Een ware overnamestrijd, zoals we een tijdje niet in Nederland hebben gezien. De jacht van het Canadese WSP Global op Arcadis om samen het grootste ingenieursbureau ter wereld te vormen, zorgt even voor een schok in een vijver die lang vrij stil leek. Al is het niet zeker dat de Canadezen hun poging echt doorzetten, nu ze vooralsnog stoten op onwil bij Arcadis dat de nodige beschermingsmuren kan optrekken.
Het is een mooi voorbeeld van hoe Angelsaksisch kapitalisme stuit op een bedrijf dat diepe wortels heeft in het Rijnlandse model, waarin continuïteit van de onderneming belangrijker is dan winstmaximalisatie, en de belangen van anderen dan de aandeelhouders – zoals de werknemers en klanten – even zwaar meegewogen moeten worden. En dat is bij Arcadis bij uitstek het geval, zoals collega Jorg Leijten en ik dit weekend in een analyse van deze overnamestrijd schreven.
Dit jaar was er al meer beweging in de vijver in Nederland. De fusie-en overnamemarkt bloeit in 2026 weer, zien we in de cijfers die voorbijkomen. In de VS, in de EU en zeker ook in Nederland vinden opvallende miljardentransacties plaats. Zoals de fusie tussen verf- en coatingsproducent AkzoNobel en de Amerikaanse branchegenoot Axalta. Of de verkoop door Unilever van zijn voedingsdivisie aan het eveneens Amerikaanse McCormick. Hoofdkantoren en/of beursnoteringen verhuizen zo langzaam naar de andere kant van de Atlantische Oceaan.
De opleving in de fusie- en overnamemarkt is geen tijdelijke, maar zal voortduren, begrijpen wij uit gesprekken met zakenbankiers.
Bedrijven voeren de plannen uit die ze de afgelopen jaren hebben opgespaard. Ze laten zich niet meer gijzelen door de geopolitieke onzekerheid, die hen de afgelopen jaren van voortvarende groeiplannen weerhield. De volatiliteitsparadox noemde zakenbank Goldman Sachs dat in een recent rapport: „Strategische noodzaak wint het van macro-economische onzekerheid.”
Balansen zijn bovendien de afgelopen jaren aangesterkt, waardoor er ook meer ruimte is om overnameplannen te financieren. Dat de rente hoger is komen te liggen was de afgelopen jaren een belemmering om schulden aan te willen gaan voor overnames. Maar dat die rente voorlopig hoog zou blijven, wordt in de bestuurskamers nu meer als een gegeven beschouwd.
Als besturen van ondernemingen die afwegingen zelf al niet voldoende maken, zijn er ook nog altijd aandeelhouders die hen er achter de schermen nadrukkelijk op wijzen dat er meer waarde uit het aandeel te halen is. Dat activisme is meer aanwezig dan op het eerste gezicht lijkt, horen we.
Verdwijntrucs
Wij maken ons dus op voor een periode waarin we opgeschrikt zullen worden door grote deals. De vraag is wat de rol van Nederlandse bedrijven daarin zal zijn. Zijn zij de prooi zoals Arcadis, doen ze grote onderdelen van de hand, zoals Unilever, of zoeken ze zelf schaalvergroting, zoals Akzo?
Kortom, zijn Nederlandse bedrijven meer prooi dan jager? In mijn jonge jaren als financieel journalist eind jaren negentig en de vroege jaren nul hoefde je die vraag bijna niet te stellen. Nederlandse bedrijven bulkten van de internationale expansiedrift – of het nu de overnamemachine van Ahold was, van ING en ABN Amro die zich tussen de grote banken in de wereld wilden nestelen, van verzekeraar Aegon die in de VS groter werd dan in Nederland of van voedingsmiddelenbedrijven als Unilever en het later door Danone overgenomen Numico en ingenieursbureau Arcadis.
Zij waaierden uit over de wereld in een poging dominante spelers te worden in hun markt. Maar inmiddels is de vraag of zij niet net te klein zijn om mee te spelen en dus juist aantrekkelijk zijn om op te slokken. Of zijn ze als gevolg van die overnames op te veel markten actief, en zullen ze onderdelen die vasthangen aan de Nederlandse industriële historie verkopen om meer focus te krijgen? Zoals Unilever nu ook afscheid neemt van merken als Calvé en Cup-a-Soup, na de eerdere verkoop van de margarines en Unox. Of dat hoofdkantoren verdwijnen zoals dat van Aegon, na de afsplitsing van de Nederlandse tak die door ASR is overgenomen.
Stilaan heeft er een grote herschikking plaatsgehad. Het is zowel zichtbaar op het Damrak, waar vaste namen uit de AEX zijn verdwenen als aan de Amsterdamse Zuidas of op andere plekken waar ooit de hoofdkantoren waren gevestigd die nu in een buitenland zijn terechtgekomen. Wat is op lange termijn eigenlijk de uitkomst van de expansiedrang van rond de eeuwwisseling?
Het is nog te vroeg om de balans op te maken. Er zullen ook Nederlandse bedrijven zijn die zich opmaken om overnames te doen, zoals bijvoorbeeld ING al heeft aangekondigd. Maar het moment nadert onvermijdelijk dat we de vraag moeten beantwoorden hoe het Nederlandse bedrijfsleven uit de nieuwe consolidatieslag is gekomen.
Er ligt een belangrijke vraag onder. Beweegt het Nederlands bedrijfsleven door verplaatsingen van hoofdkantoren en beursnoteringen zich nog verder richting het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme? Of zijn er meer bedrijven als Arcadis die blijven vasthouden aan het Europese model, waarin maatschappelijke belangen meer meewegen?
Voorziet u een verdere leegloop van bedrijven uit Nederland? En is dat erg of is het onvermijdelijk? Laat me weten via daan.vanlent@nrc.nl


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03085434/190826CUL_2034941207_saraceno.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19155805/240826CUL_2036030336_ParamountStudios01.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/24121507/240826VER_2036146861_2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21141450/210826ECO_2036111685_samsung.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/17160838/220826SPO_2035876523_florijn2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18094023/210826SPO_2036007008_koen.jpg)

English (US) ·