De voormalige fractiekamer van de lokale PVV in het Utrechtse stadhuis is onherkenbaar. Aan de muur hangen de Palestijnse vlag en tientallen kleurrijke papieren vlinders. Het is nu de fractiekamer van de nieuwe lokale partij LINK. „De vlinders staan symbool voor de acceptatie van transgenderpersonen”, zegt Pepijn Zwanenberg (56), oprichter en partijleider van LINK. Hij heeft zich afgesplitst als fractievoorzitter van de grootste partij van Utrecht: GroenLinks.
Een voormalig raadslid van de lokale afdeling van de PVV is naar een paar gangen verderop verhuisd. David Bosch (48) heeft een andere fractiekamer gekregen. Er hangt een Nederlandse vlag en op ieder bureau staat een kaarsje in de vorm van de Domtoren. Bosch is de nieuwe lokale partij UtrechtNu! begonnen en is de partijleider. Hij wijst naar een tekening van alle gemeenteraadsleden. „Dit moet ik voorstellen”, zegt Bosch lachend.
Nederland telt inmiddels zo’n achthonderd lokale partijen. Tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 stemde ruim 30 procent van de kiezers op een lokale partij. De verwachting is dat die het ook dit jaar goed gaan doen. Dit blijkt uit onderzoek van Julien van Ostaaijen, universitair docent Bestuurskunde aan Tilburg University, naar het functioneren van gemeenten, provincies en waterschappen.
Leefbaar Utrecht had beloofd dat het stationsgebied niet zou worden uitgebreid. Inmiddels heeft Utrecht het grootste station van Nederland
Anders dan in bijvoorbeeld grote steden als Den Haag of Rotterdam zijn lokale partijen in Utrecht niet groot. De eerste en laatste keer dat Utrecht een grote lokale partij had was in 2002, toen Leefbaar Utrecht veertien van de 45 raadszetels kreeg. Door één belofte niet waar te maken is de partij in 2022 verdwenen uit de raad: Leefbaar Utrecht had beloofd dat het stationsgebied niet zou worden uitgebreid. Inmiddels heeft Utrecht het grootste station van Nederland.
Maar het tij keert. In 2022 stemde bijna één vijfde van de Utrechters op een lokale partij. Ook zijn er in de afgelopen twaalf jaar vijf nieuwe lokale partijen bij gekomen.
In de Utrechtse raad zitten zeventien partijen, waarvan negen eenmansfracties. De meeste eenlingen hebben zich afgesplitst van een lokale afdeling van een landelijke partij. In de afgelopen vier jaar splitsten drie eenmansfracties zich af (van SP, GroenLinks en PVV). De raadsleden hebben hun eigen zetel meegenomen en zijn een eigen partij begonnen. Hoe denken zij te groeien in een stad waar landelijke partijen het populairst zijn?
Mengelmoes van mensen bij UtrechtNu!
Op het bureau van David Bosch, de partijleider van UtrechtNu!, staat een buzzer. Hij drukt op de rode knop. „Als de wethouder tijdens een debat te lang praat, druk ik erop”, grapt Bosch. In 2023, toen de PVV de grootste partij in Nederland werd, verliet hij per direct de lokale afdeling van de PVV uit onvrede over de partijlijn. „Ze spraken eerst alleen over criminele Marokkanen. Later werd het: alle moslims zijn criminelen.” Tot dan toe was Bosch de enige PVV’er in de Utrechtse raad.
Bosch ziet zichzelf niet als een afsplitser van de PVV. „Bij een afsplitsing blijft er iets over. De PVV zit niet meer in de gemeenteraad”, zegt hij. Wel is de partij opnieuw verkiesbaar. Hoe de lokale PVV denkt over de nieuwe partij van Bosch is niet bekend. NRC benaderde Fred van der Star, de nieuwe lijsttrekker van de lokale PVV, voor een reactie. Er kwam geen reactie.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04130110/040326BIN_2031524129_raadutrecht4.jpg)
David Bosch van Utrecht Nu.
Foto Mona van den Berg„Ik ben nooit een typische PVV’er geweest”, zegt Bosch. Zijn nieuwe partij is een mengelmoes, met achttien mensen op de kandidatenlijst die eerder bij de SP, D66 of JA21 hebben gezeten. In het stadhuis kwamen ze erachter dat hun ideeën alleen op landelijk niveau verschillen. Over Utrecht zaten ze allemaal op één lijn.
Lokale [afdelingen van] landelijke partijen hebben juist meer slagkracht. Ze hebben sterkere connecties met de Tweede Kamer en de Provinciale Staten
Dat UtrechtNu! een andere aanpak heeft dan de PVV is overduidelijk, vindt Bosch. Zijn partij reageert bijvoorbeeld wel op de mails van inwoners en journalisten. Ook kunnen mensen lid worden van UtrechtNu! en actief meedenken over de stad. Hij denkt dat zijn partij groot kan worden door raadsleden stemvrijheid te geven. Bosch: „Moties die niet over Utrecht gaan, zijn voor onze raadsleden vrije kwesties. Ze mogen zowel voor of tegen pro-Israël- of pro-Palestina-demonstraties zijn.” Volgens hem hebben lokale fracties daar dagenlange discussies over terwijl het geen concrete problemen in Utrecht oplost.
LINK als rebellenclubje van het stadhuis
Pepijn Zwanenberg, was de afgelopen twintig jaar raadslid voor GroenLinks. Hij heeft zich vorig jaar afgesplitst. Hij vond de fusie met de PvdA een slecht idee. „Ik identificeer mij niet met die partij. Het voelde als een gedwongen huwelijk”, zegt Zwanenberg in zijn fractiekamer. Terwijl hij thuiszat bedacht hij zijn nieuwe lokale partij, LINK. „LINK heeft twee betekenissen: een connectie maken of ergens kwaad op zijn.” Inmiddels heeft de partij 31 mensen op de kandidatenlijst.
LINK’s drijfveer is niet om de grootste te worden. Zwanenberg: „We zijn niet per se op zoek naar zoveel mogelijk stemmen. LINK is een linkse en antikapitalistische partij die niet haar radicale geluid wil kwijtraken. We willen dat geluid vertegenwoordigen in de gemeenteraad. Ik noem ons het rebellenclubje van het stadhuis.”
De fractievoorzitter van GroenLinks Utrecht, Mahaal Fattal (28), betreurt het vertrek van Zwanenberg, maar vindt „het goed dat hij voor zichzelf een grens heeft getrokken”, zegt ze aan de telefoon. Volgens haar is een combinatie van landelijke en lokale partijen gezond voor een democratie. Wel lopen nieuw opgerichte lokale partijen volgens haar een groter risico om niet terug te keren in de raad. „Ze concurreren zichzelf weg. Dat is zonde.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04125901/040326BIN_2031524129_raadutrecht1.jpg)
Vergadering van de gemeenteraad in Utrecht. Links achteraan David Bosch van UtrechtNu!
Foto Mona van den BergEen zetel opgeven of samenwerken met een andere partij is meestal logischer, zegt Bert van Steeg (49), fractievoorzitter van het lokale CDA, aan de telefoon. De veelheid aan partijen zorgt voor langere vergaderingen en komt het debat niet altijd ten goede. Ook verhoogt het de werkdruk, vindt hij.
„Het is toch schande dat de gemeenteraad naar meer ideeën moet luisteren?”, zegt Zwanenberg met milde spot. Hij begrijpt dat de griffie meer voor haar kiezen krijgt. Na verkiezingen is telkens bijna de helft van de raadsleden nieuw én moeten ze worden ingewerkt. „Maar je moet even nakijken welke motiediarree het CDA zelf bij elkaar heeft geproduceerd”, zegt Bosch. Volgens LINK en UtrechtNu! is het enige nadeel van lokale partijen dat ze minder financiële middelen hebben dan landelijke lokale partijen. Die krijgen subsidie van de overheid. „Er moet een gelijk speelveld gecreëerd worden”, zegt Bosch.
‘Uitvoerders’ van landelijke partijen
Fattal van GroenLinks ziet de charmes van lokale partijen. Ze lijken dichter bij de inwoners te staan en lossen alleen hun lokale problemen op. Maar dat heeft soms ook nadelen, vindt ze. „Hierdoor denken inwoners dat landelijke partijen ook de koers bepalen voor hun lokale afdelingen. Maar dat klopt niet. Lokale landelijke partijen hebben juist meer slagkracht. Ze hebben sterkere connecties met de Tweede Kamer en Provinciale Staten.”
Bosch en Zwanenberg merken dat lokale afdelingen van landelijke partijen vaak dienen als uitvoerend orgaan van hun landelijke moederpartij. Zwanenberg: „Bij GroenLinks ben ik altijd kritisch gebleven, ook vanwege mijn anarchistische natuur. Ik vind het vooral belangrijk om mijn werk als volksvertegenwoordiger goed te doen. Nu doe ik datzelfde werk, maar met nog meer vrijheid.” Volgens Bosch maakt het oplossen van kleine problemen lokale partijen groter. „Last van hondenstront? Wij pakken dat eerder aan.”
Als er voor de zwevende burgers geen partij was geweest waar ze zich in konden vinden, hadden ze misschien helemaal niet gestemd
De afsplitsers vinden dat hun nieuwe lokale partijen de afstand tussen de burgers meer verkleinen dan een lokale afdeling van een landelijke partij. Die wekken volgens hen de indruk dat ze alleen zaken aanpakken die ver weg van de mensen in Utrecht staan. Dit kan ervoor zorgen dat het vertrouwen in de lokale politiek afneemt. Bosch en Zwanenberg denken dit vertrouwen terug te winnen.
Zorgt het groeiende aantal lokale partijen en eenlingen in de raad niet voor versplintering? Bosch en Zwanenberg vinden het juist goed als er meer lokale partijen zijn, want dan worden meer groepen burgers vertegenwoordigd. „Als er voor de zwevende burgers geen partij was geweest waar ze zich in konden vinden, hadden ze misschien helemaal niet gestemd”, zegt Bosch.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04185711/040326VER_2032046782_zeespiegel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04125717/040326BUI_2032031476_staal.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/25154921/020326WET_2031784411_Antartica.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/02134137/020326VER_2031966120_zuidsoedan.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/02144516/020326VER_2031952031_Pettit.jpg)

English (US) ·