Waarom soms juist slimme mensen in complottheorieën geloven

2 dagen geleden 5

Complotdenkers ‘geloven’ niet in de wetenschap, maar wel in youtubers met rare hersenspinsels. Je bent dus geneigd ze af te doen als dom of gek. Maar een nieuwe studie laat zien dat juist analytische denkers vatbaarder zijn voor complottheorieën.

Dit zijn mensen die een sterke behoefte hebben aan orde, patronen en duidelijke regels. Opvallend genoeg hebben ze zelfs niet zelden een wetenschappelijke achtergrond.

Het bestrijden van complottheorieën is dus niet zo simpel als alleen feiten checken of verkeerde claims ontkrachten, zoals je misschien zelf ook al weleens gemerkt hebt als je in discussie gaat met een complotdenker.

Orde in een chaotische wereld

Complottheorieën bieden vaak eenvoudige verklaringen voor complexe en chaotische gebeurtenissen. In plaats van een ingewikkeld samenspel van factoren, wijzen ze bijvoorbeeld naar een geheime groep mensen die bewust de dingen manipuleert.

Dit kan aantrekkelijk zijn voor mensen die een sterke behoefte hebben aan structuur en voorspelbaarheid. Een complottheorie verbindt losse eindjes en biedt een duidelijk verhaal over waarom iets gebeurt.

Niet per se een gebrek aan intelligentie

Lang werd gedacht dat mensen vooral in complottheorieën geloven omdat ze zwakke analytische vaardigheden hebben of moeite hebben met kritisch denken. Maar recent onderzoek zet dat idee op losse schroeven.

Psycholoog Neophytos Georgiou van Flinders University in Australië wilde een opvallende paradox onderzoeken. Mensen met sterke autistische trekken hebben vaak juist een analytische en logische manier van denken. Toch bleek uit eerdere studies dat zij relatief vaak complottheorieën onderschrijven.

“Vaak wordt aangenomen dat complotovertuigingen ontstaan omdat iemand niet kritisch nadenkt”, zegt Georgiou. “Maar onze resultaten laten zien dat ze voor sommige mensen juist een gestructureerde manier bieden om verwarrende gebeurtenissen te begrijpen.”

De drang om systemen te begrijpen

De onderzoekers richtten zich op een psychologisch concept dat systemizing wordt genoemd. Dat is de neiging om informatie te analyseren, patronen te herkennen en de wereld te ordenen volgens duidelijke regels.

Mensen met sterke systemizing-neigingen vinden het lastig om te accepteren dat dingen toevallig gebeuren. Ze zoeken liever naar een duidelijke oorzaak of mechanisme.
Volgens de onderzoekers kunnen complottheorieën precies in die behoefte voorzien: ze presenteren gebeurtenissen als onderdeel van een verborgen maar logisch systeem.

Twee studies

Om hun idee te testen voerden de onderzoekers twee studies uit. Ze lieten 412 volwassenen uit onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Europa vragenlijsten invullen over hun denkstijl, autistische trekken en geloof in complottheorieën. Ook maakten ze tests die wetenschappelijke redeneervaardigheden en cognitieve flexibiliteit meten.

Daaruit kwam een opvallend patroon naar voren. Een specifieke groep deelnemers scoorde hoog op zowel autistische trekken als systemizing-neigingen. Deze groep geloofde vaker in complottheorieën en had moeite om hun mening te veranderen wanneer nieuwe informatie hun eerste interpretatie tegensprak. Tegelijkertijd scoorden zij juist goed op tests die wetenschappelijke concepten meten. Met andere woorden: hun begrip van wetenschap beschermde hen niet tegen complotdenken.

Moeite met van mening veranderen

In een tweede studie onderzochten de onderzoekers 145 volwassenen met een officiële diagnose van autismespectrumstoornis. Ook hier bleek dat niet autistische trekken zelf het geloof in complottheorieën voorspellen, maar vooral de mate van systemizing. Deelnemers die hoog scoorden op beide kenmerken geloofden het vaakst in complottheorieën.

Daarnaast speelde cognitieve rigiditeit een grote rol. Mensen die moeite hadden om hun interpretatie aan te passen wanneer nieuwe informatie werd gepresenteerd, bleken vaker complottheorieën aan te hangen.

Meer dan alleen feiten

De resultaten hebben belangrijke implicaties voor de bestrijding van desinformatie. Veel strategieën richten zich op factchecking en het weerleggen van onjuiste claims met logische argumenten. Maar als iemand een complottheorie omarmt omdat die een psychologische behoefte aan orde en structuur vervult, zijn feiten alleen mogelijk niet genoeg om die overtuiging te veranderen.

Volgens Georgiou moeten communicatiestrategieën daarom rekening houden met verschillende cognitieve stijlen. “Voor mensen die van nature structuur en voorspelbaarheid zoeken, kunnen complottheorieën aantrekkelijk zijn omdat ze gebeurtenissen logisch en samenhangend laten lijken”, zegt hij. “Als we die psychologische behoefte negeren, zullen we nooit begrijpen waarom zulke verhalen zo overtuigend kunnen zijn.”

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Door deze twee karaktereigenschappen geloof je sneller in complottheorieën en nepnieuws en Oeps: de complotdenker overschat zijn denkvermogen én de grootte van zijn achterban. Of lees dit artikel: HAARP, wat is dat eigenlijk en waarom is het voer voor complotten?

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel