Onderzoek naar extreme opwarming is niet alarmistisch maar rationeel

2 dagen geleden 3

Klimaatwetenschappers nemen afscheid van de meest extreme klimaatscenario’s, lazen we vorige week in de media. Het meest optimische scenario, waarin de opwarming van de aarde deze hele eeuw onder de anderhalve graad blijft, wordt in een nieuwe publicatie niet langer realistisch geacht. Een enorme klap voor het optimisme waarmee in 2015 de wereld echt aan de slag leek te gaan met de klimaatcrisis.

Maar ook wordt afscheid genomen van het meest pessimistische scenario: ook dat wordt niet langer plausibel geacht. Bij klimaatsceptici ging de vlag uit. Klimaatwetenschappers zouden veel te alarmistisch zijn geweest. Die aantijging is onterecht. Nadruk leggen op pessimistische scenario’s is niet alarmistisch maar heel verstandig. Daarmee leg je bloot wat de risico’s zijn voor een toekomst die niet zo heel waarschijnlijk is maar wel grote gevolgen heeft.

Een belangrijk manco van de klimaatscenario’s in de meeste klimaatrapporten is dat de opstellers ervan zich niet branden aan de vraag hoe waarschijnlijk ieder scenario is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk: de opzet van de scenario’s is om beleidsmakers en leiders een staalkaart te geven van mogelijke toekomstige gevolgen van klimaatverandering, en dat zij uit die menukaart van toekomsten kiezen wat zij acceptabel en haalbaar achten. Aan de andere kant zit het een goede en objectieve beoordeling van de risico’s van klimaatverandering in de weg. Daardoor is het appels met peren vergelijken. Is het feest omdat we het ergste weten te voorkomen? Of hebben we juist de deur dichtgedaan voor een toekomst met beperkte risico’s voor onze samenleving?

Een gangbare manier om het risico te berekenen is om de kans dat een gebeurtenis plaatsvindt te vermenigvuldigen met de impact die ze heeft. Zo werkt het ook met verzekeringen. Een verzekering die een heel kleine kans op een ingrijpende gebeurtenis dekt (een opstalverzekering tegen brand) is ongeveer net zo duur als een verzekering die een veel grotere kans op een niet zo heel ingrijpende gebeurtenis dekt (een diefstalverzekering voor je fiets). Het financiële risico is voor de verzekeraar ongeveer gelijk. Voor beleidsmakers en politici is het daarom niet alleen belangrijk om te weten welke klimaatscenario’s het meest waarschijnlijk zijn, maar ook wat het risico is op een situatie die weliswaar niet zo waarschijnlijk is, maar toch verstrekkende gevolgen heeft.

In Nederland wordt al vaker in termen van risico’s gewerkt. Zo heeft het KNMI scenario’s uitgewerkt voor extreme zeespiegelstijging, omdat de kleine kans dat de zeespiegel deze eeuw met veel meer dan een meter stijgt een existentieel risico is voor onze samenleving. Maar veel vaker beperken beleidsmakers en media zich tot het noemen van de meest waarschijnlijke scenario’s. Als een klimaatrapport schrijft dat de zeespiegel deze eeuw waarschijnlijk 30 tot 90 centimeter stijgt, dan is de kans op die beide waarden even groot, maar de consequentie ervan allerminst.

Sinds een jaar of tien klinkt de roep om een risicobenadering in de klimaatwetenschap daarom steeds sterker. Hoe dat in z’n werk zou kunnen gaan, illustreer ik met een grafiek van de klimaatgevoeligheid. Dat is de verwachte temperatuurstijging als je de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer verdubbelt. Daarvan is wél een kansverdeling bekend: die is waarschijnlijk tussen de 1,5 en 4,5 graad. Het kan ook meer zijn dan 6 graden, maar die kans is niet zo groot (linker grafiek). Maar de impact van een grote klimaatgevoeligheid neemt onevenredig snel toe (middelste grafiek). De risico’s van een onwaarschijnlijk hoge klimaatgevoeligheid zijn daardoor het grootst (grafiek rechts), groter nog dan de risico’s voor de meer waarschijnlijke lagere waardes voor de klimaatgevoeligheid.

Het is een hele opgave om een kans toe te kennen aan klimaatscenario’s. De richtlijn voor de klimaatscenario’s is dat ze plausibel moeten zijn, dus met een niet-verwaarloosbare kans. Plausibiliteit is uiteindelijk een subjectief begrip, maar scenariomakers houden wel rekening met ons huidige wetenschappelijke begrip over de snelheid van natuurlijke processen en van maatschappelijke veranderingen. De vorige extreme scenario’s stammen uit ongeveer 2010, een jaar voordat de eerste Tesla van de band rolde. Nu zijn we 16 jaar verder en kan aangescherpt worden wat plausibel is.

Tussen de nieuwe scenario’s zitten nog wel drie half-optimistische overshootscenario’s: daarin stijgt de temperatuur deze eeuw tot boven de 1,5 graad maar daalt die later door technieken die CO2 uit de lucht halen. En er zit een nieuw meest pessimistische scenario in. Dat is minder extreem dan het oude scenario, maar het scheelt niet veel. De 4,5 graad opwarming die in het oude scenario in 2090 werd bereikt, komt in het nieuwe scenario rond 2140.

Klimaatwetenschappers zullen in de toekomst veel blijven rekenen met dat pessimistische scenario, omdat de risico’s ervan zo groot zijn. Dat is logisch: een verzekeraar die alleen naar kansen zou kijken en niet naar risico’s zou binnen een jaar failliet zijn. Daarom is de nadruk op extreme opwarming niet alarmistisch, maar juist het meest rationeel.

Lees het hele artikel