Vrienden met vreemden? Bonobo’s en dolfijnen slopen een hardnekkige mythe over samenwerking

1 uur geleden 3

Wij werken samen met familie, vrienden of buren en als het zo uitkomt ook met mensen van buiten onze bubbel. Een typisch menselijke eigenschap, zo werd altijd gedacht. Maar nieuw onderzoek zet dat idee stevig onder druk. Want ook bonobo’s en dolfijnen blijken langdurige samenwerkingen aan te gaan met soortgenoten van buiten hun eigen groep.

Lang gold het idee dat relaties tussen groepen vooral draaien om conflict of tolerantie. Maar dat beeld is te zwart-wit, stellen onderzoekers van onder meer Harvard. In werkelijkheid vormen intergroepsrelaties een continuüm: van vijandigheid tot intensieve samenwerking, met allerlei tussenvormen.

Unieke samenwerking

“Een gangbare opvatting is dat mensen uniek zijn in het aangaan van samenwerkingsrelaties met niet-verwanten over groepsgrenzen heen, een patroon dat vaak wordt toegeschreven aan culturele instituties, gedeelde normen en verfijnde systemen voor verwantschapsherkenning. Ons werk daagt deze aanname uit door te laten zien dat bonobo’s en dolfijnen ook vormen van samenwerking aangaan met buitenstaanders die op de korte termijn individueel kostbaar kunnen zijn, bijvoorbeeld door tijd en energie te investeren in sociale banden, hulpbronnen te delen of coalitieondersteuning te bieden zonder directe tegenprestatie”, aldus onderzoeker Richard Connor.

De grote vraag is onder welke omstandigheden ontstaat zulke samenwerking? Volgens de onderzoekers draait het om een combinatie van ecologische, sociale en cognitieve factoren. Zo spelen langdurige ontwikkeling en geavanceerde sociaal-cognitieve vaardigheden een belangrijke rol. Dieren die lang bezig zijn met opgroeien, hebben meer tijd om hun sociale omgeving te leren kennen en complexe relaties op te bouwen.

Daarnaast lijkt competitie soms minder lonend. “Wij identificeren een reeks ecologische en sociale omstandigheden die samenwerking tussen groepen mogelijk maken”, legt onderzoeker Martin Surbeck uit. “Daarnaast leiden een vermindering van de opbrengst van competitieve strategieën om voedsel bij bonobo’s of partners bij dolfijnen tot andere vormen van samenwerking.” Met andere woorden: als agressie minder oplevert, wordt samenwerking aantrekkelijker, zelfs met vreemden.

Twee totaal verschillende soorten, één opvallend patroon

Wat dit onderzoek extra interessant maakt, is dat bonobo’s en dolfijnen nauwelijks op elkaar lijken. Ze verschillen sterk in leefomgeving, evolutie en sociale structuur. Toch vertonen ze vergelijkbare patronen: er ontstaan stabiele, langdurige relaties tussen groepen, waarin individuen elkaar helpen, informatie delen en toegang krijgen tot voedsel of partners.

Volgens Liran Samuni is dat geen toeval. “Ons artikel is rechtstreeks voortgekomen uit onafhankelijk veldwerk naar bonobo’s en tuimelaars. Decennialang hebben leden van onze teams deze soorten bestudeerd op langlopende veldlocaties en in beide systemen documenteerden we herhaaldelijk vreedzame interacties tussen exemplaren uit verschillende sociale groepen. Deze tolerante en in sommige gevallen coöperatieve relaties met buitenstaanders vielen op, omdat ze zo zeldzaam zijn bij de meeste dieren.”

Wat betekent dit voor de evolutie van de mens?

De implicaties zijn groot. Als andere diersoorten ook in staat zijn tot samenwerking met buitenstaanders, zelfs als dat moeite kost, dan is die eigenschap mogelijk ouder dan gedacht. Het onderzoek suggereert dat menselijke samenwerking niet plotseling ontstond door cultuur alleen, maar mogelijk voortbouwt op biologische mechanismen die we delen met andere soorten. “We gebruikten het gedrag van bonobo’s en dolfijnen als vergelijkende casestudies om te verduidelijken wanneer en hoe coöperatieve relaties zich kunnen uitstrekken voorbij de grenzen van de eigen groep”, aldus Samuni.

Grote vragen blijven open

Toch is dit nog maar het begin. De onderzoekers benadrukken dat veel cruciale vragen onbeantwoord blijven. Zo is nog onduidelijk hoe zulke relaties precies ontstaan en blijven bestaan. Stephanie King zegt:
“Bij zowel bonobo’s als dolfijnen weten we nu dat individuen stabiele, soms kostbare banden kunnen vormen met partners buiten hun eigen groep, maar we weten nog steeds niet hoe deze relaties beginnen, welke ontwikkelingservaringen of individuele eigenschappen ze waarschijnlijker maken of dat er mechanismen zijn die zulke uitwisseling in stand houden.”

Ook willen onderzoekers begrijpen welke gedragingen deze relaties versterken, zoals grooming, sociaal-seksueel contact, vocale communicatie of synchroon bewegen. Daarnaast is er interesse in zogeheten ‘bruggenbouwers’: individuen die een sleutelrol spelen in het verbinden van groepen. Surbeck:
“We zijn benieuwd of bepaalde exemplaren bijzonder belangrijk zijn bij het smeden of onderhouden van verbindingen tussen groepen.”

Samenwerking is geen uitzondering

Maar belangrijkste conclusie voor nu: samenwerking tussen groepen is waarschijnlijk geen uniek menselijk gedrag, maar komt bij meer diersoorten voor. “Onze studie brengt langetermijnbewijs samen van bonobo’s en tuimelaars, twee heel verschillende soorten die desondanks herhaaldelijk vreedzame en coöperatieve interacties hebben met andere sociale groepen. Door ze naast elkaar te plaatsen, benadrukken we parallellen in de omstandigheden die tolerantie en samenwerking met buitenstaanders bevorderen.”

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Bonobovrouwtjes geven misleidende signalen, maar mannetjes prikken er zó doorheen en Niet alleen dolfijnen: ook poetslipvissen blijken mogelijk uitzonderlijk intelligent te zijn. Of lees dit artikel: Zo zijn de vrouwtjesbonobo’s de veel sterkere mannetjes de baas: ‘Totaal bizar gedrag voor een zoogdier’.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel