Het kalfje lurkt gulzig aan de uier van zijn moeder. Zijn pootjes staan scheef en hij kijkt voortdurend omhoog; hij moet uitkijken dat de andere grote koeien hem niet omver duwen. Hij mag nu zo veel drinken, zegt boer Tim Moerman, dat er niks overblijft voor mensen. Voorlopig is de melk van zijn moeder voor het kalf.
Veruit de meeste kalveren worden in Nederland binnen twaalf uur weggehaald bij de moeder omdat de melk uit haar uier naar de fabriek moet. Kalfjes worden verwekt om de melkproductie bij de koe op gang te brengen, maar na de geboorte worden ze meteen weggehaald. Sommige worden zelf melkkoe, andere worden geslacht.
Zo niet op Moermans (41) biologische boerderij Loverendale Ter Linde, in het Zeeuwse Oostkapelle. Het kalfje zal hier drie maanden blijven, bij zijn moeder en andere familie. Er zijn merknamen voor deze manier van melk produceren: ‘Zuiver Zuivel’ of ‘Kalverliefde’. Hier proberen ze de natuur zo veel mogelijk haar gang te laten gaan.
Ook varkens – zo’n twintig stuks – scharrelen er rond, in de modder, hun staartjes intact. Ja, ze worden worst, uiteindelijk, maar ze leven twee keer zo lang (acht maanden) als ‘gangbaar’ gehouden varkens (92,5 procent van alle varkens) en hebben veel meer ruimte. Hun staartjes worden níét afgeknipt, zoals op gangbare varkensboerderijen, omdat ze genoeg ruimte hebben en kunnen wroeten in de modder. Varkens met minder ruimte en afleiding op gangbare bedrijven zouden elkaars staarten toetakelen.
Slechts 4,6 procent van de Nederlandse landbouwgrond wordt gebruikt voor biologische teelt en veehouderij, door 3,9 procent van de boeren, 1.900 in totaal. Hun aantal moet binnen vier jaar verdrievoudigen zodat 15 procent van alle Nederlandse landbouwgrond in 2030 biologisch wordt benut. De Tweede Kamer sprak deze ambitie al eind 2022 uit, maar onder oud-landbouwminster Wiersma (BBB) belandde dat doel in de ijskast. De huidige coalitie heeft het er weer uitgehaald.
De Europese Unie is ambitieuzer: een kwart van alle landbouw moet in 2030 biologisch, organic, zijn. Dat wil zeggen: land en teelt zonder chemische pesticiden, kunstmest of andere vervuilende producten. Met biologisch voer voor de dieren, een minimumaantal vierkante meters leefruimte én daglicht.
Vraag neemt af
Is die verdrievoudiging haalbaar voor Nederland? Boer Tim Moerman is niet optimistisch. Hij werkt zeven dagen in de week, met een flink aantal medewerkers, in zijn stallen, in zijn boomgaarden en op de uitgestrekte velden bij Oostkapelle (140 hectare) waarop hij onder meer sperzieboontjes, cichorei, pompoenen, tarwe, appels, peren en noten verbouwt. Hij kwam er zestien jaar geleden als stagiair en is eigenaar sinds 2020. Zijn boerderij lijdt geen verlies, maar de sector heeft het zwaar, zegt hij. Eerst exporteerden Nederlandse bioboeren veel naar Duitsland en België, maar daar nemen ze nu biologische producten uit eigen land af. „En de Nederlandse consumptie neemt niet toe.”
De cijfers geven hem gelijk. Maandag bleek de variatie in biologische aardappels, groenten- en fruitproducten in de gewone supermarkten gedaald, voor het eerst sinds 2021. Elk jaar turven vrijwilligers van PAN-NL (dat staat voor pesticide action network) dat aantal, dat begin 2026 gemiddeld 32 per keten bedroeg, nadat het in 2025 nog was gestegen tot gemiddeld 35 per keten. Supermarktketen Albert Heijn heeft volgens PAN-NL het meest uitgebreide aanbod: 55 biologische groenten- en fruitproducten in januari dit jaar, Lidl heeft er 34 en Aldi vijf.
PAN-NL is kritisch op de overheid: „Nederland stimuleert boeren amper om over te schakelen naar biologische landbouw”, zegt voorzitter Margriet Mantingh. „Duitse boeren krijgen subsidie van de overheid per hectare waarop ze omschakelen, Nederlandse boeren niet. En de subsidiepotjes die er zijn voor natuurvriendelijk telen, moeten ze delen met gangbare boeren. Als een gangbare boer onbespoten bloemen zaait naast zijn bespoten akker, wat in principe goed zou zijn voor insecten, krijgt hij subsidie voor die bloemenstrook. Terwijl zijn pesticide overwaait van de akker naar die bloemen – dat gaat soms tot vijftig meter verderop.”
Duitse boeren krijgen subsidie van de overheid per hectare waarop ze omschakelen, Nederlandse boeren niet
Nederland, constateert Mantingh, loopt „hopeloos achter” en behoort tot de vijf Europese landen met het laagste percentage biologisch landbouwareaal. Een rapport van de Europese Rekenkamer, uit 2024, bevestigt dat. Nederland heeft veel minder biologische landbouw dan andere landen, zowel absoluut, in oppervlakte, als relatief. Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië zijn goed voor bijna 60 procent van het biologische landbouwareaal in de EU. Ook enkele kleine lidstaten zijn heel actief op dit gebied. In Oostenrijk is 25 procent van het landbouwareaal biologisch, in Estland 23 procent en in Slovenië 11 procent.
Foto Merlin DalemanOptimistisch
Toch is er ook optimisme over de toekomst voor Nederland. Neem Steven IJzerman, kwaliteitsmanager van winkelketen Ekoplaza, die alleen biologische producten verkoopt. In het Eindhovense filiaal zit hij in een kamertje achter de kassa’s. Ekoplaza-winkels draaien goed, zegt IJzerman. En de omzet van het hele concern steeg vorig jaar ook, met 7 procent. Ekoplaza opent binnenkort nog eens twee winkels in Utrecht en één in Den Haag.
Ekoplaza probeert klanten aan zich te binden met goede producten, en informatie over de individuele boer, zijn productie en de natuur. IJzerman laat het jongste voorbeeld zien: op elke pot wortels of erwten staat het gezicht én een kort bedrijfsverhaal van de biologische boer die het heeft geproduceerd. Hoofd en verhaal van Tim Moerman zijn in Eindhoven ook te zien, op het schap met peren.
Foto Merlin DalemanBiologische landbouw is minder voorspelbaar dan de gangbare. Als de boer geen pesticiden of kunstmest gebruikt, kan de natuur een oogst makkelijker verpesten. Soms oogst de biologische boer meer van het ene product dan hij met de afnemer had afgesproken en te weinig van het andere.
Voor die situaties maakt IJzerman juist afspraken met de boer. „Is er te veel prei, dan nemen we die alsnog af en doen we het in de aanbieding. Wij werken echt samen met onze boeren, omdat we weten dat hun oogst nooit 100 procent voorspelbaar is.”
De vaste biologische leveranciers in Zuid-Spanje leden de afgelopen paar jaar onder droogte en begin dit jaar juist onder onwaarschijnlijk veel regenval. Complete oogsten werden verwoest. Ekoplaza probeert ze tegemoet te komen.
Perfecte bloemkool
Biologische producten zijn vaak minder ‘perfect’ dan de niet-biologische producten in de gewone supermarkt. Een bult of plekje op de appel? Niet erg, vinden ze bij Ekoplaza. Voor de meeste supermarkten moeten de bloemkolen precies even groot zijn, de appels glimmend en rond.
Volgens Erik Brands, inkoper bij Ekoplaza, is wantrouwen jegens bulten en vlekken menselijk. „Mijn zoontje van drie zegt: ‘papa, er zit een vlekje op deze banaan. Is die wel goed?’ Ik leg dan uit dat dat niks uitmaakt.” Maar ook bij biologische winkels is er een ondergrens, zegt Brands. Zit er een beestje in de bloemkool, dan wordt het aangetaste stuk eruit gesneden en wordt van de overgebleven bloemkool soep gemaakt.
Dit is het constante spanningsveld waarin de biologische boer zit, zegt Tim Moerman in Oostkapelle: hij wil zo veel mogelijk verkopen en moet dus voldoen aan de wensen van klanten. Tegelijk wil hij de natuur ontzien. Zo ergerde hij zich aan de honderden bekertjes die achterbleven nadat toeristen het biologische ijs op de boerderij hadden gegeten. Nu maakt de boerderij zelf biologische ijshoorntjes.
Overgebleven groenten – ofwel groenten die zelfs voor biologische begrippen te beschadigd zijn – gaan naar de varkens, maar soms is de oogst onverwachts zó groot dat Moerman niet alles kwijt kan. ”Dan moet ik echt even overleggen met mijn vaste afnemers.” Wat vragen zij in ruil voor extra inkoop? „Bijvoorbeeld dat ik een interview geef aan een journalist.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/26175446/270326ECO_2032509186_1.jpg)
Steven IJzerman (r.) is kwaliteitsmanager van winkelketen Ekoplaza, hier in het Eindhovense filiaal.
Foto Merlin DalemanBiologische boeren zijn, als alle Nederlandse boeren, behoorlijk innovatief, zegt IJzerman van Ekoplaza. Ze bedachten de afgelopen decennia van alles wat tot grotere efficiëntie heeft geleid. Robots halen onkruid weg waardoor (dure) mensen niet hoeven te wieden. En ook in de biologische teelt hier worden zaden veredeld, net als in de gangbare landbouw, om ze resistent te maken tegen ziektes en plagen.
Maar afzet van biologische producten is het grootste probleem: ze zijn relatief duur. Antipesticideactivist Margriet Mantingh: „Een biologisch brood kost al snel 5 euro. Nou, als je twee tieners hebt – die eten per dag een brood! Dus als je niet rijk bent, ga je geen biologisch brood kopen.”
Wat zou de biologische boer, en dus de natuur, in Nederland helpen? Tim Moerman: „Dat de overheid de afname van biologische producten stimuleert, net als in Duitsland. Door te verplichten dat álle producten op scholen bijvoorbeeld, of die het rijk inkoopt, biologisch zijn.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/29125553/290326VER_2032630528_NVM3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/29112937/290326VER_2032583807_Boomkorvissers.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/25131320/260326ECO_2032364375_3.jpg)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/85/95/93/03/85959303-a68c-4530-8dee-70e29ffe5298/60caaf5cdfc3ea12c71e8153768582528ee83ec9e21a2c5f5a45c8ab9ab53d06c071e8abc5cac5b2bef812fafedc1f03ecce7955ee2bf8a910f8dbf5140e9898.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/27024424/ANP-554437013.jpg)

English (US) ·