Spelen schansspringers vals met hun ‘lange lat’?

8 uren geleden 1

Diederik legt uit hoe het zit.

Schansspringen draait om één ding: zo lang mogelijk in de lucht blijven. Dat lukt dankzij lift. Wie een groter oppervlak heeft, duwt meer lucht weg en zakt langzamer. Je ziet hetzelfde bij een vel papier dat rustig naar beneden dwarrelt, terwijl een propje meteen valt.

Vliegoppervlak

Logisch dus dat schansspringers en hun teams zoeken naar manieren om dat ‘vliegoppervlak’ te vergroten. Een belangrijk strijdtoneel is het pak. Dat moet officieel extreem strak zitten, omdat extra ruimte werkt als een miniwingsuit en dus een oneerlijk voordeel geeft. Precies daar ging het in het verleden mis. Er waren schandalen waarbij atleten hun lichaam probeerden te manipuleren zodat het kruis van het pak lager kwam te hangen. Meer stof tussen de benen betekent immers meer oppervlak en dus meer lift.

Om dat soort trucs te stoppen, worden controles steeds technischer. Moderne 3D-scanners moeten nauwkeurig meten of een pak binnen de regels valt, zodat iedereen met dezelfde aerodynamische uitgangspunten start.

Natuurkunde

Toch winnen lange springers niet automatisch. Dat komt door simpele natuurkunde: als je groter wordt, groeit je gewicht sneller dan je oppervlak. Je moet dus meer massa dragen zonder evenredig meer lift te krijgen. Daarom is ook de skilengte streng gekoppeld aan de BMI. Die regel moet voorkomen dat de sport verandert in een gevaarlijke race naar extreem laag gewicht. Alles bij elkaar laat het zien hoe ver schansspringen gaat om eerlijk te blijven.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Afbeelding bovenaan dit artikel: Todd Trapani - Unsplash

Lees het hele artikel