Ruziënde ouders in ‘God van de slachting’ zijn grappig schaamteloos, maar je mist venijn

1 dag geleden 2

In 2005 vertelde de toen dertienjarige zoon van de Franse toneelschrijfster Yasmina Reza zijn moeder over een gevecht op school. Een klasgenoot had een andere klasgenoot een tand uit zijn mond geslagen. Een paar dagen later kwam Reza de moeder van de jongen met de gebroken tand tegen op straat, en vroeg hoe het ging. „Je gelooft het niet”, antwoordde zij. „Die ouders hebben me niet eens gebéld!”

Het was die korte uitwisseling die Reza inspireerde tot haar toneelstuk God van de slachting, een moderne klassieker. Voordat het stuk begint, heeft een elfjarige jongen zijn klasgenoot met een stok geslagen, waarbij twee tanden beschadigd raakten. In het stuk komen de ouders van de jongen met de stok op bezoek bij de ouders van het slachtoffer, om ‘de kwestie bespreekbaar te maken’. Wat begint als een keurig, beleefd onderhoud tussen vier volwassen mensen loopt volledig uit de hand.

Acteurs lopen weg met dit stuk, in 2011 door Roman Polanski verfilmd onder de naam Carnage, omdat ze er flink in kunnen uitpakken. De vier yuppen die Reza hier bij elkaar plaatst krijgen gedurende het stuk zo’n beetje alle emotionele registers te bespelen. Van beschaafd-geveinsde interesse en subtiele steekjes onder water tot huilbuien, walging en onverhulde haat. Het stuk is vooral psychologisch interessant; het laat zien hoe dun het laagje beschaving is dat deze mensen in het gareel houdt, en hoe slecht bestand tegen al te heftige instincten.

‘Een woonkamer. / Geen realisme. / Niets overbodigs.’ Zo luidt de regie-aanwijzing over het toneelbeeld, die Reza aan haar tekst toevoegde. Het moet hier gaan over de interactie tussen de personages. Alles wat daarvan afleidt is zonde.

De motor onder het gesprek

Reza is een meester in het aanbrengen van wat in theaterjargon ‘subtekst’ heet. De ‘tekst’ bestaat uit de woorden die worden uitgesproken, de ‘subtekst’ is dat wat eigenlijk wordt bedoeld. De motor zeg maar, onder het gesprek. Als je je met Reza’s stukken bezig wilt houden, moet je in eerste instantie als een soort detective aan de slag, om de subtekst uit de tekst te destilleren.

Deze keer is het regisseur Hanneke Braam die zich aan het stuk waagt, met acteurs Rosa da Silva en Johan Goossens als Linda en Berry, de ouders van het slachtoffer, en Yara Alink en Remko Vrijdag als Annet en Eelco, die van de dader.

Het is natuurlijk open voor interpretatie wat er onder ‘overbodig’ valt, maar in het decor zijn onder andere een glimmend beeld van een appel, een stel boeken, nog wat felgekleurde, kunstachtige objecten en een rare achtvormige hanglamp waar allemaal tulpen uit steken te zien.

Hoewel de acteurs met volle overgave in hun rollen duiken, begon mijn aandacht al na een paar minuten wat af te dwalen. De conversatie kabbelde een beetje. Beleefde antwoorden volgden op vriendelijke vragen, over onderwerpen die mij noch de personages werkelijk interesseerden. Er werd gebabbeld over het recept van een gebakje, er werd netjes geïnformeerd over de toestand van de tand van de gewonde zoon, er waren uitwisselingen over kunst, over werk, over een hamster. Maar waar bleef nou toch die spanning, die het stuk zo enerverend maakt?

Het is die subtekst. In haar interpretatie heeft Braam er nauwelijks oog voor. Niets is te zien van de manier waarop de personages elkaar via beleefde frasen passief-agressief aftroeven, zichzelf quasi-nonchalant de hoogte in steken. Het ontbreekt: het veinzen, het venijn onder vrijwel iedere zin.

Geen moreel kompas

Het is die agressieve onderstroom, en het door alle personages gedeelde gebrek aan een moreel kompas, die zich in Annets lichaam vastzet als walging, en er, ze kan het niet helpen, als overgeefsel uitkomt. In Braams enscenering komt die misselijkheid uit de lucht vallen. Opeens, waarschijnlijk door een stukje gebak, moet Annet overgeven. En hoe. Je zou toch zeggen dat je het een beetje probeert te verbergen, misschien kijkt of je het tegen kan houden zelfs, maar nee, hier wordt tot twee keer toe het hele podium gebruikt om Annets misselijkheid te etaleren.

Hetzelfde geldt voor de mentale inzinkingen van Linda en Eelco. Dit zijn geen mensen die met alle macht hun instincten de baas proberen te blijven, dit zijn mensen zonder enige vorm van schaamte. Best grappig, om naar te kijken, mensen zonder gêne. Maar daarmee haal je wel de angel uit het stuk.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel