De een beklimt zonder blikken of blozen een berg, bij de ander breekt het zweet al uit op een keukentrap: hoe je met angst en stress omgaat verschilt enorm per persoon. En dat blijkt niet alleen door de amygdala te komen, blijkt uit nieuw onderzoek.
De amygdala of amandelkern is een piepklein hersengebiedje dat cruciaal is voor het verwerken van emoties en dan met name angst en boosheid. Het activeert ook de vecht-of -vluchtreactie bij gevaar. Toch verklaart het niet de verschillen in gevoeligheid voor angst en stress, zoals altijd werd gedacht. Volgens een nieuwe studie zijn de hersennetwerken die betrokken zijn bij lichaamsbewustzijn, beweging en visuele verwerking belangrijkere voorspellers van iemands stressgevoeligheid.
Decennialang stond de amygdala centraal
Mensen verschillen sterk in hoe vaak en hoe intens zij negatieve emoties ervaren. Psychologen vatten deze verschillen samen onder de noemer neuroticisme. Daaronder vallen onder meer angst, sombere of depressieve stemming en een verhoogde gevoeligheid voor stress. Wie veel van deze negatieve emoties ervaart, loopt meer risico op allerlei psychische aandoeningen. Tot nu toe werd aangenomen dat de amygdala de belangrijkste hersenstructuur was die aan deze persoonlijkheidskenmerken ten grondslag ligt. Het wetenschappelijke bewijs hiervoor was echter tegenstrijdig.
“Jarenlang werd de amygdala gezien als het centrale knooppunt voor negatieve emoties. Onze resultaten laten echter zien dat deze aanname niet kan worden bevestigd met de functionele MRI-scans die we nu gebruiken. Dat betekent niet dat de amygdala onbelangrijk is voor emoties. Wel lijkt dit hersengebied geen betrouwbare verklaring te bieden voor de verschillen tussen mensen”, zegt dr. Maurizio Sicorello, onderzoeker aan het CIMH.
Nieuwe hersennetwerken komen in beeld
Voor hun onderzoek analyseerden de wetenschappers de hersenactiviteit van meer dan 400 deelnemers. Neuroticisme als geheel kon niet betrouwbaar worden voorspeld op basis van hersenactiviteit. De individuele gevoeligheid voor stress bleek daarentegen wel enigszins voorspelbaar. Vooral hersennetwerken die informatie over het eigen lichaam verwerken, beweging aansturen en visuele prikkels integreren, bleken daarbij van belang. Gek genoeg was het dus niet die piepkleine amygdala, maar juist een groot hersennetwerk dat de beste aanwijzingen bood voor individuele stressgevoeligheid.
Nieuwe perspectieven voor emotieonderzoek
De neurale basis van emotionele persoonlijkheidskenmerken is dus complexer dan tot nu toe werd gedacht. Grootschalige netwerken die waarneming, lichamelijke gewaarwordingen en actieplanning met elkaar verbinden, lijken een doorslaggevende rol te spelen.
“Onze studie laat zien hoe belangrijk het is om lang bestaande aannames opnieuw te onderzoeken met moderne onderzoeksmethoden. Het biedt nieuwe inzichten in welke hersenprocessen daadwerkelijk kunnen verklaren waarom sommige mensen veel gevoeliger zijn voor stress en negatieve emoties dan anderen”, zegt professor Christian Schmahl van het CIMH. “Emotionele persoonlijkheidskenmerken lijken niet voort te komen uit afzonderlijke hersengebieden, maar uit de wisselwerking tussen verspreide hersennetwerken.”
Een robuuste onderzoeksmethode
Om de resultaten zo betrouwbaar mogelijk te maken, legden de onderzoekers hun onderzoeksvragen en analysemethoden vooraf vast, nog voordat de analyses begonnen. Vervolgens toetsten ze hun bevindingen met behulp van twee onafhankelijke datasets, combineerden ze traditionele neurobiologische analysetechnieken met machine learning en onderzochten ze de voorspelbaarheid van emotionele persoonlijkheidskenmerken aan de hand van meer dan 1100 verschillende statistische modelvarianten. De belangrijkste bevindingen bleken daarbij consistent.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

2 dagen geleden
3









English (US) ·