januari won hij in de Qatarese hoofdstad Doha als eerste Nederlander ooit een Grand Prix, na de Olympische Spelen en de WK het belangrijkst. In februari werd hij derde bij de wereldbeker van Heidenheim en in april pakte hij nog een Grand Prix-medaille (brons in Boedapest). Dit jaar won hij al twee keer van regerend olympisch kampioen Koki Kano uit Japan en steeg hij naar plek zes op de wereldranglijst.

Uniek voor een topschermer is dat Tristan op de grote toernooien geen keur aan coaches mee heeft. Bij al zijn successen stond broer Rafaël, zelf nummer 98 van de wereldranglijst, achter de loper. Een nadeel ten opzichte van de toplanden, maar ook één van de redenen, denkt Tristan, dat hij na al die jaren nu zulke successen boekt.

Al jaren moeten de broers alles zelf analyseren. Over elke tegenstander schrijven ze na een wedstrijd een paar zinnen op. Tristan: „Als ik weet tegen wie ik moet schermen, weet Raf al met welke actie ik het best kan beginnen. En als die actie dan niet werkt, kan hij zeggen of ik de actie niet goed uitvoerde, of dat ik een andere oplossing moet zoeken. Zo wordt je heel bewust van hoe je beter kan worden.”

„Rafaël weet precies hoe mijn acties eruitzien als ze goed zijn. En hij kan dat als sparringspartner ook voelen. Zit de punt er goed op? Strek ik mijn arm niet te vroeg? Of ga ik met mijn lichaam al te veel naar voren? Dat ben je constant aan het afstemmen.”

„Dat maakt ons in analytisch opzicht heel goed. De Franse jongens hebben vijf coaches mee voor vier schermers. Zij zijn zelf veel minder aan het reflecteren over waarom ze iets doen en hoe ze het anders zouden kunnen doen.”

Tristan en Rafaël Tulen in actie op Papendal.

Dieuwertje Bravenboer

Perfecte timing

Tristan begon op zijn negende met schermen en stak de hele familie aan. Zijn favoriete acties zijn in al die jaren nooit veranderd. Die gaan ‘via het ijzer’: acties waarbij je met je eigen wapen het wapen van de tegenstander weert of wegslaat of -duwt.

Rafaël: „Dat zijn altijd zijn beste acties geweest. Dat het bij Tristan nu zó goed gaat, komt ook niet doordat hij andere acties maakt dan vroeger. Zijn timing is nu beter, hij maakt de acties vaker op precies het goede moment.” Tristan: „Mijn tegenstanders weten ook wat mijn favoriete actie is, maar de truc is om zo goed te timen, dat ze er toch niet onderuit komen.”

Zo weet Tristan belangrijke wedstrijden te winnen. In februari in Heidenheim won hij bij een gelijke stand tot twee keer toe het winnende punt tegen Koki, zowel bij het individuele toernooi als bij de teamwedstrijd. Die beslissende treffers waren „zeker niet fifty-fifty” volgens hem. „Twee keer gebeurde hetzelfde: hij stapte heel snel in en ik maakte gelijk de tegenaanval. Dat was geen gok, maar heel bewust.”

Schermbonddirecteur Teun Plantinga noemt dat „mentale volwassenheid” van Tristan Tulen. „Zijn doorzettingsvermogen is ongelooflijk. In het Nederlandse schermen moet alles uit de sporters zelf komen. Dat is ook helemaal niet verkeerd, maar op een gegeven moment heb je wel perspectief nodig.” En juist daaraan ontbreekt het in het Nederlandse schermen al te lang, vinden ook de broers Tulen.

Financiële onzekerheid

Structurele financiering hebben de schermers namelijk niet. Wel kreeg Tristan de afgelopen jaren af en aan de A-status, en dus geld, van sportkoepel NOC-NSF. „Dan is goed rond te komen”, vertelt hij in de cafetaria van Papendal. Maar elke keer is die status ook tijdelijk. „Als we alles zelf moeten betalen, is het echt wel pittig.”

Een schermmerk uit Hongarije sponsort de spullen van Tristan. En na zijn Grand Prix-zege in Doha kreeg hij voor vijf maanden weer de A-status, tot aan de WK in juli in Hongkong. Genoeg om het even vol te houden, maar onvoldoende om een toekomst op te plannen en je baan op te zeggen. Tristan knoopt de eindjes daarom aan elkaar door op woensdagen als fysiotherapeut te werken. Bijkomend voordeel: hij kan voor zichzelf optimale trainingsschema’s maken.

Op elke andere dag traint hij met zijn broer. Die woont nog thuis en geeft drie avonden per week betaald training. Ook krijgen beide broers wat geld van een club uit Frankrijk, waar ze af en toe een wedstrijd voor schermen. Het is tekenend voor het verschil tussen Nederland, met zo’n drieduizend schermbondleden, en de ‘grote’ schermlanden als Frankrijk en Italië, waar miljoenen in de sport omgaan.

Want ondanks Tristans succes zitten een centraal topsportprogramma en een structureel budget er niet in. De laatste Nederlandse WK-medaille dateert van 2011 en de laatste olympische medaille van 1924. Schermen geldt daarom als sport zonder ‘structurele medaillekansen’. De Tulens denken anders over de kansen, niet alleen vanwege Tristans uitzonderlijke resultaten. Ook in teamverband zitten de degenschermers dicht tegen de toplanden aan. 

Team

Vorig jaar wonnen ze voor het eerst een teammedaille op de EK. Tristan en Rafaël Tulen werden met David van Nunen en Konrad Veenenbos verrassend tweede, door onder meer olympisch kampioen Hongarije uit te schakelen. En op de wereldbekers in de Verenigde Arabische Emiraten en Duitsland pakte het team twee keer brons, na winst op Hongarije en nummer één van de wereld Japan. Nederland steeg naar plek zeven van de wereldranglijst.

Rafaël: „We zaten er al vaker dicht tegenaan. Nu valt het een aantal keer achter elkaar de goede kant op en dan zie je waar we toe in staat zijn. Andere landen zijn nu ook echt wel banger voor ons, ze worden wat voorzichtiger.”

Tristan: „Toen we veel lager geplaatst stonden, moesten we op toernooien vaak al gelijk tegen zo’n topland. Dat is heel frustrerend. Onze positie nu betekent dat we in de eerste wedstrijd in principe de overhand hebben. Dat geeft ook zelfverzekerdheid als je dan de wedstrijd erna tegen Frankrijk of Italië moet. Het is echt nog niet gespeeld voordat de partij begonnen is.”

Al jaren bestaat het Nederlandse team uit de broers Tulen en de 30-jarige Van Nunen (nummer 111 van de wereld). De reserveschermer, nu de 21-jarige Veenenbos, wisselde nog weleens. Tristan: „Juist omdat we al zo lang met diezelfde groep zijn, maken we niet zomaar een grote fout. En dat gebeurt aan de andere kant, ook bij toplanden, nog weleens. Die hebben vaak ook een minder voorspelbare newbie in het team. Als wij daar veel punten op maken, is dat hun zwakke plek, terwijl wij geen duidelijke zwakke plek hebben.”

Tristan (rechts) begon op zijn negende met schermen en stak de hele familie aan.

Dieuwertje Bravenboer

Perspectief

Het belangrijkste doel van de broers is om zich als land te plaatsen voor de Spelen van 2028 in Los Angeles. Twee jaar geleden plaatste Tristan zich individueel, net als voormalig topschermer Bas Verwijlen dat deed voor de Spelen van 2008, 2012, 2016 en 2020. Als team lukte kwalificatie nog nooit. Maar, zegt Tristan: „We hebben de afgelopen honderd jaar nooit een team gehad dat écht mee kon komen op wereldbekerniveau. Tot nu.”

Om het huidige momentum met het team vast te houden, hebben ze een grote sponsor of de A-status van NOC-NSF nodig. Daarvoor kom je in principe in aanmerking bij een mondiale top-8-prestatie tijdens een WK, Olympische Spelen of een ander internationaal topsportevenement dat „wat betreft deelnemersveld en geleverde competitie gelijk is aan een WK”.

Rafaël: „NOC-NSF wil nu top-8 op EK óf op WK als voorwaarde voor de A-status afspreken. Vorig jaar werden we nog tweede op de EK, maar was het niet genoeg omdat het geen mondiale wedstrijd was.” Tristan: „Omdat we als kleine sport niet in een structureel programma vallen, sta je achterin de rij en kan NOC-NSF telkens de eisen veranderen.”

NOC-NSF laat weten genoodzaakt te zijn „om met beperkte middelen, scherpe keuzes te maken qua financiering voor sporten en sporters”. Het is volgens de sportkoepel „niet mogelijk” om de prestaties op de EK van vorig jaar met terugwerkende kracht te beoordelen.

Tristan: „Bij schermen is het al heel moeilijk om zo ontspannen mogelijk te blijven in spannende situaties. Als je weet dat jouw financiering afhangt van een top-8-plek op dat ene toernooi, en het komt bij de laatste zestien aan op een winnend punt, wie kan er dan het meest onverwacht uit de hoek komen? Ik of de tegenstander voor wie niet zijn hele seizoen op het spel staat? Het is hartstikke leuk om het WK te schermen. Maar als je weet dat je daar op één wedstrijd je jaarsalaris moet verdienen, is het opeens niet meer zo leuk.”

De atletencommissie van NOC-NSF, waar Tristan ook in zit, en belangenvereniging NL Sporter adviseerden onlangs een verandering van het huidige stipendiumsysteem. De eis dat sporters op het WK of de Spelen moeten presteren voor een A-status, moet plaatsmaken voor een ruimere regeling, vinden de organisaties.

Lees ook

Een slechte dag op een WK en je bent je inkomen kwijt

Jens van 't Wout, Teun Boer, Friso Emons, Melle van 't Wout and Itzhak de Laat juichend op het podium na hun goud op de aflossing aflossing bij de Winterspelen in Milaan

Wat de schermers betreft zegt NOC-NSF in gesprek te zijn over „duidelijke afspraken voor de toekomst”. Schermbonddirecteur Plantinga spreekt van „goede gesprekken”, waardoor het degenteam een ‘actiebudget’ krijgt: een eenmalige bijdrage voor kosten van wedstrijden en trainingen.

Tristan: „Als we structurele financiering zouden krijgen, kunnen we ons helemaal wijden aan het schermen, zonder bang te zijn dat we volgende maand weer een nieuwe baan moeten zoeken. We hebben nu een loper op Papendal liggen, maar wat we niet hebben is toekomstperspectief om professioneel te kunnen schermen.”

Tristan en Rafaël Tulen willen zich met het schermteam plaatsen voor de Spelen van 2028

Dieuwertje Bravenboer

Als dat niet verandert, is Tristans topsportcarrière na de Spelen van 2028 klaar. „Ik ben dan 36 en je loopt best een achterstand op in je maatschappelijke carrière. Dat kan je niet eeuwig blijven uitstellen.” Rafaël gaat in ieder geval nog tot na de Spelen van 2028 door, maar wordt ook al weleens „gepolst om trainer te worden” door andere landen of buitenlandse clubs. „Daar ben ik nu nog niet aan toe, maar ooit lijkt dat me wel leuk”.

Lees het hele artikel