Het Ierse trio Kneecap is herrezen uit de as van rechtszaken, maatschappelijke woede en internationale boycots in 2025. Het was voorstelbaar dat de drie zich met de staart tussen de benen in de studio zouden hebben teruggetrokken om een plaat te maken waar niemand aanstoot aan zou nemen. Maar daarvoor is Kneecap te Iers en te stijfkoppig. Er staat te veel op het spel om hun mond over te houden.
Het nieuwe album heet Fenian, het woord voor zowel de mythische Ierse vrijheidsstrijder, Fianna, als voor eigentijdse opstandigen. Het wordt ook gebruikt als sneer van pro-Britten tegen republikeinse Ieren. De rappers Mo Chara en Móglaí Bap en DJ Próvaí omarmen het nu als geuzennaam. En zo zijn we meteen terug bij de oorsprong van Kneecap: ooit drie tieners die zich inzetten voor het behoud van de Ierse taal en cultuur, zoals ze door hun Iers sprekende ouders was ingeprent. Ze ontmoetten elkaar bij een festival voor de Ierse taal, georganiseerd door Móglaí Bap.
Lees ook
De rappers van Kneecap redden de Ierse taal met songs over drugs; de jongens spelen zichzelf in de gelijknamige film
Op Fenian schieten ze ons in drie talen om de oren met liedjes vol meningen en politieke ideeën, en met gelijke doses woede en zelfspot. Dat haalt de angel eruit. Hier wordt niet lomp georeerd of gedramd, de teksten zitten vol sprankelende vondsten.
Naar eigen zeggen hebben ze de tijd die overbleef toen hun Amerikaanse tournee werd afgezegd (wegens de anti-Israël-opmerking op Coachella in 2025 en omdat Mo Chara tijdens een show met een vlag van Hezbollah zou hebben gezwaaid) besteed aan dit album. Ze wilden laten zien dat Kneecap meer is dan drie drugsapologeten – wat ze ook zijn – of een stel Gaza-activisten – wat ze óók zijn. De drie heren zijn inmiddels dertigers, ze wilden muzikaal en inhoudelijk vooruit.
En zo munt Kneecap op dit derde album hun eigen genre: een melange van house en hiphop, met een vleugje experiment: ruige randen langs de synthesizers, spookachtige galm rond de kettle-drum. En het mooie is: het werd een zwierige keten van dansplezier en springlust, nagenoeg non-stop.
Lees ook
Kneecap rapt het fanatiekst over Carlsberg, coke en chlamydia
Ze oreren in vaak onbegrijpelijk Engels, Arabisch en veel Iers. Maar ondertussen is het duidelijk genoeg waar ‘Palestine’, met zijn ‘zwarte luchten’, over gaat. We reizen mee van party’s naar paranoïde angsten, van rafelige house, naar drukke hiphop, en reggaeritmes in de staart van ‘Cocaine Hill’. Het album sluit af met een bedrieglijk luchtig ‘Irish Goodbye’, het afscheid van Móglaí Bap van zijn moeder die in 2020 een eind aan haar leven maakte.
Toen Mo Chara afgelopen najaar moest voorkomen omdat hij een Hezbollah-vlag omhooghield tijdens een concert, scandeerden voor de deur van de rechtszaal honderden fans ‘Free Mo Chara’. In ‘Carnival’ zijn die stemmen verwerkt, terwijl Mo Chara rapt: „I’m not the first Irishman in this room who was on trial on trumped up lies n charges/ This started at Coachella, don’t speak about Palestine, fella.”
De zaak werd afgeblazen na een procedurefout, 11 maart dit jaar, toen het album al klaar was. De onzekerheid die hem naar eigen zeggen al die tijd kwelde, werd de lont in een geïnspireerd kruitvat.
Hester Carvalho
Petkova bewijst waarom je de oerversie van Rachmaninovs ‘Vierde’ moet hebben
Pianiste Marietta Petkova werd geboren langs de Donau in de Bulgaarse stad Roese, evenals schrijver en Nobelprijswinnaar Elias Canetti. Is dit van belang? Misschien niet. Opvallend is het wel dat Canetti in zijn magnum opus Massa en Macht een hoofdstuk wijdt aan „de glorie van de menselijke hand”, met wiens gevoelige vingers wij „de wereld hebben geschapen waarin wij verkiezen te leven”. Hij voegde aan het boek later nog een uitgebreid betoog toe over de dirigent als ultieme belichaming van macht.
In Roese staat nog een mooie buste van Canetti met de uil van de wijsheid als metgezel op de schouder, zijn handen en sierlijke vingers goed zichtbaar. Zijn vader droomde als jongen van een loopbaan als violist, maar werd koopman, en zijn moeder was een begenadigd pianist. Dus in beider kinderjaren in Roese – Canetti’s en Petkova’s – speelde de klank van de piano een grote rol.
Petkova is een bijzonder musicus, want wars van het priegelen in studio’s en het eindeloos knippend en plakkend vervolmaken van opnames. De „Concert Documents” op haar eigen label Bloomline zijn allemaal live-registraties van recitals en concerten. In Petkova’s ogen ontleent muziek haar magie en kracht aan de wisselwerking tussen musicus en publiek. Op haar nieuwe album geldt dit voor de oerversie van Sergej Rachmaninovs Vierde Pianoconcert, twintig jaar geleden opgenomen in Groningen met het Noord Nederlands Orkest en dirigent Jacques Mercier.
Rachmaninov werkte – met tussenpozen – meer dan een kwarteeuw aan zijn laatste pianoconcert. De eerste schetsen maakte hij nadat tsaristisch Rusland zich mengde in de Eerste Wereldoorlog (1914) en de definitieve vorm stamt opvallend genoeg uit het jaar dat zijn inmiddels communistische moederland betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog (1941).
Daartussen lagen jaren van ballingschap en heimwee voor Rachmaninov, een wanhoop die zich heeft vastgeklonken aan de oorspronkelijke partituur (1926), maar die in zijn nieuwe thuisland de Verenigde Staten niet werd begrepen. En daarom herzag de componist het werk en schrapte bijna tweehonderd van de duizend maten.
Petkova gaat daarentegen voor de eerste en emotioneel rauwe variant met alle „ziekteverschijnselen van de melancholie” zoals Canetti de „bloedschuld” van de mens karakteriseert. De intensiteit van Rachmaninovs verhaal en Petkova’s spel vloeien in de oerversie van het Vierde Pianoconcert volmaakt samen, en zijn duistere onthechtheid zal in Trump-tijden door Amerikanen beter begrepen worden. Want hier huilt een mens om de teloorgang van de wereld. Zelfs als er in het slotdeel even een melodie opduikt, schrijft Rachmaninov-kenner Elger Niels in het cd-boek, „zit in de kop het Gregoriaanse Dies Irae verscholen”, muziek van de dag des oordeels.
Petkova maakte er twintig jaar geleden een gloedvolle en aangrijpende vertolking van. Ze laat horen hoeveel deze oerversie ons moderne mensen vertelt over de periode waarin we nu leven, waarin we eigenlijk immer geleefd hebben. In die zin treedt de pianist in de voetsporen van haar stadgenoot Elias Canetti wiens Massa en Macht ook is losgezongen van de tijd.
Joost Galema
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01110359/010526CUL_2032966314_CD_Kacey-Musgraves-Middle-of-Nowhere.jpg)
Pop/country
Kacey Musgraves
Middle of Nowhere
Kacey Musgraves wordt steeds beter in alleen zijn. „I ain’t even mad at all the people in love”, zingt ze op ‘Loneliest Girl’, een van de prijsnummers op haar zevende album. De toevoeging van een melancholisch klinkende pedal steel-gitaar maakt echter duidelijk dat de Amerikaanse countrypopzangeres ook nog wel droevig is. Na een poppy scheidingsplaat en een folky wederopbouwalbum keert Musgraves op Middle of Nowhere terug naar het countrygeluid waarmee ze doorbrak. Dat pakt goed uit: het album zit vol met subtiel gelaagde songs en bijtende teksten over foute mannen waarvan Musgraves, tegen beter weten in, hoopt dat ze toch nog zullen veranderen.
Countryster Miranda Lambert verschijnt op het nummer ‘Horses and Divorces’ om een strijdbijl op humorvolle wijze te begraven. De twee lagen een tijd met elkaar in de clinch, maar ontdekken dat ze meer gemeen hebben met elkaar dan gedacht. Allebei uit Texas, allebei een scheiding achter de rug, allebei gek op paarden en de muziek van Willie Nelson. „What asshole doesn’t like Willie?”, zingen ze samen. Op het volgende nummer zingt Nelson mee en is de cirkel rond.
Thijs Schrik
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01110439/010526CUL_2032966314_CD_Wilkins-Village-Vanguard-Vol-2.jpg)
Jazz
Immanuel Wilkins Quartet
Live at The Village Vanguard Vol 1 & 2
In de jazz heeft The Village Vanguard een mythische status. De New Yorkse kelderclub is klein, met nauwelijks afstand tussen publiek en band, en – vooruit, een heerlijk jazzcliché – roemruchte jazzgeschiedenis in de muren. Aan het rijtje fameuze liveplaten (o.a. Sonny Rollins, Bill Evans of Brad Mehldau) kan nu al de ontzagwekkende driedelige registratie van saxofonist Immanuel Wilkins (28) uit Philadelphia worden toegevoegd. Zijn kwartet (pianist Micah Thomas, bassist Ryoma Takenaga en drummer Kweku Sumbry) speelde er een jaar geleden twee avonden. En hier had je bij willen zijn.
Bij de zich de afgelopen jaren naar de top spelende Wilkins is virtuositeit geen doel op zich, maar een middel om dieper te graven. Dit is diep jazzkoken: expressie en diepgang, met spirituele motieven, fraai pianospel en schuivende, soms ronduit hypnotiserende ritmiek. Het samenspel is hecht en fijnzinnig, met een leider die richting geeft zonder te domineren. Wilkins bevestigt met deze opnames knap zijn positie in de voorhoede van de moderne Amerikaanse jazz.
Amanda Kuyper


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01141420/010526VER_2033436832_artis_timmy.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/27084147/010526ECO_2033196495_auto.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17182031/010526WEE_2033114247_.jpg)






English (US) ·