Welke brug knappen we op? En welke niet?

1 dag geleden 3

Zou Vincent Karremans op de achterbank van zijn dienstauto wel eens denken: de brug waar wij nu overheen stuiteren is er zo slecht aan toe, deze zet ik op mijn to do-lijst? Misschien heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat (VVD) wel een kladblokje voor dit soort gedachten in de auto liggen.

Of wellicht appt hij staatssecretaris Annet Bertam (CDA), op zijn departement verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. En zou Bertram op haar beurt, vanuit de eerste klas in de trein, ook zo naar het spoor kijken? Station Middelburg, ik noem maar wat, daar moet ProRail nodig eens aan de slag.

Dat de infrastructuur in Nederland in een alarmerende staat verkeert, weten Karremans en Bertram maar al te goed. Decennia is onderhoud uitgesteld. Bruggen brokkelen af, gaten gapen in de snelweg, stormkeringen dreigen te bezwijken.

Maar waar is de nood het hoogst? Wat moet eerst? Wat kan nog even wachten? „We moeten scherpe keuzes maken”, schreven beide bewindslieden in maart. „Niets doen is geen optie, maar niet alles kan en niet alles kan tegelijkertijd.” Karremans en Bertram presenteerden vrijdag spelregels die zo objectief mogelijk moeten bepalen hoe zij hun schaarse budget willen verdelen. Samen komen ze – tot en met 2040 – ruim 80 miljard tekort voor renovatie, onderhoud, exploitatie en aanleg. Dinsdag debatteren ze met de Kamer over deze ‘strategische keuzes bereikbaarheid’.

Alarm

Elke week krijg ik wel een rapport of onderzoek in mijn mail. De rode draad: het is vijf voor twaalf voor de Nederlandse infrastructuur – al jaren. En de rekening loopt op – door inflatie, dure energie, tekorten aan personeel en materieel, verduurzaming, stikstofproblemen. De politiek maakt vooralsnog te weinig middelen vrij om het tij te keren.

„Infrastructuur dreigt de grootste rem te worden op de Nederlandse economie en welvaart”, aldus de consultants van BCG vorige maand. Eerder stelde ABN Amro: „Achterstallig onderhoud van infrastructuur eist zijn tol.” En Rijkswaterstaat zelf, eind 2025: „De Nederlandse infrastructuur bereikt een kritieke grens.”

Vorige week nog mailde de Logistieke Alliantie vers onderzoek in opdracht van dit samenwerkingsverband in het goederenvervoer: „Onze infrastructuur kampt met een structureel tekort aan middelen, oplopende achterstanden – zowel bij onderhoud, renovatie als bij uitbreiding – en serieuze knelpunten op belangrijke goederencorridors die ons land bevoorraden.” Ondertussen blijft volgens de Alliantie een deel van de overheidsmiddelen door vertraging en uitvoeringsproblemen alsnog op de plank liggen.

Ook relevant, dit stuk in economenvakblad ESB: „Infrastructuuronderhoud levert op termijn meer op dan overheidsconsumptie — maar alleen als de financiering niet volledig via schuld loopt.” Ofwel: doe die investering, want het loont, maar financier het niet puur met leningen. Kies liever voor bezuinigingen elders of een eerlijke lastenverdeling.

Wikken en afwegen

De Kamerbrief die Karremans en Bertram vrijdag stuurden heet in Den Haag ‘het afwegingskader’. Dat bepaalt niet welk project doorgaat. Het maakt bekend langs welke lat het ministerie alle infrastructurele klussen gaan afwegen. Na het debat dinsdag stelt het kabinet definitieve regels op. En na de zomer volgt de lijst met projecten.

De renovatie van de Van Brienenoordbrug, waar ik vorige week was, staat er zeker op. Net als andere projecten waarvoor ministerie, Rijkswaterstaat en ProRail al verplichtingen zijn aangegaan. Maar verder houdt het kabinet elk rijksproject tegen het licht. Elke armlastige snelweg, brug, sluis, spoorlijn of waterkering moet ‘solliciteren op zijn eigen functie’.

Zo hoopt het kabinet enige willekeur te halen uit de besluitvoming rondom infrastructuur. Die bepaalde jarenlang (deels) het debat over infrastructuur. Den Haag had daarvoor zelfs een term, vertelde een beleidsmedewerker in 2022 aan NRC: de ‘N-wegenbingo’.

Als de Kamer sprak over verdeling van infragelden zag je een weinig structurele, regionale willekeur bij de inbreng van de fracties. „Oh ja, dit Kamerlid is afkomstig uit deze regio”, aldus de beleidsmedewerker, „en die moet dan deze zes provinciale wegen benoemen.”

Niet de sterkste lobby

Gaat dit afwegingskader deze willekeur voorkomen? Karremans en Bertram stellen nadrukkelijk dat „inhoudelijke beoordeling centraal staat en niet de sterkste lobby”. Ze willen ook „onnodige regels” schrappen. In de brief staat een voorbeeld: bruggen zonder pijlers over rivieren en kanalen. Deze verkleinen de kans op aanvaringen en vergroten zo de veiligheid, maar verhogen ook de kosten van bruggen. „Niet in alle gevallen is dit een doelmatige keuze.”

Instandhouden van bestaande infrastructuur gaat vóór op nieuwbouw, blijkt uit de brief. „Wij hanteren het principe: levensduurverlenging waar het kan en economisch verstandig is, en vervanging als dat nodig is.” In de brief herhalen Karremans en Bertram wat ze eerder schreven: we zoeken alternatieven om infrastructuur te financieren. Maar verder dan vage termen als „het onderzoeken van fiscale systemen” en „privaat financieren en exploiteren” van infrastructuur „zoals in Frankrijk” komen ze (nog) niet.

In een eerste reactie stellen bestuurders van gemeenten, provincies, bouw- en infrabedrijven, mobiliteit en logistiek dat zij „grote zorgen over de afnemende budgetten voor de Nederlandse infrastructuur” hebben. „Dit heeft grote gevolgen voor de bereikbaarheid van Nederland. Voor inwoners en ondernemers dreigt flinke overlast doordat bijvoorbeeld bruggen en viaducten langere tijd afgesloten moeten worden.” Geplande nieuwbouw, zoals een nieuw wijk in Leiden met 70.000 huizen, dreigt onbereikbaar te worden.

Volgens de bestuurders kan Rijkswaterstaat nu zeker 75 vernieuwingsprojecten niet uitvoeren vanwege geldgebrek. Ze noemen onder meer de Haringvlietbrug, de veerverbinding Texel-Den Helder, de Wijkertunnel (Noordzeekanaal), de sluizen Heumen en Weurt, de Giessenbrug (Rotterdam) en, van ProRail, het herstel van de HSL-Zuid-viaducten. „De prioritering die nu ingezet wordt is alleen ingericht op de korte termijn”, klagen ze. „Er wordt nu gekeken naar op welke wond je wél een pleister plakt in plaats van naar volledige genezing van de sector.”

Miljarden komt het kabinet tekort voor de infrastructuur. Kent u andere vormen van financiering, bijvoorbeeld uit het buitenland, hoe Nederland de bereikbaarheid in stand kan houden? Mail naar jan.benjamin@nrc.nl.

Lees het hele artikel