Raketafval van SpaceX-inslag op maan zorgt voor uniek spektakel en nieuwe krater

2 dagen geleden 2

Een afgedankte SpaceX-raket is zojuist op de maan neergestort. Wetenschappers hopen de stofpluim en de nieuwe krater te bestuderen voor waardevolle inzichten in inslagen op de maan.

Vanochtend rond 8.35 uur Nederlandse tijd heeft een groot stuk ruimtepuin, de bovenste trap van een SpaceX Falcon 9-raket, zich met een snelheid van 2,43 kilometer per seconde in het maanoppervlak geboord. Het voorval gebeurde in de buurt van de Einstein-krater, aan de rand van de zichtbare kant van de maan. De inslag is onderdeel van een groeiend probleem van ruimteafval, maar biedt tegelijkertijd een unieke wetenschappelijke kans. Wetenschappers volgen het spektakel met grote interesse.

Ter illustrtaie: deze foto toont een bovenste trap van een Falcon 9 raket, zoals vanochtend met de Maan in botsing kwam nabij de Einstein krater. Het object had een geschatte resterende massa van tussen de 4.000 en 4.900 kg.. Exact is dit niet bekend; resterende stuwstofmassa is een schatting, te meer er met de tijd ook stuwstof brandstoflekken in leidingen en kleppen kunnen ontstaan en er standaard al ‘boil-off’ optreedt van ten minste de cryogene zuurstof. Foto: SpaceX

Een jaar na Blue Ghost 1

Het puin is afkomstig van de Falcon 9-raket die op 15 januari 2025 de Blue Ghost 1-missie van Firefly Aerospace en de Hakuto-R Mission 2-lander van ispace naar de maan bracht. Waar de landers respectievelijk landde en crashte, bleef de bovenste trap in een langgerekte baan om de aarde achter. Zwaartekracht en zonnewind zorgden er uiteindelijk voor dat het traject van de raket de maan op ramkoers kreeg.

Leestip: Liftoff! Een recordaantal baanbrekende wetenschappelijke instrumenten is vanaf vandaag onderweg naar de maan of Onverwachte ontdekkingen en successen van Blue Ghost Mission 1

Een stofpluim tot wel 100 kilometer hoog

De impact van het 4.000 tot 4.900 kilogram zware object zal naar verwachting een krater van circa 27 meter doorsnede en 5 meter diep achterlaten, te klein om met telescopen op aarde te zien, maar groot genoeg voor ruimtevaartuigen in een baan om de maan. Veel spectaculairder is de stofwolk die daarbij vrijkomt. Computersimulaties tonen aan dat de inslag meer dan een miljoen kilogram maanregolith, oftewel maanstof, zal doen opwaaien. Een deel van dit materiaal kan wel tientallen tot honderd kilometers hoog reiken en is mogelijk ook met simpeler telescopen op aarde te zien.

Animatie van de evolutie van de dichtheid van de ejectapluim, weergegeven op het maanoppervlak bij de voorspelde inslaglocatie nabij de Einstein-krater. Animatie: William Jo et al. (2026)

Ruimtevaartuigen volgen de nasleep

De inslag werd en wordt nauwlettend in de gaten gehouden door verschillende ruimtevaartuigen, ruitmvaartorganisaties en astronomen. De Zuid-Koreaanse Danuri-maanorbiter observeert de impact en de gevolgen ervan in realtime, terwijl NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) de inslaglocatie voordien al uitvoerig in beeld bracht, maar ook na de botsing deze zal fotograferen. Dit stelt onderzoekers in staat om de nieuw gevormde krater nauwkeurig te bestuderen en te vergelijken met andere door de mens veroorzaakte inslagen op de maan.

De geschatte inslaglocatie van de Falcon 9-boventrap op het maanoppervlak, nabij de Einstein-krater (aangegeven met een blauwe stip). Op 5 augustus 2026 is de maan in de laatste kwartierfase en ongeveer 56 procent verlicht. Afbeelding: Gray, 2026

De wetenschappelijke waarde van puin

Of de stofpluim nu vanaf de aarde zichtbaar is of niet, onderzoekers zien deze onbedoelde crash als een waardevolle wetenschappelijke kans. In tegenstelling tot natuurlijke meteoroïden, is van dit holle aluminium raketonderdeel de grootte, massa, impactlocatie, richting en snelheid redelijk goed gekend. Dit geeft wetenschappers de zeldzame kans om modellen te toetsen van hoe inslagen maanmateriaal opgraven en kraters vormen. “De zwaartekracht op de maan is laag en er is geen wind om het stof weg te blazen,” legt onderzoeker Benjamin Fernando uit. “Een deel van de reden voor onze interesse in dit evenement is om erachter te komen hoeveel gevaar puininslagen vormen voor toekomstige astronauten,” voegt hij toe.

Resultaten van de HOSS-simulatie van de Falcon 9-inslag, uitgaande van een rechtse, verticale impact (lange as loodrecht op het oppervlak). A toont een momentopname van het inslaggebied aan het einde van de simulatie (op 0,9 seconde na impact). Oplaaiend materiaal is blauw gekleurd, niet-oplaaiend materiaal rood. Op dit punt heeft het meeste oplaaiende materiaal de vorm van een kortstondig ‘ejecta-gordijn’; de snelste deeltjes hebben het simulatieframe al verlaten. B toont de verdeling van de snelheden van de ejectadeeltjes, C de resulterende ballistische banen en D de verdeling van de maximale hoogtes. Diagrammen: Benjamin Fernando et al. (2026)

Een blik op de toekomst

Ook kunnen de waarnemingen helpen om de gevaren van ruimteafval beter te begrijpen, nu zowel bemeste als robotmissies naar de maan steeds gewoner worden. Het weggooien van bovenste trappen op het maanoppervlak is een technisch geaccepteerde en veilige methode, en in sommige gevallen de enige praktische optie voor missies in een lage baan om de maan. Veel lanceerders, zoals SpaceX, kiezen voor gecontroleerde inslagen omdat ze een voorspelbaar en traceerbaar einde van de missie opleveren, wanneer dit ook maar enigszins qua missieprofiel en stuwstof-budget een optie is.

Een zeldzaam kijkje in maandynamiek

Hoewel de inslag geen gevaar vormt voor de aarde, benadrukt het de groeiende uitdaging van ruimteafval nu de ruimte rondom de aarde steeds voller raakt. Dit evenement is een uitgelezen kans om ons begrip van de maan en de dynamiek van inslagen te vergroten. De komende dagen zullen de verzamelde data van de ruimtevaartuigen een schat aan informatie opleveren, variërend van de samenstelling van de maanbodem tot de krachten die vrijkomen bij een dergelijke inslag. Zo levert een ongeluk met ruimtepuin onverwachts een bijdrage aan de maanwetenschap.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel