Water, eten, kattengrit? In Twente leren kinderen zelf wat er in het noodpakket moet. ‘Ik zei toch, géén cola’

3 uren geleden 1

Opeens knipperen de lichten. De opwinding groeit, wangen worden rood. Marion Zuidinga, oud-brandweervrouw, ontsteekt elektrische kaarsen. Ze heeft het groepje leerlingen van basisschool De Leemstee uit Oldenzaal net gevraagd wie er thuis een noodpakket heeft. Vier van de acht vingers gingen omhoog.

Nu moeten de elf– en twaalfjarigen in de nagebouwde keuken in een enorme loods op Vliegveld Twente zoeken naar wat ze nodig hebben voor zo’n pakket. Water en eten, lucifers, een EHBO-kit? Hoort kattengrit er wel in of niet? In het donker, met alleen het licht van de kaarsen en de zaklamp, die Nola vooral niet op de gezichten van de anderen mag richten.

Rocks zoekt op een radio op batterijen calamiteitenzender Radio Oost, op frequentie 89.4. „Dat knopje, daar mag je aan draaien”, zegt Zuidinga. „En dan de antenne omhoog.”

Marion Zuidinga, oud-brandweervrouw, leert de kinderen over noodsituaties.

Foto eric brinkhorst

Iedereen in Nederland ontving eind vorig jaar het paarse boekje „Denk Vooruit” van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Daarin staat wat inwoners moeten doen in geval van crisis en hoe ze drie dagen zonder stroom kunnen doorkomen. Overal denken gemeenten en veiligheidsregio’s, die verantwoordelijk zijn voor rampenbestrijding, crisisbeheersing en brandweer, sindsdien na hoe dat paarse boekje navolging moet krijgen. Hoe ze mensen weerbaar en zelfredzaam kunnen maken.

Lees ook

In Hoek van Holland wordt zelfredzaamheid sámenredzaamheid. ‘De overheid komt wel, maar wat doe je in de tussentijd?’

Bewoners nemen deel aan bijeenkomst over crisisvoorbereiding in de Hoek van Holland.

Crisis naspelen maakt bewuster

De Veiligheidsregio Twente, vertelt Stefan Mués, is daar al veel langer mee bezig. Niet door volwassenen voor te bereiden op noodsituaties, maar juist kinderen. Hij is projectleider bij Risk Factory, een samenwerking van de veiligheidsregio, brandweer, politie, GGD Twente en een aantal andere publieke en private partijen. Leerlingen uit groep 8 en uit de tweede klas van het voortgezet onderwijs leren er sinds 2014, naar Schots voorbeeld, wat ze zélf in geval van nood kunnen doen.

Dat leren ze door crises na te spelen en zo te beleven. De loods op het vliegveld bestaat uit een minidorpje waar een scooterongeluk, een inbraak en een woningbrand plaatsvinden, waar de leerlingen geld en drugs aangeboden krijgen en leren hoe makkelijk je op sociale media volgers kunt kopen en anderen kunt bedotten.

Het hele gebouw is één grote boodschap over veiligheid in de ruimste zin van het woord. Op de wc-deuren hangen posters van Waterschap Vechtstromen met de boodschap dat je géén frituurvet door mag spoelen. In de ontvangstruimte hangen naast de jashaakjes de Rechten van het Kind, met het logo van Unicef. Straks, als het zonniger is, wordt in samenwerking met het Huidfonds zonnebrand uitgedeeld.

Mués zegt trots dat 92 procent van de Twentse basisscholen dit schooljaar al is langs geweest of heeft geboekt voor komende maanden, van de drieduizend middelbare scholieren bleek 82 procent als basisschoolleerling al eens geweest. De Risk Factory heeft inmiddels ook vestigingen in de veiligheidsregio’s Zeeland, Midden- en West-Brabant en Limburg Noord, en bereikte zo zeventienduizend basisschoolleerlingen. In Zuid-Holland-Zuid en Limburg Zuid opent dit jaar een Risk Factory. De veiligheidsregio’s dragen de kosten, de scholen betalen alleen een bijdrage voor het vervoer naar de locatie.

In de loods op Vliegveld Twente is een minidorpje nagebouwd.

Foto eric brinkhorst

Uit promotieonderzoek van de Radboud Universiteit naar de Risk Factory blijkt dat het overdragen van kennis via alleen een les in de klas „niet voldoende is om risicovol gedrag te voorkomen”. Door de beleving zijn kinderen zich meer bewust van risico’s en gaan ze zich „daadwerkelijk veiliger gedragen”.

Dat is ook wat leraar Nick Hagedoorn van De Leemstee vermoedt: „Dit onthouden ze wel. Dit was echt perfect, qua techniek en inhoud pakt het ze. Het fysieke kan je op school niet bieden, en de online veiligheid bouwde voort op de digitale geletterdheid die we op school geven.”

Onder het eten praten over noodpakket

Via de leerlingen hoopt de Veiligheidsregio Twente vervolgens ouders, grootouders en buren te bereiken, vertelt projectleider Mués. In de gedragswetenschap heet dat ‘nudgen’, mensen motiveren. Judith Buitenhuis van de Veiligheidsregio Twente zegt: „Inwoners willen ook graag helpen en dat begint door zelf voorbereid te zijn. Ook als gezin.”

Een aantal keer wordt aan de leerlingen van De Leemstee deze ochtend ook expliciet gevraagd om „vanavond bij het eten” te vragen wat bijvoorbeeld de verzamelplek is bij brand, of er thuis een koolmonoxidemelder is, en waar de spullen voor het noodpakket liggen. Ze krijgen aan het einde ook een noodpakket-checklist mee om thuis in te vullen en later op school weer te bespreken. Als wordt gevraagd wat ze vonden van de Risk Factory, zegt Figgo dan ook: „Ik moet vooral straks van alles met mijn ouders bespreken.”

Wat moet je doen bij een vlam in de pan? Oud-brandweervrouw Marion Zuidinga doet het voor hoe je de deksel als een schild gebruikt.

Foto’s eric brinkhorst

Noor leert snel de deksel op de pan te doen, terwijl naast Nola de pannenlap bijna in het tosti-apparaat hangt.

Foto’s eric brinkhorst

De leerlingen zien terug hoe ze een woonkamer vol rook ontvluchtten.

Foto’s eric brinkhorst

De scène met de stroomuitval is half november toegevoegd, toen het paarse boekje uitkwam. In de keuken moeten de acht leerlingen kiezen wat nodig is om drie dagen te overleven. Dekens? „Ja, want de verwarming valt uit!” Ontbijtkoek? „We moeten eten.” Lang houdbare melk en cola? De plank in de bijkeuken kleurt als antwoord oranje in plaats van groen. Oranje spullen zijn leuk om te hebben, zoals spelletjes en kattengrit, maar niet noodzakelijk, zoals water. „Ik zei toch dat we geen cola nodig hadden?”

Zelfredzaamheid bestaat uit meer. Zo leren de leerlingen ook 112 te bellen. „Nooit voor de grap”, zegt Marion Zuidinga, terwijl ze de groep vertelt dat toen zij op de meldkamer werkte, mensen wel eens voor de lol belden om een pizza te bestellen: „Dan is de lijn bezet voor mensen die écht een noodgeval willen melden.”

Op een scherm zien ze hoe een auto een fietser aanrijdt. Nola mag 112 bellen – elders in de loods neemt een oud-politieagent het telefoontje aan, zodat het meldkamerprotocol zo realistisch mogelijk kan worden nagespeeld. Zuidinga: „Duidelijk en rustig spreken. Waar ben je? Zie je een huisnummer?”

De scène gaat verder, ambulance en politie arriveren: een meisje van hun leeftijd probeert onder het rode afzettingslint te kruipen voor een ‘leuk’ filmpje voor haar vrienden. Niet oké, zeggen Emer en Noach meteen.

Brand door mobieltje onder het kussen

Door gaat het, onder meer naar een nagebouwde woonkamer vol brandgevaren, zoals een wiebelend strijkijzer, snoerenrommel en kaarsen naast de gordijnen. In de keuken hangt een pannenlap bijna in de gaspit, de meterkast is volgepropt met jassen, en er blijkt een koolmonoxidevergiftiging op handen.

Benthe vertelt dat zij thuis een koolmonoxidemelder hebben: „In de berging.” De anderen? Ze aarzelen. Oud-brandweervrouw Zuidinga zegt: „Jullie krijgen het hartstikke druk bij het eten vanavond met vragen.” Ze trekt een gordijn weg en laat het skelet van een stoel en een verbrande lamp zien. Precies dezelfde die in de woonkamer staan. „Na vijf minuten zit je al deze situatie.”

Rocks zoekt de noodfrequentie van Radio Oost op, de rampenzender in Twente.

Foto eric brinkhorst

Met behulp van virtual reality leren de leerlingen wat er gebeurt als je hulpverleners hindert bij hun werk.

Foto eric brinkhorst

De slaapkamer maakt nog meer indruk. Onder de warme laptop op het dekbed smeult het. In het kussen zit een brandgat van een mobieltje dat niet met het originele snoer werd opgeladen. Rocks schrikt: „Ik heb een breuk in mijn snoertje.” Dat blijkt ook nog eens gekocht bij een koopjesketen. Zuidinga vertelt dat de helft van alle branden ’s nachts ontstaat door het opladen van elektronica.

Dan gaat het rookalarm af. De woonkamer ziet al grijs. Nynke trekt haar shirt voor de mond, iedereen bukt zo laag mogelijk. Eenmaal ‘buiten’ belt Noor met 112. „De brandweer graag.”

Lees ook

Tijdens de rampenoefening gebeurt in Utrecht alles tegelijk. ‘Is de opvanglocatie al in gebruik?’

Buurtbewoners zijn nieuwsgierig, en komen tijdens de oefening langs bij het noodsteunpunt.
Lees het hele artikel