Ook voor niet-Songfestivalliefhebbers is er een belangrijke muziekwedstrijd gaande: het Elisabeth Concours in Brussel, dit jaar voor cellisten. Beheersing, nervositeit, diverse temperamenten: je ziet het allemaal bij de semifinalisten, onder wie de Nederlander Isaac Lottman (2003). En al kijkend en luisterend besef je ook hoe zeldzaam instrumentalisten zijn bij wie álles op samenvalt en tot de verbeelding spreekt.
Zo’n cellist is de Argentijnse Sol Gabetta (45), als twintiger al een sensatie met albums voor Sony en nog steeds eigenzinnig aan de wereldtop. Gabetta viel en valt op door haar verbluffende, haast ‘sportief’-soepele techniek, de zangerigheid van haar spel en haar originele artistieke profiel. Bij het Concertgebouworkest was ze de afgelopen vijftien jaar zo’n beetje de huis-solocellist. Woensdag liet ze in het fascinerende Eerste celloconcert (1930) van Bohuslav Martinu, sinds 1974 niet door het orkest gespeeld, horen waarom.
Stuiterende positiewisselingen, verschuivende ritmes, virtuoze streken én nauwluisterend samenspel met het orkest: Gabetta tackelt moeiteloos alle technische uitdagingen, versmelt naadloos in de kamermuzikale passages en speelt met een warme, heldere expressiviteit. Voor een status als repertoirelieveling is Martinu’s concert te weerbarstig, maar deze uitvoering was een luistersensatie. En Gabetta’s als toegift gespeelde Flamenco van Huguet i Tagell een wellustig-virtuoze bonus.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14113123/140526CUL_2032748446_3.jpg)
Het Concertgebouworkest onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.
Foto Eduardus Lee / ConcertgebouwFinnen
Als opwarmer liet dirigent Santtu-Matias Rouvali in Dvoráks concertouverture In de natuur horen wat zíjn gave is: relaxte controle, een sensuele klank. Onder de vele op hoog niveau actieve Finse dirigenten is Rouvali (40) de schaarse ‘mid-carrier’-man, omringd door oudere collega’s als Vänskä, Saraste, Oramo en Salonen en jonge kometen als Mäkelä en Peltokoski. Maar ook de ingetogen Rouvali – verklaard buitenmens, tikje aandachtschuw – verdient oplettende aandacht. Zijn contract bij het Philharmonia Orchestra in Londen loopt af, orkesten lonken naar hem.
Lees ook
Dirigent Santtu-Matias Rouvali: ‘Fin-zijn is een heel sterk gevoel’
Bij het Concertgebouworkest dirigeerde Rouvali sinds zijn debuut in 2020 uitersten van het repertoire; van Morricone tot Schubert, Sibelius en Sjostakovitsj. Met het programma van deze week voegt hij er weer een eclectisch bundeltje aan toe. Na de Tsjechische eerste helft klinkt balletmuziek: Stravinsky’s Jeu des Cartes en Ravels Suite nr.2 uit Daphnis et Chloe. Oud-slagwerker Rouvali toont zich er, opmerkelijk, meer dichter dan balletmeester, meer een speelse streler dan een felle doorbijter. Bij hem geen kliefbijlachtige ritmische accentjes, maar breedte, adem, spotlight op de geweldige musici van het orkest. Die excelleerden dan ook, van zwierige strijkers tot weelderige houtblazers. Dirigenten die zelf wat minder opvallen en de musici doen stralen – die moet je juist in de gaten houden.
https://www.youtube.com/embed/TXVRJPQvk48

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11105446/110526WEE_2033642243_kast-rotated-e1778678525757.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13154619/140526BIN_2032966813_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14094725/140526BUI_2033733463_2.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11162110/110526BIN_2033655399_Vissers2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11151914/110526OND_2033618566_nforce.jpg)
English (US) ·