Het kwam allemaal langs. Prijsplafonds, lagere brandstofaccijnzen, energietoeslagen en kilometervergoedingen. Maar het debat in de Tweede Kamer over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten leverde niet op wat een groot deel van de oppositie had verwacht. Het kabinet is nog niet van plan om noodmaatregelen te nemen om de hogere energiekosten te dempen.
En dat terwijl de druk op het kabinet de afgelopen dagen flink opliep. Benzineprijzen bereikten recordhoogte, De Nederlandsche Bank waarschuwde voor inflatie en de gasvoorraden zijn ongewoon leeg. Oppositiepartijen wilden actie zien van het kabinet, maar slaagden er niet in om een gezamenlijke vuist te maken zoals bij de aangekondigde bezuinigingen op de zorg of de sociale zekerheid.
De coalitiepartijen temperden woensdag de verwachtingen. CDA-leider Henri Bontenbal zei tijdens het debat dat hij niet vond „dat het kabinet morgen al maatregelen” moest nemen. „Stel we gooien de accijns omlaag en de oliecrisis duurt drie jaar. Hoe ga je dat dan volhouden?” Ook coalitiegenoten Claire Martens (VVD) en Stephan Neijenhuis (D66) hielden zich op de vlakte over welke maatregelen het kabinet moest nemen.
Maar liefst vier ministers – Heleen Herbert (Economische Zaken, CDA), Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66), Eelco Heinen (Financiën, VVD) en Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) – zagen een verdeelde oppositie een breed scala aan oplossingen presenteren.
Een aantal partijen (JA21, BBB, Groep Markuszower, SP) vond dat de brandstofaccijns zo snel mogelijk verlaagd moest worden en wilde compensatie voor ondernemers. GroenLinks-PvdA bepleitte het „voorbereiden” van een wet die een maximumprijs aan de pomp regelt en Volt vroeg om lagere energietarieven voor mensen met een laag inkomen.
Van een gezamenlijke boodschap aan het kabinet kwam weinig terecht. Het kabinet liet weten alle opties verder te onderzoeken en klaar te zetten voor als het nodig is. „We begrijpen de wens om mensen te beschermen, maar dat lost het probleem van hoge prijzen niet op. Iemand moet dat betalen”, zei minister Heleen Herbert. Volgens Herbert houdt het kabinet rekening met het scenario „dat de situatie verslechtert”.
Weinig reserves
Het kabinet kiest het liefst voor ‘gerichte’ maatregelen. Oftewel, maatregelen die niet elke Nederlander helpen, maar specifiek de groep die dat nodig heeft. Dat is een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld een verlaging van de benzineaccijns. De regering heeft al moeite om meerderheden te vinden in de Tweede Kamer voor geplande bezuinigingen en heeft weinig reserves om aanvullende maatregelen voor de energiekosten mee te betalen.
En dus ontspon zich een discussie over voor wie die gerichte maatregelen bedoeld zijn. Zo vond Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA) dat het noodfonds energie, een tegemoetkoming voor energiekosten voor de laagste inkomens waar het kabinet aan werkt voor de volgende winter, moest gelden voor iedereen met een inkomen tot „vier keer” het sociaal minimum. Dat komt neer op een bovenmodaal inkomen.
Volgens Klaver vallen leden van de middenklasse anders telkens buiten compensatieregelingen en hebben die „het gevoel dat de overheid niet voor hen werkt”. D66 leek de optie te zien zitten en zette de deur open voor onderhandelingen over de financiering ervan.
Toen SP-leider Jimmy Dijk vroeg of het „geoorloofd was om de staatsschuld iets op te hogen”, zei D66’er Neijenhuis dat er „geen taboes op tafel liggen” om vervolgens te benadrukken dat hij is „gecommitteerd aan de begrotingsafspraken” van de coalitie. Met name de VVD is er geen voorstander van de staatsschuld te laten oplopen.
Het voorstel van JA21 om de hogere btw-inkomsten die de staat binnenkrijgt te gebruiken om accijnzen te verlagen, kon op weinig enthousiasme bij de coalitiepartijen rekenen. Ook ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis was kritisch: „De uitgaven van de overheid stijgen ook. Wat blijft er onder aan de streep over? Het is een hocuspocus-redenering.”
‘Heroverweeg sluiting gasvelden’
En hoe moet Nederland minder kwetsbaar worden voor een volgende energiecrisis? Veel partijen leken in het debat nadrukkelijk naar de langere termijn te willen kijken. Zo stelde SGP voor, in navolging van JA21, om niet alle Groningse gasvelden te sluiten, wilde het CDA de sluiting van kolencentrales heroverwegen en vroeg de ChristenUnie waar het strategische gasbeleid van Nederland blijft.
Ook verduurzaming werd vaak genoemd door de coalitiepartijen. Henri Bontenbal deed „een appèl op de samenleving” om te investeren in energiebesparing en wilde „fors inzetten op elektrificatie”. Zelfs „exotische voorstellen”, zoals de optie om lagere inkomens goedkoop een elektrische auto te laten leasen, waren volgens Bontenbal het overwegen waard. Volgens D66-Kamerlid Neijenhuis moet Nederland „zich sneller loskoppelen van fossiele afhankelijkheid” en Martens (VVD) zag in nieuwe kerncentrales de weg vooruit.
Het zijn vergezichten waar vooral de rechtse oppositiepartijen weinig fiducie in leken te hebben. Tegelijkertijd blijft de Tweede Kamer zoeken naar welke noodmaatregelen voor de energiecrisis straks dan wél kunnen worden genomen. Die duidelijkheid komt er vermoedelijk relatief snel. Een CDA-motie die het kabinet oproept binnen een maand met een pakket aan maatregelen te komen, haalt vermoedelijk een meerderheid.
„We leven met heftige herinneringen aan de inval in Oekraïne in ons geheugen”, zei minister Heinen van Financiën tijdens het debat. „We zitten nog niet in diezelfde situatie. Maar we moeten rekening houden met grotere economische gevolgen dan de prijsstijgingen aan de pomp.”



/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data146007845-2af6ef.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/25212958/250326VER_2032584081_meta2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23124558/230326BUI_2032492003_1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23201013/230326VER_2032517645_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06080209/100326BIN_2031383360_bonaire.jpg)

English (US) ·