Waarom zorgen mannen eigenlijk niet zoveel? Vrouwen zijn in twee decennia tijd vijftien uur per week meer gaan werken, maar mannen slechts een half uur per week meer gaan zorgen. Bregje Feuth (45, arts) en Mirte Wibaut (41, arts, niet-praktiserend) hebben daarom het boek Who Cares? geschreven, over de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen op het gebied van zorg. De ondertitel is: ‘Waarom mannen toch nog minder zorgen en wat er (vooral voor hen) te winnen valt’. Want mannenemancipatie, daar zijn de twee van overtuigd, vindt plaats als ze meer zorgtaken gaan doen. En zorg is niet alleen een last, maar het verrijkt het leven volgens Feuth en Wibaut.
De twee vrouwen, die samen de praktijk Drs. Mama in Amsterdam hebben waar ze (gelijkwaardige) zwangerschapscursussen aanbieden, zijn verontwaardigd dat mannen nog altijd minder zorgen dan vrouwen. Het boek is absoluut een aanklacht, zegt Wibaut. „Je wil namelijk wel zeker weten dat mannen denken: oh, dit gaat wél over mij. Maar de boodschap eindigt heel liefdevol.”
Het moet schuren, vinden de twee, als ze hun boodschap over willen brengen. Want mannen weten niet wat ze allemaal missen door niet te zorgen. En vrouwen blijven daardoor van de ene kloof in de andere vallen, schrijven ze. „Zodra er een kind wordt verwekt vallen vrouwen van loonkloof, orgasmekloof en anticonceptiekloof in die Grand Canyon der kloven: de zorgkloof.”
Feuth en Wibaut richten zich in het boek op het moment dat mensen weten dat ze een kind krijgen, omdat dat een fase in het leven is waarin de grootste verschuiving plaatsvindt op het gebied van gelijkwaardigheid.
Waarom is het zo lastig om de zorg gelijkwaardig te (blijven) verdelen als er een kind komt?
Wibaut: „Aan het begin van een cursus vragen we altijd: zijn jullie gelijkwaardig aan elkaar als partners? En vrijwel iedereen antwoordt met een volmondig ja.”
Feuth: „Iedereen zegt dat ze ook het ouderschap gelijkwaardig aan willen gaan. Als je daarover doorgaat, gaat het altijd over het werk gelijk verdelen. Zorg is zogenaamd wat je doet in de tijd die overblijft. Slechts 9 procent van de stellen verdeelt werk en zorg echt gelijk. Als je daar dieper op ingaat, dan gaat het vaak om het verdelen van de taakjes. En dat is ook nog heel stereotiep verdeeld. Hij doet de financiën en zij meer de emotionele zorg. Maar zorg is zoveel meer, het gaat ook over emotionele beschikbaarheid. Als hij de kinderen naar school brengt, dan is dat geen zorg. En als je daar niet stevig over nadenkt, dan trappen we met zijn allen in de zelfde valkuilen.”
Wibaut: „Op een gegeven moment word je ingehaald omdat het leven gewoon keihard gaat met kinderen en je vormt allerlei patronen. En pas achteraf – in hindsight – denk je: hoe zijn we hier terechtgekomen? Dat proberen we met dit boek aan de voorkant te tackelen.”
Waar kwam het idee voor dit boek vandaan?
Feuth: „We werden geïnterviewd voor een documentaire van Liesbeth Staats, naar aanleiding van een aantal artikelen die we voor Eva Jinek hadden geschreven over de ongelijke verdeling van zorgtaken in het ouderschap. Toen zei Staats dat de documentaireserie ‘Waarom werken vrouwen niet’ ging heten. We verslikten ons bijna in onze verontwaardiging. Omdat we dachten: je kunt je beter afvragen waarom mannen niet zorgen!”
Wibaut: „Er zit best een tijd tussen ons boek en de documentaire, die in 2020 uitkwam.”
Feuth: „Dat we er zo lang over hebben gedaan, geeft ook aan hoe ingewikkeld dat proces is om het helemaal bloot te leggen. En hoe uniek onze kijk is. We zijn het niet gewend om emancipatie te bezien als iets dat ook voor mannen bestaat. Mannen zijn de norm, zij hoeven niet te emanciperen. Wij proberen dat echt om te draaien. Niet te kijken naar vrouwen en hun achterblijvende arbeidsparticipatie, ten opzichte van de mannelijke norm. Maar we nemen vrouw en zorg als norm en kijken naar de achterblijvende zorgparticipatie van mannen.”
Jullie ontkrachten aan het begin van het boek meteen het idee dat vrouwen van nature zorgzamer zouden zijn.
Feuth: „Het lijkt een soort logische gedachte, toch? Als vrouw draag, baar en voed je een kind. Dan is het niet heel gek om te denken: heel logisch dat zij ook beter in staat is om er vervolgens voor te zorgen. En de realiteit lijkt dat ook te bewijzen, want al die vrouwen doen dat. Maar dat moet je omdraaien. Een Nederlandse onderzoeksgroep heeft heel duidelijk laten zien dat mannen, net als vrouwen, veel hormonale en breinveranderingen doormaken. Minder, want zij hoeven het kind niet te dragen en te baren. Hoe meer mannen betrokken worden en hoe meer ze zich ook betrokken voelen, hoe meer die veranderingen worden gestimuleerd. Heel erg kort door de bocht kun je zien dat hoe meer tijd mannen erin steken, hoe beter ze zich op breinniveau aanpassen aan de rol die als ouder nodig is.”
Zorg verdiept niet alleen je band met de ander, maar ook de relatie met jezelf
Wat is er nodig om voor verandering te zorgen?
Wibaut: „We moeten van iets verderaf kijken. Het hele systeem is mannelijk ingericht. Wij vrouwen doen ook graag mee aan die norm. Wat is het hoogst haalbare in dit leven? Dat is succes, carrière, rijkdom. Dat geeft status. Zolang dat het summum blijft, is het heel ingewikkeld om naar de waarde van zorg te kijken.”
Feuth: „Zorg is wat je weerhoudt van werk.”
Wibaut: „Zorg wordt gezien als iets dat vrouwen doen, als iets dat makkelijk is, want je hoeft er geen opleiding voor te hebben gevolgd. Niemand staat echt te trappelen om daar meer van te doen. Het is heel belangrijk, als we het hebben over het systeem, om daar anders naar te gaan kijken. En dat zou moeten komen vanuit de politiek. Want er staat een daverend zorginfarct voor de deur.”
Feuth: „Wij kijken naar zorg door de lens van het ouderschap, omdat dat de meest primaire zorgrelatie is. Niet iedereen heeft kinderen, maar iedereen is een kind van opvoeders geweest. Maar het probleem zit niet alleen in het ouderschap. Het zit ook in de betaalde zorg, het is ondergewaardeerd en onderbetaald. En ook daar is de zorgparticipatie van mannen veel minder.”
Wat valt er voor mannen te winnen als ze meer gaan zorgen?
Feuth: „Dit boek is geen schuldvraag en geen strijd. Het is uit liefde geschreven. Want mannen missen meer dan ze doorhebben. Dat kun je ook in cijfers uitdrukken. Mannen hebben minder vriendschappen, zijn vaker eenzaam. Ze zijn vaker pleger én slachtoffer van geweld. Jongetjes doen het slechter op school, vaders spenderen minder tijd met hun kinderen. Ze mogen niet huilen, ze krijgen weinig woorden aangereikt voor hun emoties..
„En zorg is de oplossing daarvoor. Je kunt pas weten wat het oplevert, als je het ervaart. Pas wanneer je investeert in zorg ontstaat diepe verbondenheid, emotionele wederkerigheid en de ervaring van betekenisvolle nabijheid. Zorg verdiept niet alleen je band met de ander, maar ook de relatie met jezelf. Het confronteert je met je eigen kwetsbaarheid en afhankelijk en daarin zit een enorme groeipotentie.
„Mannen zijn zich daar vaak maar zelden van bewust. Totdat je de vraag stelt: hoe was de band met je eigen vader? En zo de focus draait. Hoe was het voor jou als zorgontvanger? Pas dan voel je waar het gemis zit. Dus pas door te ervaren: wat heb ik vroeger gemist als kind, waarin ben ik niet gezien? Waarin was er geen emotionele beschikbaarheid en hoe was dat ten opzichte van mijn vader? Dan trek je een beerput open. Ieder heeft zijn eigen verhaal. Maar het is collectieve pijn.”
Is daar iets algemeens over te zeggen?
Wibaut: „In wat de mannen ons vertellen, hoor je veel afwezigheid. Veel fysieke afwezigheid, maar als de vader er wel was, dan was er emotionele afwezigheid. Veel met zichzelf bezig zijn, vooral regels stellen en handhaven, weinig afstemming of echt contact.”
„Je kind kennen, dat is in de generatie boven ons heel weinig voorgekomen. Hoeveel vaders kenden hun kind door en door en zagen wat zij nodig hadden? De emotionele beschikbaarheid kwam in alle verhalen vooral naar voren bij de moeder – terwijl we daar niet specifiek naar vroegen.”
Feuth: „Toch kwam het in ieder gesprek naar voren. Dan werd er gezegd dat ze niks misten van hun vader, want ze hadden hun moeder. Het idee van de moeder-kindband als iets speciaals, waar zij als vader nu ook niet aan kunnen tippen, is diep geworteld. En dat is niet alleen onterecht, maar ook superpijnlijk, want daarmee zetten ook mannen zich nu nog op de tweede plek.”


/https://content.production.cdn.art19.com/images/b4/e1/c7/30/b4e1c730-6198-4e68-a23b-db6c55b42ffa/907aaa2e91e2c305e28c50a655084d4b2ae268d8c6bc5f189bdcc51f7e33962ccd489130e889deac715c7e773434d8ace4fd71dd34a44cce101ed2ebb77c410d.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10154144/100326WET_2032185287_IgNobelprijzen.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/10130654/100326SPO_2032041241_knutsen1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/08200656/080326SPO_2032124889_.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/07224340/PSV-AZ_73371836.jpg)
English (US) ·