Ik denk de laatste tijd vaak aan deze bekende frase uit The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald: „They were careless people, Tom and Daisy.” De roman speelt in de roaring twenties, een tijd van economische euforie, opkomende massamedia en blind geloof in de vrije markt. Tom en Daisy zijn New Yorks oud geld. Ze hebben de dood van een vrouw (die Daisy achteloos aanrijdt) en een moord (ze laten haar man denken dat Gatsby achter het stuur zat) op hun geweten, maar ze verschuilen zich achter een schild van geld en macht. Aan het einde van de roman vertrekken ze met de noorderzon, zonder een spoor van schuld of schaamte.
Ik heb het Engelse citaat laten staan, want hoe vertaal je ‘careless’ hier goed? Is het zorgeloos, roekeloos, onachtzaam of onverschillig? Het is in ieder geval de houding waarmee je bewust grote risico’s neemt omdat de praktische gevolgen er voor jou toch niet toe doen, afgeschermd als je bent door je maatschappelijke positie.
De volledige passage uit The Great Gatsby laat aan duidelijkheid niets te wensen over: „Het waren onverschillige mensen, Tom en Daisy – ze maakten dingen en wezens kapot en trokken zich dan terug in hun geld of hun grenzeloze onverschilligheid of wat het ook mocht zijn dat hen bijeenhield, en lieten anderen de rommel opruimen die ze hadden achtergelaten.”
Er zijn veel Toms en Daisy’s in het nieuws. En er valt veel rommel op te ruimen. De oorlog in het Midden-Oosten raakt via hoge olieprijzen de gehele wereld, met name het arme Zuiden. Maar de Verenigde Staten worden er van alle landen het minst door geraakt. De pottery barn rule – als je in de porseleinwinkel iets breekt, dan heb je het gekocht – waarmee generaal Colin Powell tevergeefs waarschuwde vóór de Irakoorlog, lijkt vergeten. Je kunt als een olifant tekeergaan als je om de inboedel noch de eigenaar geeft.
We zien deze onverschilligheid niet alleen in de wereldpolitiek. Techmiljardairs gaan eenvoudig alle digitale grenzen voorbij van privacy, desinformatie en verslaving, omdat ze er in hun bubbel niets van merken. Sterker nog: velen schermen hun kinderen af van de eigen producten. Het is geen wonder dat sommige inwoners van Silicon Valley fantaseren over een kunstmatig eiland in de Stille Oceaan of een kolonie op Mars. Maar denk ook aan de cryptokoningen die virtuele kaartenhuizen bouwen voor kleine beleggers of private-equitybazen die schaarste in wonen en zorg omzetten in financieel rendement.
De groeiende achteloosheid in de geopolitiek en het bedrijfsleven heeft alles te maken met de toenemende ongelijkheid. In een ‘plat’ land als Nederland tonen we graag onze afkeer van een systeem waarin alle winst naar de winnaar gaat. Toch schuilt er een koele logica in deze filosofie. De kerngedachte is dat uitzonderlijke individuen of bedrijven een onevenredige impact kunnen hebben waarvan uiteindelijk iedereen profiteert. Je hebt maar één Steve Jobs of Jeff Bezos nodig om de hele wereld te transformeren. In dit trickle down-model van economische groei sijpelen de middelen die zich in de top verzamelen door naar alle lagen van de maatschappij.
Amerikanen zijn er trots op dat ze, grotendeels dankzij een handjevol techbedrijven, gemiddeld twee keer zoveel verdienen als Europeanen, ook al is die rijkdom uiterst ongelijk verdeeld. Het verhaal in China is niet veel anders. Vandaar dat op vele plaatsen in de wereld de samenleving is vormgegeven als een grote afvalrace. Scholen, universiteiten en bedrijven zijn filters die de zeldzame goudklompjes uit het gruis proberen te zeven.
De oligarchen van vandaag raken losgezongen van de werkelijkheid
Onze afkeer van dit model is soms wat hypocriet. Want ook in het meer egalitaire Europa passen we het toe binnen domeinen als sport, cultuur, wetenschap en technologie. Als je als land wereldkampioen voetbal wilt worden of Nobelprijzen wilt verdienen, zul je toptalent extra mogelijkheden en ondersteuning moeten geven. We zijn trots op ASML, maar dit bedrijf kan alleen zo’n succes zijn door de beste apparatuur ter wereld te bouwen. De strategie om alle eieren in één mandje te leggen is niemand vreemd.
Maar er is een moment waarop de winnaar-pakt-alleslogica omslaat en morele bezwaren plaatsmaken voor praktische. De ongebreidelde concentratie van macht en geld in de handen van een kleine groep is niet alleen oneerlijk, maar ondermijnt zichzelf door de feitelijke en emotionele ontkoppeling die daaruit volgt. De oligarchen van vandaag raken, net als Tom en Daisy, losgezongen van de werkelijkheid. Daardoor nemen ze slechtere beslissingen, niet alleen voor de rest van ons, maar uiteindelijk ook voor henzelf. Elke regeringsleider, elke ceo, elke elite heeft de samenleving nodig als onmisbaar terugkoppelingsmechanisme. Niet uit idealisme, maar uit eigenbelang.
Wie geen wrijving meer ervaart, verliest zijn houvast en richtingsgevoel. Een top die vervreemd is van de basis, bestuurt in het luchtledige. Het waren de onwetendheid en nonchalance van het ancien régime over wat zich buiten de paleismuren afspeelde, die hen destijds naar de guillotine voerden.
De moraal van dit verhaal is niet dat rijkdom of macht intrinsiek slecht is, maar dat succes, wanneer het absoluut wordt, zijn eigen werkelijkheid schept. Onverschilligheid verwordt dan tot incompetentie. En de scherven? Die kunnen anderen opruimen.
Nick, de verteller uit The Great Gatsby, verlaat aan het einde van de roman New York en gaat terug naar de Midwest. Gedesillusioneerd door de leegte van de Amerikaanse droom en vol afkeer van mensen die de rekening altijd door anderen laten betalen. Dat is de eigenlijke betekenis van careless: niet roekeloos of onachtzaam, maar letterlijk zonder zorg. Voor de ander.










/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/20120110/210526BIN_2033791459_mantelzorg.jpg)
English (US) ·