Dit moet Europa zijn. Romans in het Russisch, Spaans en Frans, Engelse thrillers en een reisgidsje voor het naburige Holland – plus heel veel Duitse woordenboeken. Die zullen door de massaal toegestroomde expats zijn gekocht om net wat makkelijker contact te maken met de plaatselijke cultuur (Apfelwein!) en vervolgens zijn achtergelaten als men koers zette naar een volgend buitenland. Aan de overkant van de Main staan de torens van financieel Frankfurt te blinken. Tussen al dat geweld in grote banden staat – veilig achter glas, uiteraard – een deeltje uit een van de grote schoonheden van de Duitse boekenindustrie, de Universal-Bibliothek van Reclam. Het is nummer 8971: Thedor Fontanes in 1888 verschenen roman Irrungen, Wirrungen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11105503/110526WEE_2033642243_kast2-rotated-e1778678646707.jpg)
Kleine gele wondertjes, zijn die boeken. Van een formaat dat ze daadwerkelijk in een achterzak passen, typografisch onberispelijk verzorgd en – op zich minder relevant voor een straatboekenkastjesrubriek – spotgoedkoop: deze in 2007 gedrukte Irrungen, wirrungen kostte toen € 3,60. De eigenaar heeft vervolgens met potlood groot Erik op de voorkant geschreven en binnenin ook nog E. Rossen. Een combinatie van die gegevens leidt naar een marathonloper uit het naburige Hanau.
De roman zelf neemt je mee naar die andere Duitse expatmagneet: Berlijn, de afgelegen wereldstad die door een vriend van mij liefdevol wordt omschreven als „een steen in het bos bij Polen”. Anderhalve eeuw geleden was die steen nog veel kleiner. Zoals Fontane schrijft: „An dem Schnittpunkte von Kurfürstendamm und Kurfurstenstraße, schräg gegenüber dem ‘Zoölogischen’ befand sich in der Mitte der siebziger Jahre noch eine große, feldeinwarts sich erstreckende Gärtnerei„. (Voor wie een opkontje nodig heeft om in het ritme van het Duits te komen: de vertaling Dwalen…falen van J. Clant van der Mijll – Piepers uit 1918 staat integraal online)
In dat Berlijnse stadsrandgroen vinden we de helden van het verhaal: het jonge burgermeisje Lene, haar adellijke aanbidder Botho en de buren: de oude gierige tuinder Dörr en zijn tweede echtgenote. De oude Dörr heeft veel te klagen over zijn jonge vrouw. Wanneer zij met een karig gevuld mandje asperges („meist dünne Stangen und viel Bruch dazwischen”) uit het veld terugkeert, vonnist hij: „Du hast keine Spergelaugen.” Aspergeogen of niet, veel trekt Frau Dörr zich niet aan van haar man. Hoewel hij wil dat ze de gebroken stengels midden in de bossen verstopt als ze deze samenbindt, geeft zij ze gewoon aan Lene om er een soepje van te koken. Zo rijgt Fontane de ene elegante ironiegeladen scene aan de andere, inclusief eeuwige waarheden dat alle gierigaards hun vrouw af en toe een belachelijk duur cadeau geven.
Maar de hoofdzaak in deze roman – een Pride and prejudice op zakformaat – is de onmogelijke liefde tussen Botho en Lene. Beiden weten dat het standsverschil een onoverkomelijk bezwaar zal zijn voor een huwelijk, maar toch, maar toch. Er zijn de heimelijke kussen achterin de tuin, er is die ene nacht… Maar de donkere wolken pakken zich al samen boven al dat verlangen wanneer duidelijk wordt dat er ook een welgesteld nichtje is, met wie Botho moet trouwen wegens oude afspraken en familiekapitaal.
Lene accepteert haar lot en kiest uiteindelijk haar eigen verstandshuwelijk, waarna bij de arme Botho het verdriet over de rand gutst: hij verbrandt de brieven die hij nog altijd van haar bewaarde. „Alles Asche. Und doch gebunden.” Arme jongen.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13150154/140526CUL_2033077151_scholten.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14115620/140526VER_2033735530_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14113038/140526CUL_2032748446_1.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11162110/110526BIN_2033655399_Vissers2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11151914/110526OND_2033618566_nforce.jpg)
English (US) ·