Op 13 maart 1610 stuurt een Engelse diplomaat in Venetië een bericht naar zijn vaderland over een boek dat net verschenen is en binnen een dag is uitverkocht: „Het kan de hele sterrenkunde overhoopgooien. De auteur loopt kans óf buitengewoon beroemd óf buitengewoon belachelijk te worden.”
Het werd het eerste, want tegenwoordig weet de hele wereld nog steeds wie hij is, Galileo Galilei. In zijn Sidereus Nuncius beschreef hij een aantal waarnemingen met de net uitgevonden telescoop: hij zag bergen op de maan en ontdekte vier maantjes rond de planeet Jupiter. Dat de maan geen volmaakte bol was – zoals Aristoteles had beweerd – en dat andere planeten blijkbaar ook maantjes hadden, riep weerstand op bij andere geleerden en binnen de katholieke kerk.
Maar toen hij later het Copernicaanse wereldbeeld openlijk omarmde (de aarde draait om de zon) riep Galilei helemaal de toorn van de paus over zich af en in 1633 werd er een ban over zijn werk uitgesproken. Hij werd gedwongen publiekelijk afstand te doen van dat soort ketterse denkbeelden.
Daarmee werd hij tot op de dag van vandaag wereldberoemd. In het net verschenen Galileo’s Fame betoogt de Leidse historicus Anna-Luna Post (1990) dat die roem niet zomaar groeide als onvermijdelijk resultaat van zijn ontdekkingen, en ook niet omdat hij zichzelf en zijn werk zo goed wist te verkopen. Nee, het was de bewuste tussenkomst van verschillende groepen mensen die veelal niet eens direct iets te maken hadden met de wetenschap of het vergroten van kennis die Galilei wereldberoemd maakten.
Maar eerst: er zijn boekenkasten volgeschreven over Galilei en zijn proces. Heeft dat je niet afgeschrikt?
„Eigenlijk niet, al had dat achteraf misschien wel gemoeten. Het bestuderen van zo’n beroemdheid is een vloek en een zegen: je moet de kern van wat al die anderen hebben gedaan betrekken in je analyse, maar tegelijkertijd is het een enorme luxe dat je de bronnen over Galilei bij elkaar hebt en dat zijn netwerk in kaart is gebracht, zodat je gelijk aan de slag kunt. Ik vond het een uitdaging om te zien wat er dan toch nog nieuw is aan zo iemand, uit te zoeken hoe zijn wetenschappelijke roem zich verspreidde, vooral omdat er zoveel vormen van bekendheid in samenkomen: zijn reputatie als getuige in rechtszaken, hoe er over hem op straat werd geroddeld, of dat hij bekendstond als iemand die zich ontdekkingen toe-eigende en afspraken met voeten trad.”
Je begint je verhaal inderdaad ver voordat er van enige ontdekking van Galilei sprake is, over zijn rol als getuige in een proces en zijn pogingen om een universitaire positie te krijgen. Waarom is dat relevant voor zijn latere wetenschappelijke roem?
„Zowel in rechtszaken als in wetenschap speelt reputatie een rol om de geloofwaardigheid van getuigenissen te bepalen. Ik wilde laten zien dat Galilei vóór 1610 ook geen smetteloze reputatie had, omdat hij bijvoorbeeld bij een plagiaatkwestie betrokken was. Daar wordt door andere mensen over gepraat en dat heeft invloed op hoe serieus zijn nieuwe ontdekkingen genomen worden. Zeker omdat zijn boek dan al is uitverkocht en niet iedereen de beschikking heeft over zo’n telescoop om zijn beweringen zelf te toetsen: dan gaan mensen vragen naar zijn reputatie. Dat verband tussen reputatie, geloofwaardigheid en wetenschappelijke waarheid is heel belangrijk.”
De jezuïeten waren om toen hij hen met zijn telescoop vanaf een van de heuvels van Rome een tekst kon laten lezen
Wie waren die groepen die na 1610 zijn roem verspreidden en waarom deden ze dat?
„Galilei had de manen van Jupiter naar de Medici vernoemd, de heersers van Florence. Het waren dan ook hofdichters uit Florence die probeerden om de Florentijnse roem verder te verspreiden, wat hen weer hielp om bij de groothertog in het gevlij te komen en zo voor zichzelf de kans op cultureel of financieel succes te vergroten. Ze liepen alleen wel een risico dat ze door Galilei te prijzen op het verkeerde paard wedden. Zij wisten immers niet zeker dat zijn waarnemingen klopten, en daarom hielden ze hun gedichten soms voor zichzelf of publiceerden onder een schuilnaam.”
Het viel me op dat ook de jezuïeten Galilei steunden. Wat zat daarachter?
„Zij waren van oudsher altijd zeer geïnteresseerd in wetenschap. Zelfs toen ze op een zeker moment van hogerhand de opdracht kregen zich niet langer met Galilei bezig te houden, gingen sommigen daar dan toch onder schuilnamen mee verder. Belangrijk was ook de steun van de leden van een net opgericht wetenschappelijk genootschap, de Accademia dei Lincei. Aanvankelijk beschuldigden ook zij hem van plagiaat, maar ze waren om toen hij hen met zijn telescoop vanaf een van de heuvels van Rome een tekst kon laten lezen op de verafgelegen basiliek San Giovanni in Laterano. Een van hun leden heeft ook het woord ‘telescoop’ bedacht. Zij verwelkomden hem als lid en omarmden hem zelfs als een soort van boegbeeld, door zijn latere waarnemingen van zonnevlekken te publiceren en te verspreiden.”
Hoe probeerden zijn tegenstanders hem in een kwaad daglicht te plaatsen?
„Galilei had zijn ontdekkingen gedaan in Padua, dat onder Venetië viel, en had de telescoop ook aan de doge aangeboden, de hertog. Dat leverde hem een aanstelling voor het leven op, maar toch vertrok hij naar Florence, omdat hij daar minder onderwijs hoefde te geven. Dat leidde tot veel geroddel en jaloezie in Venetië en opnieuw tot een beschuldiging dat hij helemaal niet als eerste de maantjes van Jupiter had ontdekt. In Pisa beschuldigden filosofen van de universiteit hem ervan dat hij met zijn verkeerde denkbeelden jonge studenten beïnvloedde. Daarnaast werd hij vanaf de kansel in Florence neergezet als iemand die moreel niet helemaal van onbesproken gedrag was, uitsluitend eigenroem nastreefde en daarom dingen verzon.”
Hoe werd tegen dat soort wereldse roem aangekeken?
„Voor de kerk riep dat natuurlijk associaties op met zonde, met ijdelheid en trots. Aan de andere kant zegt iemand als Francis Bacon dat de wetenschap niet vooruit zou komen zonder dat mensen iets van eigen glorie nastreven. Al mag het natuurlijk nooit te veel worden en in die vroegmoderne tijd was het sneller te veel dan tegenwoordig. Al hoor je nu nog steeds dat wetenschappers die zich in het publieke debat mengen en zo bekendheid vergaren wel oppervlakkig moeten zijn en eigenlijk op zoek zouden moeten gaan naar de goedkeuring van hun peers in plaats van het grote publiek. Dat is echt van alle tijden.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/12135819/130226BIN_2031162973_dementie4.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15190817/160226CUL_2031370826_VanMierloHOMEPAGE.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15180855/150226SPO_2031581740_Kok.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14123407/ITALY-MILANO-CORTINA-OLYMPIC-GAMES_72866388.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13184917/130226SPO_2031585782_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13085143/130226ECO_2031535517_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14015453/ANP-550619389.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/09/24165348/web-HP-Zitting-3_NIEUW_Panorama_advocaat-en-verdachte_Leonieke.jpg)
English (US) ·