Zes weken na de dodelijke natuurbrand in het Spaanse Bédar treffen nabestaanden zelf botresten aan

2 uren geleden 1

Twee afzonderlijke nabestaanden hebben zelf botresten gevonden en geborgen op de plekken waar hun ouders ruim zes weken geleden om het leven kwamen door een natuurbrand in de Zuid-Spaanse berggemeente Bédar. Dat blijkt uit contact van NRC met nabestaanden, de Britse Danielle Gillam-Kirton en de Belgische Thomas-Wolf Verdonckt. Bij de brand in Bédar kwamen in totaal veertien mensen om het leven. Het ging om acht Britten, drie Belgen, een Fransman, een Amerikaan en een Spanjaard.

De Andalusische berggemeente Bédar werd op donderdag 9 juli getroffen door een natuurbrand die zich in razend tempo verspreidde. De dorpskern bleef gespaard, maar veel woningen buiten het dorp werden verwoest. De brand in Bédar is de dodelijkste in Spanje sinds 1984.

Danielle Gillam-Kirton verloor haar ouders Pete en Fran Gillam, die er al jaren woonden. Hun lichamen werden gevonden in en net buiten hun auto op de weg die van hun huis naar de naburige gemeente Los Gallardos loopt, waar ze werden ingesloten door het vuur. Op dezelfde plek kwamen die donderdag nog twee mensen om het leven. Gillam-Kirton maakt zich zorgen over het onderzoek naar de brand. „Onze familie en andere nabestaanden hebben enorm veel werk moeten verzetten om vast te stellen wat er met onze dierbaren is gebeurd.”

Woensdag 19 augustus kreeg Gillam-Kirton toestemming om de auto van haar ouders te doorzoeken, na herhaaldelijk aandringen bij de autoriteiten. Ze doorzocht de auto op de plek waar die voor onderzoek naartoe was getakeld. „Ons was verteld dat er geen persoonlijke bezittingen van mijn ouders waren achtergebleven en dat de auto grondig was doorzocht door een forensisch team”, mailt ze. „Tijdens het doorzoeken van de auto vonden we sleutels, geld, hun mobiele telefoons, het horloge van mijn vader, sieraden van mijn moeder. En we vonden botten rondom de bestuurdersstoel.”

In een reactie op vragen van NRC zegt de politie, de Guardia Civil van Almería, de provincie waar Bédar in ligt, dat ze na de brand „het nodige grondige onderzoek heeft verricht en zorgvuldig monsters en menselijke resten heeft verzameld, waardoor de lichamen van de overledenen snel konden worden geïdentificeerd”. Botten waarvan werd vastgesteld dat ze van dieren afkomstig waren, zijn destijds niet verzameld, schrijft de Guardia Civil.

Gillam-Kirton heeft de door haar gevonden botresten overgedragen aan de Guardia Civil, die ze momenteel onderzoekt. Haar ouders hadden geen huisdieren, zegt ze.

Specifieke deskundigheid nodig

Foto’s die Gillam-Kirton stuurde van de aangetroffen botresten, werden door NRC voorgelegd aan arts-forensisch antropoloog Reza Gerretsen. Hij was twintig jaar verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut. „Binnen de afgebeelde verzameling [zijn] meerdere fragmenten aanwezig die waarschijnlijker van menselijke dan van dierlijke oorsprong zijn”, concludeert hij. Gerretsen herkent onder meer een botfragment van een vinger van een volwassen persoon, een deel van het bekken en een fragment uit het schouderblad. Hij baseert zijn oordeel „op vorm, proporties en de zichtbare opbouw van compact en trabeculair bot”. Trabeculair bot is licht en poreus botweefsel aan de binnenkant van botten en in wervels.

Gerretsen zegt ook dat het bergen van verbrand menselijk materiaal „specifieke deskundigheid en een systematische werkwijze vergt”, omdat het is aangetast door het vuur. „Tegen die achtergrond is het goed voorstelbaar dat bij de berging van verbrande resten, menselijk materiaal niet volledig wordt onderkend of gemist wordt.”

Wij vinden dat families niet zelf op zoek moeten gaan naar resten, persoonlijke bezittingen of bewijsmateriaal

NRC legde in een tweede reeks vragen ook de bevindingen van Gerretsen voor aan de Guardia Civil, maar kreeg daarop geen reactie. Danielle Gillam-Kirton zegt meer uitleg te willen over hoe het forensisch onderzoek door de Spaanse autoriteiten is uitgevoerd. „Wij vinden dat families niet zelf op zoek moeten gaan naar resten, persoonlijke bezittingen of bewijsmateriaal.”

Ingesloten op doodlopende bergweg

Een andere nabestaande, de Belgische Thomas-Wolf Verdonckt, vertelt dat zijn vader Stanislas Verdonckt die avond in juli samen met zeven anderen om het leven kwam. Zij ontdekten te laat dat er brand was, probeerden toen per auto te vluchten over de doodlopende weg waar ze aan woonden maar werden daar ingesloten door het vuur. De groep probeerde nog te voet te vluchten, maar dat bleek tevergeefs.

Verdonckt had bijna twee weken geleden contact met de autoriteiten, omdat hij botresten en persoonlijke bezittingen had gezien op de plek waar zijn vader en de zeven anderen overleden. Hij vroeg de Guardia Civil expliciet de botresten te verzamelen. Nadat er meer dan een week niets was gebeurd en Verdonckt van Gillam-Kirton hoorde dat zij botresten in de auto van haar ouders had aangetroffen – op een andere locatie dan waar zijn vader stierf – besloot hij woensdag 19 augustus de burgemeester van Bédar in te schakelen. Samen gingen ze naar het hoofdkantoor van de Guardia Civil, in de kustplaats Garrucha, twintig kilometer verderop.

Na lang aandringen slaagden ze volgens Verdonckt erin het hoofd van de Guardia Civil te overtuigen om diezelfde dag de resten te verzamelen. Met het hoofd van de Guardia Civil en de burgemeester gingen Verdonckt en Gillam-Kirton naar de locatie waar de groep van acht was omgekomen. Daar vonden ze botresten en persoonlijke bezittingen, die ze zelf hebben opgeraapt en veiliggesteld.

Waarschuwingen van deur-tot-deur

Nabestaanden en bewoners vragen zich ook af of er juist is gehandeld door niet het digitale waarschuwingssysteem ES-alert in te schakelen, maar buiten de dorpskern van deur-tot-deur mensen te waarschuwen. Daarbij zou niet iedereen zijn bereikt. Gillam-Kirton wil een grondig onderzoek naar de oorzaak van de brand, „maar ook naar hoe de noodhulp, de waarschuwingen en de evacuatie zijn verlopen”.

 „Wij voelen ons vernederd”, zegt Verdonckt. Dat gaat voor hem niet alleen over de vondst van de botten, maar ook over de directe nasleep van de brand. Andalusische bestuurders verklaarden toen publiekelijk dat sommige slachtoffers waarschuwingen of instructies niet hadden opgevolgd. Verdonckt betwist dat zijn vader en de andere leden van zijn groep een officiële instructie hebben ontvangen.

De burgemeester van Bédar en de politie in Garrucha verwijzen naar de Guardia Civil in Almería, die beperkt antwoord heeft gegeven op vragen van NRC.

Lees ook

Bosbranden in Spanje en Frankrijk in beeld, beide landen krijgen EU-ondersteuning bij het blussen

Een natuurbrand in Le Porge, bij Bordeaux.
Lees het hele artikel