Samenwerkende duingrassen maken klimaatbestendige duinen haalbaar

4 uren geleden 1

Duinherstel wordt steeds belangrijker door de stijgende zeespiegel en toenemende stormkracht. Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en de Universiteit Utrecht lieten in Texelse duinen zien dat duingraspollen ‘samenwerken’ om zand in te vangen, zelfs als ze nog meters uit elkaar staan.

Nederlandse dijken zijn wereldberoemd, maar we bouwen ook al eeuwenlang duinen. De eerste kunstmatige duinen (zogenaamde ‘stuifdijken’) werden al aangelegd in de 15e eeuw. Recenter werd nabij Petten zo’n 30 miljoen vierkante meter zand opgespoten om de Hondsbossche Duinen te vormen. Deze kunstmatige duinen lijken steeds meer op natuurlijke duinen, maar er zijn belangrijke verschillen.

Natuurlijke en kunstmatige duinen

Kunstmatige duinen functioneren eigenlijk als een dijk, ze bestaan vaak uit één hoog en stevig duin dat zeewater tegenhoudt. Maar bij een doorbraak is er daarachter nauwelijks meer bescherming. Natuurlijke duinen zijn breder en opgebouwd uit talloze kleinere duinen. Een enkel natuurlijk duin is daardoor kwetsbaarder dan een kunstmatig duin, maar hoop natuurlijke duinen samen zorgen juist weer voor een goede bescherming.

Daarnaast zijn natuurlijke duinen veerkrachtig. Ze kunnen zichzelf herstellen na een storm en groeien mee met een stijgende zeespiegel. Dat zijn allebei eigenschappen die bijzonder waardevol zijn met het oog op een veranderend klimaat.

Paul Berghuis, promovendus aan de Universiteit Utrecht en het NIOZ volgde met zijn collega’s via luchtfoto’s en hoogtemodellen de ontwikkeling van een jong, onbeheerd duinlandschap op De Hors, Texel. “We bestudeerden hoe meer dan 4000 duingraspollen in tien jaar een duinlandschap van twaalf hectare vormden”, vertelt Berghuis. “Daaruit blijkt dat duinvorming vooral wordt bepaald door hoe graspollen ten opzichte van elkaar liggen en dat de grootte van individuele pollen juist minder uitmaakt.”

De analyses, gepubliceerd in Nature Communications, laten bovendien een duidelijk kantelpunt zien. “Naburige graspollen kunnen al samenwerken wanneer de onderlinge afstand kleiner wordt dan 4,5 meter”, vertelt Berghuis. “Dan verandert het systeem abrupt van losse zandvangers naar functioneel verbonden groepen.”

Dat maakt nogal wat uit, zo concludeert hij. “In die groepen wordt zand tot wel twee keer zo efficiënt ingevangen en vastgehouden, waardoor duingroei versnelt. Opvallend is dat duingras daardoor maar een klein deel van het grondoppervlak hoeft te bedekken om toch snel een groot duin te bouwen.”

Deze nieuwe inzichten zijn heel bruikbaar voor duinherstel, volgens Berghuis. “Door duingras strategisch te planten, kunnen we het kantelpunt voor samenwerking tussen pollen sneller bereiken. Dan kunnen we met relatief weinig planten en tegen lagere kosten natuurlijke duinlandschappen bouwen.”

Samenwerken met de natuur wordt hierdoor een aantrekkelijkere optie, concludeert de onderzoeker. “Het idee is simpel: door slim te planten geven we duinvorming een vliegende start. Daarna nemen natuurlijke processen het werk over. Hierdoor bouwen we samen met de natuur aan veerkrachtige, klimaatbestendige duinenlandschappen.”

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel