Vier jonge theatermakers over hun werk: ‘Ik doe dit omdat onze samenleving eenzaam geworden is’

1 uur geleden 1

Floor Schijn Burdack‘Je kan ruimtes creëren om collectief te rouwen, te feesten, te ontdekken’

Scenefoto van” Poorters’

Foto Jeff Uyttenhove

Ik ben…

„Een jonge, Vlaamse eco-kunstenaar met honderd-en-één ideeën en verlangens. In mijn voorstellingen probeer ik een toekomst te verbeelden die van iedereen is. Zelfs van de spar, de bever, de rivier en de berg.”

Voor welke thema’s moet je bij jou aankloppen?

„Klimaattragedies, volksverhalen, duurzaamheid, verbinding, rivieren en water. De ‘Schijn’ in mijn naam komt van de rivier in de buurt van Antwerpen die ik in een symbolisch huwelijk beloofde te beschermen tot de dood.”

Waar gaat je afstudeervoorstelling over?

„In Poorters ging het om de vraag: hoe kom je thuis, met twintig vreemden? Ik had in Antwerpen afval verzameld dat aangespoeld was of op de dokken achtergelaten. De voorstelling was een theatrale wandeling langs die spullen. Samen vormden ze tijdens de voorstelling een nieuw geheel, als mogelijke onderdelen van een gezamenlijk huis.”

Waarom theater?

„Als theatermaker kan je emotionele en artistieke ruimtes creëren om collectief te rouwen, feesten, bevragen, ontdekken. Het is bovendien een ware happening, het lééft. Ik zie theater als een soort rituele ervaring, waardoor je je onderdeel van een gemeenschap kunt voelen.”

Wat onderscheidt jou als regisseur?

„Ik maak theater omdat onze samenleving eenzaam is geworden en zich niet meer (echt) kan verbinden met het landschap, en met elkaar. Ik heb een voorliefde voor locatievoorstellingen, omdat ik daarmee automatisch het landschap en de natuur betrek in mijn werk. Ik werk sowieso het best in de openlucht: alsof daar letterlijk meer denkruimte beschikbaar is. Daar dringen zich ook vanzelf andere perspectieven op; het perspectief van het landschap, van de dieren in dat landschap, van het water in de rivier. Dat leidt tot fris theater, met een nieuwe, kritische blik op de mens.”

Annika Taylor‘Wat betekent het eigenlijk, om je ziel aan de duivel te verkopen?’

Fragment uit ‘Faust: on Air’ van Annika Taylor.

Foto ANNA KOLATA

Ik ben…

„Een Deense theaterregisseur, pendelend tussen Amsterdam en Kopenhagen. Ik heb een achtergrond in antropologie, een brede interesse in literatuur en een voorliefde voor de meer ‘niche’ hoekjes van het internet. Zo ben ik gefascineerd door het antifeministische discours van tradwives, excessieve beautytrends op TikTok, de incel-ideologie en de Amerikaanse complottheorie QAnon.”

Voor welke thema’s moet je bij jou aankloppen?

„Herinterpretaties van belangrijke literaire of dramatische werken, zoals de Antigone van Sophocles, of Shakespeares Romeo en Julia. In The Seducer’s Diary liet ik me inspireren door Het dagboek van een verleider, een tekst van de filosoof Søren Kierkegaard. Ik zoek in die werken naar thema’s die generaties en nationaliteiten overstijgen: familierelaties, hartzeer, seksualiteit en het mens-zijn in een voortdurend veranderende wereld.”

Waar ging je afstudeervoorstelling over?

„Met Faust: On Air herinterpreteer ik Goethes Faust als een live radio-uitzending, waarin drie presentatoren – Mephistopheles, Faust en Gretchen – elk een nieuw perspectief bieden op wat het betekent om je ziel aan de duivel te verkopen. De voorstelling onderzoekt wie gehoord wordt en wie niet. Wie beslist wat waar is?”

Waarom theater?

„Theater is een hoopvolle ruimte – een plek waar dromen en spelen mag. Ik ben theater gaan maken omdat ik niet wilde stoppen met spelen. Het belang van spelen wordt onderschat. Juist moeilijke, zware thema’s kunnen door speelsheid tastbaar en herkenbaar worden gemaakt.”

Wat onderscheidt jou als regisseur?

„Het is belangrijk dat mijn voorstellingen voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn, maar wel met sterke academische, literaire en activistische ondertonen die het publiek ook uitdagen. Mijn werk is hoopvol en emotioneel meeslepend, gemaakt vanuit een intersectioneel feministisch perspectief, altijd met een vleugje humor.”


Agnes Jung Lassen
‘Een van de weinige plekken waar mensen samen lachen, ongemak voelen of stil worden’

Scène uit ‘Revolt. She Said. Revolt Again’ van Agnes Jung Lassen, 2026.

Foto Robert van der Ree

Ik ben…

„Een Deense theaterregisseur. In mijn werk combineer ik fysieke performance, tekst en feministische thema’s. Samenwerking, humor en het lichaam als theatrale taal staan centraal in alles wat ik maak.”

Voor welke thema’s moet je bij jou aankloppen?

„Gender, taal, seksualiteit, liefde en macht. Mijn werk draait vaak om hoe maatschappelijke systemen onze lichamen, relaties en manieren van spreken beïnvloeden.”

Waar ging je afstudeervoorstelling over?

Revolt. She Said. Revolt Again is een radicale, humoristische en niet-lineaire tekst van de Britse toneel- en scenarioschrijver Alice Birch. Het stuk inspireerde mij al jaren omdat het scherp politiek is, maar tegelijk speels, poëtisch en soms absurd. Het gaat niet over simpele slogans of cynisme, maar over hoe we bewustzijn kunnen omzetten in verantwoordelijkheid en handelen.”

Waarom theater?

„Het is een kunstvorm van directe aanwezigheid; performers en publiek delen tijd, ruimte en energie met elkaar. In mijn generatie (op de grens van millennial en Gen Z) uit Noord-Europa, die opgroeide in een hyper-individualistische maatschappij, leeft een grote behoefte aan collectiviteit en nieuwe vormen van gemeenschap. Dat is precies wat theater kan zijn: een van de weinige plekken waar mensen nog fysiek samenkomen om tegelijkertijd iets te ervaren. Samen lachen, ongemak voelen of stil worden.”

Wat onderscheidt jou als regisseur?

„Mijn werk is vaak fysiek, politiek en een beetje chaotisch – op een goede manier. Ik probeer grote, abstracte onderwerpen en maatschappelijke structuren op de toneelvloer terug te brengen naar iets lichamelijks of iets heel concreets. Ik werk veel met energie, ritme en beelden, en minder vanuit een klassieke, lineaire ‘verhaallijn’.”

Anniko Delvoije‘Het publiek is zo dichtbij. Je kunt ze letterlijk gewoon vragen stellen’

Afstudeervoorstelling ‘This Is Not A Freak Show’ van Anniko Delvoije, 2026.

Foto edwin smits

Ik ben…

„Een Arnhemse / Rotterdamse makende speler. Ik maak graag bombastisch, muzikaal en humoristisch theater, waarin de mens en de interactie tussen mensen steeds centraal staan. In mijn voorstellingen onderzoek ik bijvoorbeeld de mechanismen van spanning en harmonie in menselijke relaties. Ik werk in het repetitielokaal altijd vanuit vertrouwen, en niet vanuit hiërarchie. Zo kom ik samen met de spelers met wie ik werk, als collectief, tot een voorstelling.”

Voor welke thema’s moet je bij jou aankloppen?

„Taboedoorbrekende communicatie, verzachting en liefde.”

Waar ging je afstudeervoorstelling over?

This Is Not A Freak Show heb ik gemaakt bij Speels Collectief, een mixed-abled theatergezelschap. In die voorstelling kijk je naar een gesprek op de vloer tussen vijf mensen die allemaal strijden voor gelijkheid. Vroeger werden mensen met een beperking ingezet in freakshows, wat ik absoluut verschrikkelijk vind. In het repetitieproces hebben we samen gezocht naar een theatervorm in een circusachtige stijl, die geen misbruik maakt van mensen, maar ze juist in hun kracht zet.”

Waarom theater?

„Omdat het publiek zo dichtbij is. Je kunt ze letterlijk gewoon vragen stellen, of een flesje water aanbieden. Door die nabijheid kan theater een bezoeker, actiever dan andere kunstvormen, overtuigen of raken.”

Wat onderscheidt jou als theatermaker?

„Ik doe alles op gevoel en alles gaat ook over gevoel. Waar veel theatermakers op zoek zijn naar conflict, streef ik juist naar gezamenlijke ontspanning en ‘uitademing’. Daardoor ontstaat er een veilige sfeer, waardoor er ruimte is voor verbinding en grenzen verlegd kunnen worden. Het leidt tot een bepaald soort ‘echtheid’ op het toneel, die mij persoonlijk meer interesseert dan het klassieke conflict. De speelstijl kan dan nog zo grotesk zijn, de authenticiteit van de spelers voel je daar dwars doorheen. This Is Not A Freak Show leerde me dat deze manier van werken leidt tot een directe verbinding met het publiek.”

Lees het hele artikel