Het klinkt zo logisch: als je strenger tegen de wolf optreedt hebben prooidieren het daardoor makkelijker. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat niet altijd zo te zijn.
De strategie lijkt haast voor zichzelf te spreken: als je predators in een gebied strenger aanpakt kan dat bedreigde prooidiersoorten helpen. Een nieuw onderzoek laat nu zien dat het succes van die strategie sterk afhangt van het landschap: in steile bergen kan het helpen, op vlakker terrein soms helemaal niet.
Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat is gehouden in Itcha Ilgachuz Park in west-centraal British Columbia, Canada. Het team stond onder leiding van promovendus Tazarve Gharajehdaghipour en professor Cole Burton van de University of British Columbia (UBC). Zij volgden hoe het pasgeboren kariboekalfjes verging, voor en nadat wolven in het gebied werden verwijderd.
“Deze studie geldt vooral als waarschuwing,” zegt Burton. “Verschillende kariboekuddes leven onder verschillende omstandigheden. Het verwijderen van wolven verlaagt de sterftecijfers van kalfjes niet altijd even goed.” Het onderzoek is te vinden in The Journal of Wildlife Management.
De vorm van het landschap
In het onderzoek zagen de wetenschappers een opvallend verschil tussen twee soorten terrein. In ruig, bergachtig gebied steeg de overlevingskans van kalfjes duidelijk nadat wolven waren verwijderd. Volgens de onderzoekers ging het om een toename van 41 procent. In toegankelijker, vlakker terrein was er daarentegen geen meetbaar effect: het aantal kalfjes dat het haalde bleef ongeveer gelijk.
Dat verschil heeft te maken met wie waar wanneer het gevaar vormt. In de eerste twee weken zijn kariboekalfjes klein en kwetsbaar. In die periode kunnen vooral beren en veelvraten makkelijk toeslaan, ongeacht waar ze zijn. Maar zodra de kalfjes ouder worden, worden ze sneller en wendbaarder.
Leestip: Uit de maag van een ijstijdwolf: hoe een hapje eten het einde van de wolharige neushoorn blootlegt
Afhankelijk van de omgeving kunnen beren en veelvraten daardoor maar moeilijk de kalfjes vangen. Wolven zijn van nature zo snel en wendbaar dat ze eigenlijk altijd wel kalfjes kunnen achtervolgen. In bergachtig gebied speelt dat vermogen een grote rol. Moeders en kalfjes blijven tijdens de eerste drie weken na de geboorte eerst op een hoger gelegen plek. Daarna trekken ze vaker richting valleien.
Uit het onderzoek blijkt dat beren en veelvraten in zo’n landschap moeite hebben met het vangen van oudere kalfjes. Daardoor blijft er nog maar een belangrijke predator over die oudere kalfjes wél kan vangen: de wolf. Uit het onderzoek blijkt dat veel oudere kariboekalfjes in de Canadese bergen ten prooi vallen aan de wolf. Door die wolven weg te halen steeg de overlevingskans van een kariboekalf met ongeveer 41 procent.
Competitie voor de wolf
In valleien ligt dat anders: daar vinden beren en veelvraten het een stuk makkelijker om ook oudere kalfjes te vangen. Met andere woorden: de wolf is daar niet meer de enige grote dreiging. Het gevolg daarvan is dat het verwijderen van wolven dan niet zoveel zin heeft: beren en veelvraten doden dan simpelweg meer kalfjes. Het resultaat: de overlevingskans van een kariboekalfje gaat nauwelijks omhoog als je alleen wolven hard aanpakt.
De onderzoekers konden dit zo gedetailleerd zien doordat ze een slimme meetmethode gebruikten: ze plaatsten GPS-halsbanden om de nek van vrouwelijke kariboes en volgden zo hun bewegingen. Die bewegingspatronen blijken voor zichzelf te spreken. Een moeder beweegt plots veel minder rond en vlak na het moment dat ze bevalt. Daarna neemt de activiteit langzaam weer toe, als het kalf sterker wordt. Als een kalf ondertussen sterft verandert dat gedrag vaak snel: de moeder gaat dan weer bewegen zoals vóór de geboorte.
Niet altijd effectief
De uitkomst is belangrijk, omdat British Columbia inmiddels in meerdere gebieden op wolven jaagt om zo de lokale kariboes te beschermen. Volgens Burton moeten beheerders echter niet automatisch aannemen dat die strategie overal even effectief is. Het team raadt aan om eerst goed te kijken naar het landschap en naar welke roofdieren allemaal aanwezig zijn.
Het onderzoek wijst tenslotte ook op een verrassende vondst: mensen kunnen de wolf onbedoeld helpen door bospaden aan te leggen. De onderzoekers zagen dat wolven die paden lijken te gebruiken om zich zo sneller door het landschap te bewegen. Met succes: kalfjes die dichter in de buurt van een pad leefden stierven doorgaans sneller. Het team roept daarom op om bewust stil te staan bij hoeveel bospaden er in een gebied worden aangelegd, zeker als de wolf ook in het gebied voorkomt.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Na de reuzenwolf wil Amerikaans bedrijf nu ook de uitgestorven moa terugbrengen – maar laat je niet gek maken en Is de wolf goed voor onze natuur? . Of lees dit artikel: Italiaanse beren worden stilaan ‘tam’ en dat komt misschien door de mens .
Schrijf je in voor de nieuwsbrief!
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

14 uren geleden
2






/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06154407/060226SPO_2031285964_1.jpg)



English (US) ·